Het ABC van de weekstaat

AMSTERDAM, 30 SEPT. Weinig spraakmakende mutaties. Zo kan de weekstaat, de verkorte balans van De Nederlandse Bank, deze week worden gekarakteriseerd.

Dat biedt de gelegenheid eens wat uitgebreider stil te staan bij belangrijkste posten. Een van de hoofddoelstellingen van de centrale bank is het stabiliseren van de wisselkoers van de gulden versus de Duitse mark. Hiermee wil de bank de goede resultaten van het solide Duitse monetaire beleid, de lage inflatie, 'importeren'.

Het belangrijkste instrument dat De Nederlandsche Bank hiervoor in handen heeft is de officiële rente. Door de rente op haar kredietverlening te wijzigen, beïnvloedt de bank tegelijkertijd de rente op de geldmarkt (bankkrediet en deposito's). Deze invloed op de geldmarktrente, die uiteindelijk door marktpartijen tot stand komt, is het gevolg van de directe afhankelijkheid van de commerciële banken van de kredietverlening van De Nederlandsche Bank.

De bank verplicht de commerciële banken namelijk tot het aanhouden van een kasreserve. Deze (gemiddelde) verplichting wordt maandelijks opnieuw vastgesteld en bedraagt circa 5 miljard gulden (zie passiefpost Kasreserverekeningen).

Om aan deze verplichting te kunnen voldoen krijgen de banken kredieten toegewezen, vaste voorschotten en speciale beleningen, die in de weekstaat zijn vermeld aan de actiefzijde. De rentes die de banken op deze faciliteiten moeten betalen, respectievelijk 2,75 en 3,3 procent, vormen de officiële tarieven.

Indien de centrale bank deze tarieven verhoogt, zullen de banken hun tarieven eveneens verhogen. Zodoende kan De Nederlandsche Bank de wisselkoers van de gulden in de gewenste richting beïnvloeden. Een hogere rente in Nederland maakt beleggingen in de gulden immers aantrekkelijker.

Indien banken op een dag rood dreigen te komen staan bij DNB, of wanneer ze niet aan hun kasreserveverplichting kunnen voldoen, kan gebruik worden gemaakt van de marginale voorschotten.

In de afgelopen week is dat gebeurd (zie actiefpost Marginale voorschotten). Dat is overigens onder de huidige geldmarktrente enigszins vreemd. De desbetreffende bank(en) had(den) goedkoper kunnen lenen op de geldmarkt.

Daar bedroeg de daggeldrente steeds tussen de 3 en 3,5 procent. Op de marginale voorschotten moet 4,5 procent worden betaald.

Bron: ING Economisch Bureau