Componist Martin Fondse met wendbaar maxi-trio op tweede cd; Complexiteit en improvisatie

De eerste cd van Martin Fondse stond vol lange stukken. Op 'Upperground', zijn onlangs verschenen tweede cd, staan kortere en puntigere composities. “Op de eerste cd wilde ik laten horen wat ik kon” zegt hij. “Nu behandel ik gewoon één ding per nummer.”

Noot: Martin Fondse Oktemble: Upperground (BV Haast, CD 9806)

ARNHEM, 30 SEPT. “Ik had een aantrekkelijk akkoord over dat ik nergens kwijt kon. Het klonk als het begin van een vrolijke rag. Dat stukje heb ik toen in spiegelbeeld gespeeld met de linkerhand en dat is de basis geworden van Garrag! De titel geeft de compositietechniek van het spiegelen weer: als je 'rag' omdraait krijg je 'gar' en samengevoegd wordt dat Garrag.”

Garrag! leverde componist/pianist Martin Fondse (Bergen op Zoom, 1967) afgelopen juni in Parijs de tweede prijs op van de Euro Jazz Big Band Association. De compositie valt ondertussen ook te beluisteren op de onlangs uitgebrachte tweede cd Upperground van zijn band Martin Fondse Oktemble.

Tussen de eerste en tweede cd werden vier bandleden vervangen, onderging de band een naamsverandering en verruilde Fondse het onafhankelijke Rollercoaster Records voor het kleine maar gerenommeerde label BV Haast van saxofonist Willem Breuker. Ook Fondse's compositietechniek ontwikkelde zich verder. De nummers op Upperground liggen beter in het gehoor en zijn korter en puntiger. “Op de eerste cd wilde ik laten horen wat ik kon”, zegt de componist. “De nummers duurden vaak tien minuten of langer en bestonden vaak uit verschillende delen. Ik wilde één onderwerp van drie of vier verschillende kanten laten zien. Upperground is een stuk overzichtelijker; ik behandel gewoon één ding per nummer.”

Componeren is voor Fondse een zaak van eindeloos proberen en openstaan voor onverwachte ideeën. “Soms zet ik noten op papier en strooi daar lukraak kruizen en mollen tussen. Voor het zelfde geld kieper ik een doos erwten om op een leeg vel en neem ik dat als uitgangspunt. Uit het doorspelen van probeersels moet dan blijken of er een bruikbaar idee tussen zit. En dat kunnen heel kleine dingen zijn. Toen ik wat zat te pielen aan de piano stuitte, ik op een gegeven moment op twee akkoorden waarvan ik dacht 'hé, dat is een vogeltje!'. Ik heb daar steeds meer stukjes omheen gebouwd en uiteindelijk werd het 'Nightingale' dat nu op de cd staat.”

Hoewel Fondse een voorkeur heeft voor gelaagde structuren en complexe combinaties, staat voor hem speelbaarheid van de compositie centraal. “Je hebt een stroming in de moderne muziek die New Complexity heet. Die composities zijn heel ingenieus maar doorgaans zo complex dat er zelden een bevredigende uitvoering van plaatsvindt. In die stukken komen ook geluiden uit de geïmproviseerde muziek voor, maar de speelwijze is tot in detail voorgeschreven. Dan bepaalt de componist dat de saxofonist met zijn pink een a moet spelen en zijn duim tegen het riet moet houden terwijl hij op zijn stoel staat en achteruit het Wilhelmus zingt. En dat terwijl die persoon dat misschien al uit zichzelf zo doet! Ik denk dat je de muzikant beter een idee kan geven dan een beschrijving. Op die manier reproduceert hij niet alleen maar de opgeschreven noten maar kan hij er iets eigens aan toevoegen.”

“Natuurlijk geef ik in mijn eigen composities wel aan in welke richting ik wil dat de muzikanten gaan. Als ik bijvoorbeeld het woord 'pseudo-neo-dixie' in een soloschema zet, dan weet iedereen dat ik daar een vrije variant op dixieland mee bedoel hoewel het helemaal geen bestaande term is. En als ik schrijf 'free op basis van de volgende vier noten', dan kan dat alle kanten opgaan.”

In de stukken die Fondse schrijft of arrangeert voor zijn eigen band laat hij zoveel mogelijk ruimte voor veranderingen, suggesties en improvisatie van zijn medebandleden. Fondse: “Ieder bandlid heeft een eigen stem en voegt iets toe aan het totale geluid. Als componist moet je daar gebruik van maken. Ik zou wel goed gek zijn als ik een ervaren en getalenteerd trompettist als Eric Vloeimans zou voorschrijven hoe hij zijn solo moet invullen.”

Het spelen met een octet sluit aan bij Fondse's ideaal van muzikale interactie. “Een achtkoppige band met vijf blazers is voor een jazzband ongewoon groot, maar dat is een vorm waarin ik compositorisch mijn ei kwijt kan. Je kunt met acht man complexe composities spelen, maar de groep is klein genoeg om tijdens het spelen op elkaar te kunnen reageren. Bij een orkest of big band is dat bijna onmogelijk omdat er zo veel muzikanten zijn. Een dirigent kan een big band alleen maar aan- en uitzetten of harder en zachter laten spelen. Met een octet zonder dirigent ben je wendbaarder. Wij zijn dan ook niet een mini-big band zoals wel eens wordt gesuggereerd, maar eerder een maxi-trio.”

Het belang van onderlinge communicatie tussen de musici speelt door in de opnametechniek. Vrijwel alle nummers van Upperground zijn in één take op de band gezet en er is niets gedubt. “Soms zit er een noot tussen die ik niet opgeschreven heb, maar als het qua sfeer klopt, dan laten we het zo. Ik ben tegen het 'inprikken' van fragmenten. Het is in de opnames te horen als je ergens een paar noten opnieuw inspeelt. Je moet mentaal het gevoel oproepen dat je al twee minuten hebt gespeeld en dan moet je daar precies bij aansluiten. Je raakt gefixeerd op hoe die paar noten moeten klinken en dan ben je volgens mij niet meer bezig met de muziek. Die twee, drie keer dat tijdens de opnamen iemand er finaal naast zat hebben we het hele stuk gewoon opnieuw ingespeeld. Het is allemaal, zoals het bij Henny Huismans Playbackshow heet, 'live ingespeeld'.”

Voor Fondse zijn componeren en musiceren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een keuze tussen de twee wil en kan hij dan ook niet maken: “Ik zou gek worden als ik alleen nog maar zou componeren of alleen maar piano spelen. Ik geef direct toe dat componeren een hoop energie opslorpt. Ik heb geen last van 'writer's block'; er komt eerder teveel uit dan te weinig. Het is bijzonder confronterend continu keuzes te moeten maken. Als je speelt en vooral als je improviseert, heb je geen tijd om na te denken over alle alternatieven en speel je gewoon. Dan blijkt dat je intuïtief altijd de juiste keuze maakt.”