Emancipatie is aan Kamervrouw niet meer besteed

De Tweede Kamer telt meer vrouwen dan ooit, die aan emancipatie minder doen dan ooit. Dat vinden de initiatiefneemsters van de tentoonstelling 'Beroep: Kamerlid (V)'.

DEN HAAG, 30 SEPT. “Toen de partij mij vroeg me namens de vrouwen verkiesbaar te stellen, heb ik gezegd: 'Neem er dan gelijk twee'. Maar daar kwam niets van in. Ze zeiden: 'We hebben geen twéé zetels te missen'.” Zo verliep de kandidaatstelling van Jacqueline Rutgers, in 1963 het eerste vrouwelijke Kamerlid van de toenmalige Anti-Revolutionaire Partij. Vijfentwintig jaar later, bij de verkiezingen in mei, verdeelde de PvdA de plaatsen op de kandidatenlijst bijna om-en-om over mannen en vrouwen. Zeg dus niet dat er aan emancipatie de afgelopen jaren niets is gedaan.

Sterker, het kabinet telt voor het eerst in de geschiedenis twee vrouwelijke vice-premiers. En de Tweede Kamer telt op dit moment meer vrouwen dan ooit: 54, onder wie de voorzitter. Zij buigen zich niet langer alleen over onderwerpen die nog niet zo lang geleden 'typisch vrouwelijk' heetten te zijn, zoals onderwijs en cultuur, maar ook over financiën en zelfs defensie. Het heeft wat strijd gekost. “Wat moet zo'n Schoevers-meisje nou bij Defensie?”, zo vroegen collega's in 1982 aan Sari van Heemskerck (VVD).

Toch zijn oud-parlementariërs Hanske Evenhuis (CDA) en Len Rempt (VVD) niet tevreden. Samen met de oudgedienden Louise Groenman (D66), Andrée van Es (GroenLinks) en Nel Barendrecht (PvdA) hebben zij het initiatief genomen tot de tentoonstelling 'Beroep: Kamerlid (V)' die vanmorgen in het Kamergebouw is geopend. De expositie laat onder andere zien hoe vrouwen voor hun Kamerzetel hebben moeten knokken. Daaraan zou de huidige generatie vrouwen in de Kamer nog een voorbeeld kunnen nemen, vinden Rempt (61) en Evenhuis (66). “De nieuwe generatie doet bijna niets aan emancipatie”, zegt Evenhuis. “Omdat zij zelf vrij eenvoudig de Kamer zijn binnengekomen, denken deze vrouwen dat de emancipatie al is voltooid.”

Toen zij zelf in de Kamer zaten, in de jaren zeventig en tachtig, had ieder vrouwelijk Kamerlid naast haar gewone werk een extra antenne voor de belangen van de vrouw. “Bij wetgeving werd altijd even getoetst wat de effecten voor vrouwen zouden zijn”, herinnert Rempt zich. In het Kamerbreed Vrouwen Overleg, opgericht in 1981, wisselden vrouwen van alle politieke gezindten maandelijks informatie en ervaringen uit. “Elske ter Veld wees ons er dan op wat er speelde op Sociale Zaken, zodat wij daarop konden letten”, vertelt Evenhuis.

En nu? Het Kamerbreed Vrouwen Overleg is in 1994 opgeheven wegens gebrek aan belangstelling. “Wij merken niets van de vrouwen in de Kamer, ook niet als er zaken spelen die negatief voor vrouwen kunnen uitpakken”, zegt Rempt. Terwijl vrouwen nog steeds niet doordringen tot de hogere functies, het recht op deeltijdwerk nog steeds niet wettelijk geregeld is, en in de Kamer zelf alle fractievoorzitters nog steeds mannen zijn. Aletta Jacobs, die eind vorige eeuw de strijd om het vrouwenkiesrecht aanvoerde, en Suze Groeneweg, in 1918 het eerste vrouwelijke Kamerlid, zouden zich in hun graf omdraaien.

De enige verklaring die Rempt en Evenhuis kunnen vinden is de verandering van de vrouwelijke Kamerleden zelf. “Ze zijn jong, goed opgeleid en hebben daardoor niet de problemen ervaren waarop veel andere vrouwen wel stuiten”, zegt Evenhuis. Zij had zelf in 1954 nog de handtekening van haar man nodig om een paspoort aan te vragen, wat ze uit protest vervolgens niet deed.

Een nieuwe generatie heeft zich aangediend: jong, goed opgeleid, nog geen kinderen - de 32-jarige Marjet van Zuijlen (PvdA) geldt als een exponent. Voordat zij in 1994 Kamerlid werd, werkte zij in het bedrijfsleven. Van Zuijlen heeft zich geprofileerd in discussies over de verruiming van de winkelsluitingstijden, het omroepbestel en Internet, geen specifieke vrouwen- of mannenonderwerpen dus. Zij vindt de kritiek van Rempt en Evenhuis kort gezegd “onzin”.

Van Zuijlen: “De thema's zijn er nog, maar emancipatie is niet langer exclusief een vrouwenzaak. Gelukkig maar, want ik wil helemaal geen probleemeigenaar zijn.” Extra geld voor kinderopvang, de discussie over deeltijdwerk - volgens Van Zuijlen werkt de Kamer actief aan emancipatie. Heeft PvdA-fractievoorzitter Melkert, een man, onlangs niet gepleit voor kantines op basisscholen? “Als zij dit niet zien als emancipatie, dan is dat hun probleem”, zegt Van Zuijlen in de richting van haar critici.

Niet alle generatiegenoten van Van Zuylen zijn even scherp in hun reactie. Agnes Kant (SP), 31 jaar, epidemioloog, heeft twee kinderen, kinderopvang én een man die veel 'zorgtaken' op zich neemt. “Voor mij is de emancipatie voltooid, zou je kunnen zeggen. Maar het gaat natuurlijk om mensen met een lager inkomen. Probeer maar eens een gesubsidieerde plaats in een kinderdagverblijf te krijgen, dat lukt je gewoon niet.” Wat dat betreft hebben Rempt en Evenhuis gelijk, vindt Kant. Er moet meer worden gedaan. “Maar mannen kunnen dat net zo goed.”

Marleen Barth (PvdA), 34 jaar, moeder van één kind en net als Kant sinds afgelopen mei Kamerlid, denkt dat de strijd voor emancipatie zich heeft verplaatst van de ideologie in de jaren zeventig naar de meer praktische zaken in de jaren negentig. “En dat valt wellicht minder op.” Zo is betrekkelijk onopgemerkt gebleven dat zij onlangs vijf miljoen gulden extra heeft losgekregen voor kinderopvang voor onderwijzers.

Met Rempt en Evenhuis vindt Barth dat een Kamerlid haar “positie als geslaagde vrouw moet gebruiken voor vrouwen met wie het minder gaat”. Mocht haar strijdlust verslappen, dan zijn er altijd nog de brieven aan de vaste Kamercommissie voor Onderwijs waar zij deel van uitmaakt. Ze beginnen nog regelmatig met: “Mijne heren.”