Blauwhelmen waken over stabiliteit van Macedonië

In Macedonië, grenzend aan Kosovo, is sinds 1993 een vredesmacht van de Verenigde Naties aanwezig, om onrust te voorkomen. De blauwhelmen patrouilleren langs de grens en voetballen met Albanese jongeren.

GENERAL JANKOVIK, 30 SEPT. Veertig Servische soldaten met honden aan de overkant van de grens en een Macedonische patrouille aan deze zijde. Dat is het enige wat de Zweedse kapitein Daniel Wirestrand vandaag te rapporteren heeft. “Het is hier altijd rustig”, zegt Wirestrand, die een kogelvrij vest en blauwe helm draagt. Hoewel, rustig, vorige week schoten Macedonische soldaten een man neer. “Ze zeiden dat hij een smokkelaar was.”

Wirestrand heeft de leiding over één van de acht observatieposten die een vredesmacht van de Verenigde Naties heeft ingericht langs de Macedonische grens met Albanië en Joegoslavië. VN-troepen bevinden zich sinds 1993 in Macedonië, om te zorgen voor stabiliteit in dit van alle kanten bedreigde land. Deze eerste preventieve vredesmacht van de VN kwam er op verzoek van de Macedonische president. Het Joegoslavische leger had bij terugtrekking alles wat mogelijk was meegenomen. Ook intern kent Macedonië potentieel destabiliserende krachten, zoals een grote Albanese minderheid die rechten eist.

Inmiddels is het Macedonische leger enigszins op krachten gekomen, zodat eerder dit jaar werd voorzien dat deze zomer een eind zou kunnen worden gemaakt aan de VN-missie. Maar in verband met het conflict in het aangrenzende Kosovo werd het mandaat toch verlengd tot februari volgend jaar en komen er binnenkort driehonderd extra militairen uit Zweden, Finland, Denemarken en Noorwegen. Momenteel bestaat de vredesmacht uit 350 Amerikaanse soldaten, 350 militairen uit de Noordse landen, 50 Indonesische ingenieurs en 35 militaire waarnemers die onder leiding staan van een Rus.

De observatiepost van de Zweedse kapitein Wirestrand, bemand door 20 (binnenkort 28) militairen, bevindt zich op een strategisch gelegen heuvel bij de plaats General Jankovik, aan de grens met Kosovo. Het kamp is afgezet met rollen prikkeldraad en een onverwachte bezoeker wordt verwelkomd door een scherpschutter. Pas na telefonische toestemming van het hoofdkwartier in Skopje gaat het hek open en zegt Wirestrand: “Nù bent u welkom.”

Vanaf de uitkijktoren is te zien hoe vrachtwagens urenlang wachten voor ze de Macedonische en Joegoslavische grensposten kunnen passeren, om hun weg te vervolgen over de Priština Road.

Niet met het blote oog te zien is de observatiepost op de heuvel aan de overkant van de grens, vanwaar Joegoslavische militairen de Zweden continu in de gaten houden. Het is hier volgens Wirestrand niet echt gevaarlijk. Finse soldaten verderop aan de grens zijn wel eens beschoten, maar het kogelvrije vest dat hij verplicht draagt op de uitkijktoren dient vooral ter bescherming tegen verdwaalde vreugdeschoten. Ook als ze het kamp verlaten, zijn de blauwhelmen verplicht kogelvrij vest, helm en geweer te dragen zo lang ze binnen een kilometer van de grens zijn. Een eindje joggen is er dus niet bij, daarom is in het kamp behalve een sauna een primitief fitness centrum ingericht. Voor het geval ze met mortieren worden bestookt is er een kleine bunker, met proviand voor veertien dagen.

De taak van de blauwhelmen bestaat er uit de omgeving in de gaten te houden, vanaf de uitkijktoren en met grenspatrouilles. Dagelijks maken ze een rapportage over militairen die ze in de omgeving signaleren, over de smokkel van 'dozen' (met wapens) of over vluchtelingen die ze de grens zien overgaan. Ingrijpen om smokkel of vluchtelingen tegen te gaan, mogen ze niet. De informatie die ze verzamelen gaat naar het hoofdkwartier van de VN in New York en wordt niet doorgespeeld aan Macedonische autoriteiten.

Grenspatrouilles te voet zijn verboden, wegens de vele mijnen die de Joegoslaven de laatste tijd langs de Kosovaarse grens hebben gelegd. “Daardoor is de smokkel een maand geleden gestopt”, zegt Wirestrand. Boeren durven de velden langs de grens niet meer te bewerken. Hoewel de VN-militairen alleen aan Macedonische zijde van de grens patrouilleren, lopen ze toch het gevaar op Joegoslavische mijnen te stuiten, omdat de grens grillig is en op sommige plekken nog niet formeel werd vastgelegd. De Amerikaanse blauwhelmen, die de meer westelijke observatieposten langs de grens met Servië bemannen, hebben hun patrouilles te voet inmiddels wel hervat.

Behalve patrouilles langs de grens houden de Zweedse militairen ook regelmatig community patrols in de omliggende dorpen, waar Macedoniërs van Albanese origine wonen. Zo moeten ze de bevolking een gevoel van veiligheid geven. Om het contact te bevorderen gaan de militairen geregeld voetballen met plaatselijke jongeren. “De mensen zijn erg vriendelijk tegen ons”, zegt Wirestrand. “We worden vaak uitgenodigd op de koffie. En ze geven ons ook informatie.”

VN-militairen hebben enkele keren met succes bemiddeld in een grensconflict tussen Joegoslavische en Macedonische soldaten. Maar hun grootste nut is volgens Wirestrand het kalmeren van de Albanezen, die ruim eenvijfde van de totale Macedonische bevolking uitmaken (de Albanezen zelf houden het zelfs op veertig procent). “Als wij hier niet waren geweest, waren de Albanezen in opstand gekomen”, meent de Zweedse kapitein. Macedoniërs zijn positief over de blauwhelmen. “De VN-macht heeft een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van ons jonge en zwakke land”, zegt Petar Atanasov van het Macedonische ministerie van Defensie.

Dankbaar is ook Marija Velkovska, tolk uit de hoofdstad Skopje. Toen haar land onafhankelijk werd, in hetzelfde jaar waarin haar enig kind werd geboren, legde ze een grote voorraad babyvoeding aan - klaar om ieder moment te kunnen vluchten. Pas nadat begin 1993 de VN-macht arriveerde, voelde ze zich voldoende veilig om de reserveproviand de deur uit te doen. “Al zijn ze maar met tien man, ze moeten hier altijd blijven.”