Op de Derde Weg

Als de zegevierende socialisten Duitsland even ver naar links rukken als hun Nederlandse geestverwanten dat hier hebben gedaan, hebben ze daar over een jaar of vier misschien ook een soort poldermodel. Veel van het oude morgenrood zal daar dan niet in te ontdekken zijn. In Duitsland gaat het erom de verzorgingsstaat zo te reorganiseren dat er een redelijk herkenbare rompstaat van dit nu stagnerend geheel overblijft. Terwijl deze reorganisatie vordert, moet daardoor meer ruimte komen voor gezonde concurrentie, reorganisatie van de arbeid, lastenverlichting, bevordering van de consumptie, en al het andere dat het nieuwe utopia van de Derde Weg bereikbaar heeft gemaakt.

Internationaal erkend profeet van de Derde Weg is Tony Blair. Het is wat onrechtvaardig tegenover Wim Kok, die in weinig verschillende bewoordingen al jaren dezelfde theorie in ontwikkeling heeft, met langere praktijkervaring. En misschien nog onrechtvaardiger tegenover Jacques de Kadt, die in zijn essay Wat in het socialisme kan en moet de grondbeginselen van dit ondogmatisch, liberaal en pragmatisch socialisme heeft opgeschreven. Daar zien we dan weer de nadelen van een klein land dat verzuimd heeft zijn taal tot wereldtaal te maken. Daarvoor is het inmiddels 400 jaar te laat.

De Derde Weg heeft zijn faam te danken aan de manier waarop het nieuwe Labour van Blair de Conservatieven heeft verslagen: verpletterend. En we moeten toegeven: Blair heeft aan het pragmatisch socialisme een bevlogenheid toegevoegd, een reveillistisch element, waardoor de voor de hand liggende doelmatigheid de allure van een openbaring krijgt. Ter gelegenheid van de Duitse verkiezingen heeft hij in een manifest-achtig artikel in de Herald Tribune (28 september) de uitgangspunten nog eens opgesomd. “De Derde Weg put zijn vitaliteit uit de vereniging van de grote politieke filosofieën links van het centrum: het democratisch socialisme en het liberalisme. Dat deze twee zo lang gescheiden zijn gebleven, heeft de progressieve politiek van het Westen in deze eeuw veel afbreuk gedaan. [...] Er zijn valse tegenstellingen gewekt tussen rechten en verantwoordelijkheden, tussen barmhartigheid en ambitie, tussen publiek en particulier belang, tussen een economie van ondernemerschap en het bestrijden van armoede en maatschappelijke uitsluiting.” Op de Derde Weg wordt de verzorgingsstaat hervormd door de werkgelegenheid te vergroten. De arbeid blijft voor de ondernemers betaalbaar, terwijl door belastingverlagingen de aantrekkelijkheid van het werk toeneemt.

Op de Derde Weg is er een grens aan de privatiseringen. De staat beschermt het algemeen belang en kan dus zichzelf niet tot rompstaat reduceren. Er zijn ook gebieden waarop de overheden nieuwe initiatieven moeten nemen: die van opvoeding en onderwijs, bestrijding van de jeugdcriminaliteit en armoede, om er maar een paar te noemen. “De Derde Weg staat voor democratische vernieuwing en herstel van vertrouwen in de politiek.” En, schrijft Blair, “we zijn er trots op dat we zowel door leiders van het bedrijfsleven als de vakbonden worden gesteund.” Minder welwillend zou je kunnen zeggen dat we hier, zoals in ieder politiek programma van enige redelijkheid, een mengsel van vrome wensen en praktische maatregelen voor ons hebben, deze keer samengevat onder een naam die ook al niet nieuw is. Maar soms blijkt het te werken, zoals bij de Britten. Het voorbeeld van Blair is aantrekkelijk, ook al doordat zijn persoonlijkheid blijkbaar de noodzakelijke charismatische toevoeging heeft.

Blair heeft een geestverwant getroffen in Bill Clinton; de twee hebben zelfs vriendschap gesloten. Dat is juist in deze dagen politiek interessant omdat de Amerikaanse president niet veel van zijn toch al magere charisma over heeft, terwijl hij nog altijd de bijval van zeker zestig procent heeft als het gaat om de manier waarop hij zijn werk als president doet. Grote delen van zijn programma waarop hij in 1996 is herkozen, heeft hij van de Republikeinen overgenomen. Dit zou er dan op wijzen dat charisma niet per se nodig is, zolang steeds meer mensen van de economische vooruitgang profiteren.

Na de Britse socialisten zijn de Franse gekomen. Voorzover de nationale omstandigheden het toelieten, is Blair het voorbeeld voor Jospin geweest. Maar hem is het nog niet gelukt in de rol van Blair als ideologisch verlosser te delen. De werkloosheid blijft om de twaalf procent schommelen; de oude verworvenheden van de welvaartsstaat worden door degenen die er baat bij hebben, fanatiek verdedigd. Schijnbaar op de Derde Weg blijft Jospin met zijn vernieuwende bedoelingen hoofdzakelijk de manager van de oude stagnatie.

En nu het Duitsland van Schröder. Is zijn charisma te vergelijken met dat van Blair? Beloven zijn programma en zijn toespraken een afscheid van de politieke stagnatie? Zoekt hij zijn bondgenoten voor de komende hervormingen in de kringen van het soort ondernemers waar Clinton en Blair hun vrienden hebben gevonden? Het is niet redelijk iemand in zijn kwaliteit van vernieuwer te beoordelen als hij nog geen week in zijn nieuwe betrekking werkt. Maar een samengaan met de Groenen voorspelt niet veel goeds voor de 11,7 procent werkloosheid waarmee de nieuwe kanselier zijn bewind begint. Schröder heeft meer kans een Jospin dan een Blair te worden.

In het algemeen: de voorwaarde om nu een postmoderne ruk naar links te doen slagen is dat de wereldeconomie zich binnenkort herstelt. Het heeft iets van het wisselen der paarden in het midden van de rivier. Om op de Derde Weg terecht te komen, kan zeker Schröder nu geen economische stagnatie en zeker geen recessie gebruiken. Alleen met een herstel van een gestage economische groei en met de geloofwaardige voorspelling dat daar geen eind aan komt, kan het lukken. In het andere geval betekent een ruk naar links de onverkorte handhaving van de verzorgingsstaat met alle factoren die de stagnatie hebben veroorzaakt.