'Machtsovername door Soeharto was staatsgreep'

Wijlen president Soekarno van Indonesië heeft, volgens diens oud-adjudant, in 1966 onder bedreiging met vuurwapens een volmacht getekend voor generaal Soeharto.

JAKARTA, 30 SEPT. Een klein menselijk drama met mogelijk verstrekkende implicaties voor de nationale geschiedschrijving, met name wat betreft de rol die de Indonesische strijdkrachten op een cruciaal moment hebben gespeeld. Dat is de affaire-Soekardjo, die zich de afgelopen weken als een feuilleton ontrolde in de Indonesische pers.

De zaak begon vorige maand, toen Soekardjo Wilardjito (71), voormalig adjudant van Indonesië's eerste president Soekarno, in een officiële verklaring stelde dat Soekarno in 1966 onder bedreiging met vuurwapens een brief had getekend waarin hij generaal Soeharto opdracht gaf de orde in het land te herstellen. Deze inmiddels befaamde Surat Perintah Sebelas Maret, ofwel Lastbrief van de Elfde Maart, kortweg Supersemar genoemd, was het wettelijke fundament onder de vrijwel onbeperkte macht die Soeharto vanaf dat moment uitoefende. Daags na de ondertekening van de brief verbood Soeharto de communistische partij en verwante organisaties. Dagen later liet Soeharto ministers die hij niet vertrouwde simpelweg arresteren.

De oud-adjudant heeft gezegd dat hij op de bewuste 11 maart achter Soekarno stond in het presidentiële buitenverblijf in Bogor, waar de president per helikopter heen was gevlucht omdat de grond hem te heet onder de voeten werd in Jakarta, toen drie generaals Soekarno dwongen de lastbrief te tekenen. Volgens Soekardjo zag hij hoe generaal Maraden Panggabean (76) een pistool richtte op Soekarno en hem de opdracht gaf de brief te tekenen. “Ik dacht dat ze Bung Karno wilden doodschieten, dus ik greep ook naar mijn wapen”, aldus Soekardjo in zijn verklaring, “Maar de president hield mij tegen en zei: 'laat maar, het is al goed'. En hij tekende de brief.”

De dag daarna werd Soekardjo gearresteerd op beschuldiging van lidmaatschap van de inmiddels verboden communistische partij. Hij zat tot 1978 gevangen, een lot dat vele duizenden destijds beschoren was. Maar nu eist Soekardjo, met steun van het bureau voor rechtshulp in de Midden-Javaanse stad Yogyakarta, dat zijn naam wordt gezuiverd en - niet geheel onbelangrijk - herstel van zijn pensioenrechten.

Tegenover dat persoonlijke belang staat de (formele) geloofwaardigheid van de Indonesische strijdkrachten, die altijd hebben volgehouden dat Soekarno geheel vrijwillig de machtiging aan Soeharto verstrekt heeft. Zijn de gebeurtenissen verlopen zoals Soekarno's adjudant ze zich herinnert, dan betekent dit dat Soeharto aan de macht is gekomen via een 'onbloedige militaire staatsgreep', zoals historici al langer aannemen, vooral ook omdat het originele document 'kwijt' is.

De reactie van de autoriteiten op Soekardjo's verklaring liet niet lang op zich wachten. Twee nog in leven zijnde generaals, voormalig chef-staf en minister Jusuf (70) en Panggabean, hebben de versie van Soekardjo naar het rijk der fabelen verwezen. Ze zeggen dat Panggabean in het geheel niet aanwezig was en dat de drie generaals, die tevens minister waren, geen wapens droegen.

Dat de autoriteiten de zaak Soekardjo serieus nemen, bleek eerder deze maand toen de politie in Yogyakarta de oud-adjudant gedurende twee dagen verhoorde op beschuldiging van “het verspreiden van valse berichtgeving”. Dat is een overtreding waarop tien jaar gevangenisstraf staat. Onlangs maakte de woordvoerder van de politie in Yogyakarta bekend dat Soekardjo zijn eerdere visie enigszins had bijgesteld: Panggabean zou zijn pistool niet gericht hebben op Soekarno, maar ermee gespeeld hebben. Soekardjo's advocaat Budi Santoso zegt dat zijn cliënt er echter bij blijft dat Soekarno onder druk de Supersemar heeft ondertekend. “De rechter moet nu uitmaken wie de waarheid spreekt.”