De rafelrand van Amsterdam 'veeg je nooit weg'

Amsterdam bindt de strijd tegen drugsoverlast aan met 'gebruikersruimten' en een incidentele schoonveegactie op het Centraal Station van Amsterdam. Hulpverleners zijn bedacht op het 'waterbedeffect'.

AMSTERDAM, 30 SEPT. Met een metalen lepeltje krast hij over een mesje. Minutenlang wrijft hij daarna met schuurpapier over het roestige ijzer. Omdat hij het leuk vindt. “Nu begint ie weer een beetje herkenbaar te worden.” Hij praat zacht. Behoedzaam. Frank heet hij, Antilliaan, 56 jaar. Hij zit in de gebruikersruimte voor zware drugsverslaafden in het Wallengebied in Amsterdam. “Het is hier beter dan op straat. Hoe denkt u dat het is om steeds weggejaagd te worden?”

Frank zit met zes anderen rond de lage tafels achter een groot scherm van een pand aan de Oudezijds Voorburgwal. Zij behoren tot negentig verslaafden die dagelijks terechtkunnen in één van de drie 'gebruikersruimten' in Amsterdam. Daar mag in alle rust cocaïne en heroïne gebruikt worden. Maar honderden andere drugsverslaafden en daklozen die zich tot drie weken geleden ophielden in en rond het Centraal Station in Amsterdam hebben niet zo'n plek.

Het CS werd drie weken geleden 'schoongeveegd'. Voor de Nederlandse Spoorwegen was de maat vol. Alle junks, dealers en daklozen die op het station schuilden en in drugs probeerden te handelen moesten weg. Bij alle ingangen kwamen agenten van de spoorwegpolitie te staan. Wie niet kon aantonen reiziger te zijn of een winkel wilde bezoeken, kwam er niet in. Geen zenuwachtige junks, geen slenterende zwervers, geen schuilende straatprostitués. Het Centraal Station is overdag alleen nog het domein van de treinreiziger. 's Avonds wordt nog steeds achter het CS getippeld, maar het werd er minder druk. Vooral omdat de vrouwen moeilijker aan hun dope kunnen komen.

Maar de strenge controle van de spoorwegpolitie is er niet meer. “De personele inzet was zo groot, dat we het niet konden volhouden”, verklaart wachtcommandant E. Koerts-Meijer van de Amsterdamse spoorwegpolitie. Maar hij is nog wel enthousiast over de actie. Want de junks en daklozen zijn nog niet teruggekeerd. De spoorwegpolitie houdt nog wel meer surveillances in het station. Daarvoor komt extra personeel uit andere steden. Dat zal zo blijven, zegt Koerts-Meijer. “Daar ga ik wel vanuit.”

De hulpverlening in Amsterdam is echter minder enthousiast. De drugsverslaafden zijn uitgewaaierd over de stad. Bij de Nieuwmarkt en op de Zeedijk houden zich meer verslaafden op dan een maand geleden. Bewoners en winkeliers hebben hun eerste klachten al gespuid. Ook in Amsterdam-Noord wordt een toeloop geconstateerd. Maar een duidelijk nieuw concentratiegebied is er niet. “Nog niet. Dat duurt altijd even”, zegt H. van Aalderen van de welzijnsstichting Mainline.

Het is wat de politie en hulpverlening het 'waterbed-effect' noemen. Het probleem op de ene plek aanpakken, is hem ergens anders creëren. Probleem voor de hulpverlening is dat de drugsverslaafden nu moeilijker bereikbaar zijn. “Op en rond het CS hadden we contact met ze. Ze worden weggejaagd zonder dat er alternatieven zijn”, zegt Van Aalderen van Mainline. Hulpverlener J. den Bakker van stichting De Regenboog: “Ze kunnen geen kant op. Er is alleen maar repressief beleid.” Hij vindt dat er voor de schoonveegactie op zijn minst overleg had kunnen zijn met de instellingen die verslaafden en daklozen opvangen. “Dan had er misschien eerst haast gemaakt kunnen worden met meer gebruikersruimten”. De hulpverlening maakt zich vooral zorgen over de situatie in de winter als CS verboden terrein blijft voor de 'rafelrand' van Amsterdam.

