Een traag opgediende maaltijd

Voorstelling: My dinner with André van André Gregory en Wallace Shawn door de Koe en Stan. Spel: Damiaan De Schrijver en Peter Van den Eede. Gezien: 25/9 Toneelschuur Haarlem. Nog te zien: 8/10 De Vorst Tilburg: (013) 544 60 28; 10/10 Plaza Futura Eindhoven: (040) 294 68 48; 27 t/m 30/1 De Brakke Grond Amsterdam: (020) 626 68 66.

Bij wijze van proloog begint de voorstelling met een filmpje dat gelijktijdig op drie televisieschermen is te zien. Een man in een witte regenjas loopt door een stad. We horen de stem van Damiaan De Schrijver die vertelt dat hij op weg is naar een restaurant waar hij een afspraak heeft met André, een gevierde New-Yorkse toneelregisseur. Ze hebben elkaar jaren niet gezien en hij, Wally, is nerveus. Even later arriveert Wally bij het restaurant - op dat moment wordt het televisiebeeld zwart en stapt Damiaan De Schrijver als Wally de zaal binnen. André (Peter Van den Eede) volgt kort daarna.

André en Wally zijn de enige twee personages in My dinner with André, een stuk dat zich van begin tot eind afspeelt aan een restauranttafel. In deze uit de jaren zeventig daterende tekst, nu als co-productie gebracht door de Belgische groepen de Koe en Stan, hebben toneelregisseur André Gregory en toneelschrijver Wallace Shawn zichzelf geportretteerd tijdens een diner. De ontmoeting is bedoeld om een lang verbroken contact te herstellen maar gaandeweg ontdekken de mannen hoe verschillend ze in de loop der tijd over de dingen in het leven zijn gaan denken.

In de voorstelling is realisme het uitgangspunt. De Schrijver en Van den Eede zitten aan een gedekte tafel waar ze een viergangen-menu en een grote sortering drank krijgen geserveerd door een kok die op het toneel uren achter het fornuis doorbrengt en kookboeken doorbladert. Tijdens het eten stelt André, wiens gezicht om onopgehelderde reden constant in beeld wordt gebracht, zijn disgenoot gedetailleerd op de hoogte van zijn zoektocht naar de essentie van het bestaan. Het betekende een jarenlange, vrijwillige, verbanning naar alternatieve leefgemeenschappen. Zijn reizen brachten hem naar de bossen van Polen, de Sahara, India en Schotland. Met een gelukzalig gezicht waarbij hij in het vuur van het betoog telkens zijn hand op de arm van Wally legt, vertelt hij hoe hij zijn impulsen leerde te volgen, communiceerde met bomen en tijdens workshops de goeroe van het experimentele theater, Jerzy Grotowski, ontmoette.

Tot zover niets bijzonders, al groeit net als bij de aanvankelijk welwillend luisterende Wally, de irritatie over André's maniakale omarming van een extreem zweverig gedachtengoed. Zijn idealistische opvattingen zijn misschien ook al te vaak gehoord om nog te verrassen, toch wordt het gesprek pas echt oeverloos als de twee acteurs elkaar opeens niet meer met André en Wally aanspreken maar met hun gewone voornaam en beginnen te filosoferen over hun eigen houding in het leven.

Enige lijn heeft de voorstelling dan niet meer. De meninkjes van de heren stapelen zich op, over de wereld, de Westerse beschaving, het theater van tegenwoordig en wat niet al. Van tijd tot tijd richten ze zich kameraadschappelijk tot het publiek in een halfslachtige poging het in hun onderonsje te betrekken. In werkelijkheid echter zijn de toeschouwers, voor zover die de zaal niet voortijdig hebben verlaten, slechts passieve aanwezigen die moeten wachten tot het tweetal klaar is met de tergend traag opgediende maaltijd. Deze zelfgenoegzame vertoning duurt drie uur. Met meer zelfkritiek hadden de acteurs de voorstelling tot de helft kunnen inkorten en zich simpelweg kunnen beperken tot de tekst van My dinner with André.