Held op de bon

De taxichauffeur zat aangeslagen achter zijn stuur. Dat was duidelijk te zien, want hij had een open gezicht maar op een afwezige manier kennis van mijn bestemming. Andere taxichauffeurs zijn soms bars en onbenaderbaar; alleen uit hun rijrichting is op te maken dat ze hebben begrepen waar ik naar toe wil. Maar deze was anders. Hij leek me een jongen die meestal opgewekt aan de slag ging.

Zodra ik naast hem zat, begon hij te vertellen wat hem dwars zat. Hij kwam net van het Rembrandtsplein, zei hij, waar een jongeman op straat werd aangevallen door zes krachtpatsers. Het was even na middernacht. In een flits had hij zijn auto stilgezet bij de vechtpartij en het slachtoffer de wagen ingesleurd. Zo had hij de jongen in veiligheid gebracht. Hij deed die dingen wel vaker, vertelde hij, niet om stoer te doen, maar gewoon - omdat dat nu eenmaal in hem zat. Onrecht kon hij slecht verdragen.

Maar hoor eens wat hem nu was overkomen. Toen de jongeman, die zo te zien een hoofdwond had opgelopen, eenmaal aan zijn belagers was ontfutseld, werd de taxi aangehouden door een politieman. Wist de chauffeur wel dat hij ergens had gestopt waar hij niet stil mocht staan. Ja, dat wist de chauffeur, maar dit was een kwestie van overmacht geweest. Had hij deze kleine overtreding niet met de beste bedoelingen gemaakt?

Niks mee te maken, had meneer agent geantwoord. De chauffeur kreeg een boete opgelegd, onmiddellijk te voldoen. Dat geld was hij kwijt; aan deze nachtdienst zou hij geen cent overhouden.

Ik vroeg hem of het slachtoffer die boete niet had kunnen betalen. Nee, zei hij, daarvoor was die jongen er veel te slecht aan toe en het was ook nog maar de vraag of hij zo veel geld wel op zak had gehad. Uit zijn reacties begreep ik dat de chauffeur mijn vragen nogal irrelevant vond. Het sprak immers vanzelf dat hij het met die jongeman niet over geld had gehad?

Het ging hem om de agent, die foutief parkeren belangrijker vond dan het beëindigen van een straatgevecht. En hij vroeg zich af wat hij voortaan zou doen. Van nature wilde hij graag helpen, maar liever niet als hem dat zo veel geld zou kosten. Voorlopig leek het hem dat hij een volgende keer zou doorrijden als hij iemand in nood zag. Maar niet van harte, dat stond vast.