Flirt met filosofisch zoekplaatje

Orbis Pictus. Regie: Martin Sulík. Met: Dorotka Nvotová, Marián Labuda, Bozidara Turzonovová, Július Satinsky, Milka Vasaryová, Frantisek Kovár, Olga Vronská, Jakub Ursíny. In: Cinecenter, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; 't Hoogt, Utrecht.

“Hoe heet het hier?” “Dat weet ik niet.” “Hoe kom ik daar?” “Dat weet ik niet.” Het slotdialoogje van Orbis Pictus heeft iets van een boeddhistisch raadsel. Maar achter de bergen waar de zestienjarige Terezka aan het einde van haar voettocht door Slowakije op uitkijkt, schemert niet het Nirwana, maar nog een reis, met nog meer onbeantwoordbare vragen.

Martin Sulik is dan ook geen naar ascetische zuiverheid strevende filmmaker, maar een ongerijmde, associatieve geest die graag flirt met filosofisch gedachtengoed, zonder daar ook maar een enkele wijsgerige consequentie uit te hoeven trekken. Hij houdt van zoekplaatjes, metaforen en allegorieën, zoals zijn vorige film The Garden (1995) al bewees, zonder zich ook maar een moment zorgen te maken over wat ze nu eigenlijk betekenen. Als het aan hem ligt hechten we even weinig betekenis aan de aanwezigheid van Voltaire in The Garden als aan het feit dat de titel van Orbis Pictus is ontleend aan een plaatjesboek van de zeventiende-eeuwse Tsjechische mysticus Comenius. Hierin wordt een opsomming gegeven van alle dingen in de materiële wereld vanuit de achterliggende gedachte dat iets wat geen naam heeft ook niet bestaat.

De wereld waarvan Sulik in Orbis Pictus het bestaan wil bewijzen is een lichtzinnige, magisch-realistische wereld, waarin het absurde even vanzelfsprekend wordt gevonden als het alledaagse.

Zijn hoofdpersoon Terezka neemt ons aan de hand en wandelt door een reeks episoden, losse onsamenhangende hoofdstukjes, waarin zij ontmoetingen heeft met dronkelappen, levend begraven boerinnen, de stationschef van een verlaten station, een hoogbegaafd broertje en een verlegen bruidegom. Net als in een road movie dienen deze incidenten ertoe om het Slowaakse landschap en zijn bewoners te leren kennen. Terezka legt met elke ontmoeting meer zekerheden af, haar zoektocht (de magere verhaallijn suggereert dat zij van school gestuurd is en naar haar moeder op weg) wordt steeds minder een zoektocht en steeds meer een Wanderlied, waarvan sommige motieven je aanstaan en andere niet. Met iets meer filosofische moed had Sulik een intrigerende film kunnen maken; een doordachte structuur levert niet altijd de starheid op die de maker er nu van vreest. In de tombola van vrijblijvende symbolen die hij nu presenteert heeft alles de waarde van troostprijs gekregen.