Maan roos vis

Kunnen jonge kinderen psychische schade oplopen door iets te leren? Het lijkt in deze tijd van 'leren leren', waarin de levensloop van het individu bij voorkeur in termen van permanente educatie wordt geschetst, een buitenissig idee.

Leren is altijd goed, zou je zeggen, of je nu jong of oud bent. Toch is die angst voor te veel en te vroeg leren diep verankerd als het om kleuters en om lezen gaat. De Stichting Kinderlijke Ontwikkeling sprak ongetwijfeld namens heel kleuterminnend Nederland, toen zij er vorige week in een bezorgde brief aan de basisschoolleiders op aandrong om geen leeslessen in het curriculum van de kleintjes op te nemen, want dat leidt alleen maar tot trauma's. Laat die kleuters toch lekker spelen!

Wat mij opvalt aan deze oekaze, hoe goedbedoeld ook, is de beperkte, om niet te zeggen benauwde, opvatting van de mechanismes van het leren lezen. Alsof er maar één manier is (de maan-roos-vis methode), waarvoor een minimumniveau van abstract denken noodzakelijk is dat in het algemeen pas op het zesde jaar bereikt wordt.

Gaat het om andere vaardigheden die jonge kinderen zich kunnen eigen maken, dan gelden overeenkomstige vuistregels voor de ontwikkeling, waar opvoeders merkwaardig genoeg een stuk makkelijker de hand mee lichten. Zo kun je van zwemmen zeggen dat een kind er eigenlijk een jaar of zes voor moet zijn (bij het wisselen van de eerste tand, luidt de volkswijsheid). Dan is het in staat om armen en benen moeiteloos te coördineren en instructies goed op te volgen, zodat het binnen redelijke termijn z'n zwemdiploma kan behalen. Je ziet vaak dat kinderen die op vierjarige leeftijd met zwemles beginnen er twee jaar over doen. Ouders vinden dat geen bezwaar, want, zeggen ze, hij raakt intussen toch maar gewend aan water, hij vindt het leuk, hij leert er allicht iets van. En sommige geboren waterratjes halen inderdaad op jonge leeftijd hun diploma.

Met voetballen, ballet, puzzelen en bouwen gaat het al net zo. Een kind van zes kan nog niet in een team samenwerken, zoals dat met voetbal nodig is, maar hele regimenten van zesjarigen storten zich wekelijks in een knoedel op de bal. Dat vinden ze leuk en waarom ook niet. Kleuters zitten struikelend op ballet (maar sommigen excelleren), leggen moeilijke puzzels van 50 stukjes (terwijl hun leeftijd een limiet van 25 stukjes voorschrijft) of bouwen premature Lego-constructies.

Waarom mogen ze dan niet leren lezen? Wat is er zo moeilijk, vervelend en potentieel traumatisch aan lezen dat juist dat uit alle macht moet weggehouden van geïnteresseerde kleuters? Mijn oudste twee kinderen hebben allebei in de kleuterklas leren lezen. Dat gebeurde in Amerika, waar het schoolsysteem er een minder rigide scheiding op nahoudt tussen zogenaamd schoolse en niet-schoolse activiteiten. Een indeling die voor kinderen op die leeftijd trouwens ook nog niet leeft. Formeel stond lezen pas in first grade (groep 3) op het programma. Toch hadden op het eind van de Kindergarten-klas drie of vier kinderen lezen geleerd. Spelenderwijs, want er kwam geen enkele dril-oefening aan te pas.

De juf legde me een keer uit hoe het ging. Overal in de klas hingen kaartjes met de namen van de dingen: doll-house, faucet, crayons, puzzles. Moeilijke woorden werden niet vermeden: library bij de twee planken met boeken. Verder las de juf behalve uit gewone, spannende boeken ook elke dag voor uit hele grote boeken met plaatjes en een eenvoudige, groot afgedrukte tekst. Terwijl ze zo'n beetje zijdelings van boven in het boek gluurde, hield ze het open voor het klasje, dat gezellig op het kleed op de grond zat, zodat iedereen het kon zien. Na een aantal keer voorlezen kenden de kinderen de tekst uit hun hoofd en lazen als het ware mee. Als ze daar tenminste behoefte aan hadden. Geen enkel kind werd gedwongen om 'aan zijn leeskunst te werken' door de woorden op de kaartjes uit te spellen of door letters te benoemen.

Door de kinderen terloops met dit soort prikkels te omgeven vond er althans in het hoofd van sommigen een geheimzinnige generalisatie plaats. Eerst konden ze alleen de bekende boeken-met-de-grote-woorden lezen en de kaartjes in de klas en een tijdje later konden ze ineens alles lezen. Ik heb dat altijd heel raadselachtig gevonden, die plotselinge overgang van niet-lezer naar alles-lezer, vooral omdat het leerproces zich op onbewust niveau voltrok. De kinderen in dat Amerikaanse kleuterklasje zaten niet moeizaam te studeren op zinnetjes als the cat sat on the mat. Maar blijkbaar werd de correcte representatie van klanken in woordbeelden door hun brein verzwolgen, zoals sommige andere kinderen moeiteloos op zeer jonge leeftijd een bal in een basket werpen.

Een echo van deze manier van leren zag ik afgelopen zaterdag in een interview met de historicus Burke in deze krant, die zei dat hij zo snel kon lezen dat hij een alinea in een oogopslag kon opnemen. Het leren lezen van geïnteresseerde kinderen zal ongeveer op die manier gaan: de informatie, de relevante cues vallen op de een of andere manier in de hersenen in een gespreid bedje. De vaardigheid is zonder noemenswaardige inspanning al tot een automatisme geworden.

Het lijkt me onzin kinderen van leren lezen af te houden, omdat ze volgens het ontwikkelingsschema 'er nog niet aan toe zouden zijn'. Lezen, letters, schrijven is net als voetballen of tekenen iets dat sommige kleuters hevig kan interesseren. De Amerikaanse aanpak laat zien dat je het lezen in een kleuterklas heel goed kunt stimuleren, zonder dat dit gepaard gaat met voortijdige onderwerping aan academische standaarden.

Het werkelijke probleem zit dan ook niet in psychische schade voor premature lezertjes, maar in de vraag wat je met deze categorie (van ik schat landelijk tussen de 10 en 20 procent) aan moet als ze eenmaal in groep 3 zitten en het formele leesonderwijs begint. Dan is het de bedoeling dat iedereen zich als één man werpt op het grondeloos saaie maan-roos-vis.

Al een paar jaar weerklinkt op de basisschool de klaroenstoot van het 'onderwijs op maat'. Zolang de opvatting standhoudt dat kinderen en bloc de stap van de ene naar de volgende ontwikkelingsfase horen te maken, heeft de kreet onderwijs op maat geen praktische waarde.