Pandeli Majko; Onbesproken verzoener

ROTTERDAM, 30 SEPT. Pandeli Majko, de man die in Albanië een nieuwe regering gaat vormen, is dertig - half november wordt hij 31 - en derhalve een (bijna) onbeschreven blad.

In de diep gepolariseerde Albanese politiek, waar de leiders van de beide grote kampen elkaar bij wijze van routine plegen uit te maken voor crimineel en bandiet en erger, is dat een groot voordeel: niet alleen kan Majko geen communistisch verleden worden verweten, hij is ook nog te jong om veel vijanden te hebben. Die twee voordelen maken Majko wellicht geschikt om de diepe kloof tussen zijn eigen socialistische partij en de oppositionele Democratische Partij van ex-president Sali Berisha te overbruggen - een kloof die elke politieke en economische normalisering in het berooide land tot nu toe in de weg heeft gestaan.

Daarbij komt dat het logische nadeel van Majko's jeugd - gebrek aan ervaring - maar betrekkelijk is, want Majko heeft juist wèl ervaring met het praten met de oppositie: hij is in het recente verleden, als secretaris-generaal (en stijgende ster) van de socialistische partij, belast geweest met onderhandelingen met Berisha's partij. Hij heeft, de polarisatie ten spijt, steeds op een voortzetting en verdieping van de dialoog aangedrongen. In een vraaggesprek met het socialistische partijblad Zëri i Popullit erkende Majko twaalf dagen geleden - in een tijd van woedende betogingen van Berisha's aanhang - dat de socialistische partij haar deel van de schuld aan de crisis draagt en dat de beide grote partijen met elkaar in gesprek moeten blijven. “We moeten geen wraak nemen [op de Democraten]. We moeten de rust herstellen en bereid zijn met de Democraten rond de tafel te gaan zitten.” Dat waren geluiden die in de Albanese context uitblonken door hun gematigdheid.

Majko, Europa's jongste premier van dit moment als hij erin slaagt een regering te vormen, kan dus vooralsnog worden beschouwd als een man van de verzoening, een man die bovendien in staat kan worden geacht die verzoening ook tot stand te brengen. Hij vertegenwoordigt de jonge generatie. Maar hij vertegenwoordigt ook de hoop dat de spiraal van haat en rivaliteit eindelijk kan worden doorbroken en dat de atmosfeer die leiders ertoe brengt elkaar in de gevangenis gooien en elk initiatief van de tegenpartij te saboteren, eindelijk kan worden veranderd. De voorwaarden zijn er wellicht ook rijp voor, want het aantal Democraten dat zich door Berisha tot dagelijkse kwade betogingen tegen de regering heeft laten opzwepen, is de laatste tijd alleen maar geslonken: de Albanezen hebben genoeg van de chaos.

Majko, ingenieur en jurist en geboren in Korçë in het zuidoosten van Albanië, behoort niet tot een clan en is nooit beschuldigd van corruptie. Hij is, anders dan zijn voorganger Nano en Sali Berisha, nooit lid geweest van de communistische partij. Hij was in 1990 een van de studentenleiders die opstonden tegen het Albanese steentijdcommunisme, nog voordat Sali Berisha de leiding van die opstand in handen nam. In 1991 werd hij lid van de socialistische partij, een jaar later parlementariër. Twee jaar geleden volgde hij Rexhep Meidani als secretaris-generaal van de partij op toen die president van Albanië werd. Majko was tot nu toe ook fractieleider van de socialisten in het parlement.