De spoorwegpolitie reageert laconiek op de kritiek. Wachtcommandant Koerts-Meijer: “Wij moesten het station weer leefbaar maken. Daarin zijn we geslaagd”. De woordvoerder van burgemeester Patijn zegt dat de hulpverlening de hand in eigen boezem kan steken. “Het CS is al jaren een probleem. Vanuit de zorg is er weinig gedaan om de groep daar weg te krijgen.”

Meer gebruikersruimten lijkt een belangrijke oplossing van overlastproblemen te kunnen worden, verwachten hulpverleners en stadsbestuurders. Amsterdam telt er nu drie, die in maart zijn opengegaan. Op korte termijn wil de gemeente nog drie openen. Volgens plan moeten er in totaal vijftien komen. Daarnaast werkt de gemeente aan uitbreiding van andere opvangplaatsen. In 2000 hoeft niemand meer op straat te slapen - dat doel heeft het college van B en W zich gesteld. Dagelijks verblijven ongeveer 1.500 dak- en thuislozen in Amsterdam, van wie naar schatting tweehonderd op straat slapen.

De huidige drie gebruikersruimten worden beheerd door de organisaties HVO, AMOC en De Regenboog. De ruimte van de Regenboog aan de Oudezijds Voorburgwal is van twaalf uur 's middags tot zes uur 's avonds open. Drugsgebruikers kunnen daar ongestoord hun drugs gebruiken. Bij De Regenboog mag door de afwezigheid van de goede hygiënische voorzieningen niet worden gespoten, zodat hier vooral gekookte cocaïne (crack) wordt gerookt. Dertig voornamelijk Antilliaanse en Surinaamse zware gebruikers zijn geselecteerd.

De bedoeling was dat de gebruikersruimten na een jaar zouden worden geëvalueerd, maar voor coördinator E.J. Sterkenburg staat het nu al vast: het is een succes. De verslaafden voelen zich niet opgejaagd, omwonenden nemen geen aanstoot aan het drugsgebruik en de verslaafden krijgen er eten en drinken. Overlast voor de buurt is er niet. “De buurvrouw wist na drie maanden nog niet eens dat we begonnen waren.”

De huisregels - geen agressie, geen diefstal, geen alcohol - worden in ere gehouden, zegt Sterkenburg. “Af en toe wordt wel eens iemand boos. Of paranoïde - zo iemand denkt dan dat iedereen alles van hem steelt. Maar de situatie is goed beheersbaar.” Hij en zijn collega Den Bakker zijn erg te spreken over de ruimte. “Andere oplossingen voor drugsoverlast zijn er nauwelijks. De kans dat deze mensen nog afkicken is miniem. Zo maak je hun leven tenminste leefbaar”, zegt Den Bakker. De ruimten zouden wel veel langer open moeten zijn dan nu, mogelijk 24 uur. Junks zullen volgens beiden wel altijd hun eigen drugs moeten kopen. Van het onlangs begonnen experiment met vrije vertrekking van heroïne hebben ze geen hoge verwachting. Het aantal langdurig verslaafden dat alleen maar heroïne gebruikt is klein. Gekookte coke heeft heroïne in de drugscene allang verdrongen als drugs nummer één. Een vrije verstrekking van coke is volgens hen onmogelijk. “De flash is zo kort, dat behoefte aan nieuwe coke er snel weer is. Dan kun je wel een vrachtwagen vol aanslepen”, zegt Sterkenburg.

In de gebruikersruimte mompelt Mohammed (54 jaar, 17 jaar verslaafd) bijna onverstaanbare taal. Hij is tevreden met de ruimte. “Ze moeten ons eigenlijk ook aan dope helpen.”