Beeld van wereldeconomie is snel versomberd

Zelden heeft het Internationale Monetaire Fonds (IMF) zijn verwachtingen over de wereldeconomie in zo korte kort zo scherp naar beneden moeten bijstellen. Het IMF maakt zich grote zorgen over het opdrogen van kapitaalstromen naar opkomende markten.

WASHINGTON, 30 SEPT. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) presenteert in zijn vandaag gepubliceerde halfjaarlijkse World Economic Outlook niet alleen slechtere groeicijfers voor de wereldeconomie. Ook de toon van het rapport is somberder dan gewoonlijk. Door goed beleid kan een verdere 'besmetting' met het crisisvirus worden voorkomen, maar de neerwaartse risico's zijn volgens het IMF groot.

Door de aanwakkerende crisis op de financiële markten, die vorig jaar in Azië begon en zich dit jaar via Rusland versterkt voortzette, is het beeld van de wereldeconomie in luttele maanden somberder geworden, al blijven West-Europa en de Verenigde Staten nog steeds relatief ongeschonden. De klap voor de opkomende economieën en ontwikkelingslanden blijkt niet alleen uit lagere groeicijfers, maar ook uit opdrogende buitenlandse kapitaalstromen.

Volgens een prognose van het IMF vloeit dit jaar per saldo nog maar 56,7 miljard dollar aan particulier kapitaal naar deze landen, tegen in 1997 nog 123,5 miljard dollar.

Alleen de directe investeringen blijven nog redelijk op peil. Uit Azië vloeit dit jaar per saldo zelfs 44,3 miljard dollar aan particulier kapitaal weg. Twee jaar geleden beliep de netto particuliere kapitaalstroom naar opkomende economieën en ontwikkelingslanden nog 214,9 miljard dollar, waarvan bijna de helft naar Azië ging.

Zelfs rentes van vele tientallen procenten of nog meer - in feite risicopremies - kunnen beleggers en banken niet meer verlokken het risico te nemen. De IMF-staf spreekt in de World Economic Outlook de vrees uit dat de kosten voor overheden en bedrijven uit opkomende economieën (emerging markets) om te lenen ook na het wegebben van de recente paniek “aanzienlijk hoger” blijven dan in de afgelopen jaren. En hun toegang tot de internationale kapitaalmarkt kan “aanzienlijk” minder zijn dan voorheen. De IMF-staf meent dat de recent door Maleisië ingevoerde beperking van het kapitaalverkeer “een belangrijke terugslag” kan veroorzaken niet alleen voor het herstel van Maleisië zelf, maar ook voor andere opkomende landen die te lijden hebben van de vrees bij investeerders voor soortgelijke acties elders.

“Een reëel risico is dat de recente paniek voorlopig niet verdwijnt, wat een significante netto uitstroom van buitenlands kapitaal uit veel landen kan inhouden”, zo staat verder in het rapport van het IMF. De vrees van marktpartijen kan volgens IMF een “self-fulfilling prophecy” worden. En dat kan weer scherpe negatieve effecten hebben op de handel en de economische activiteit. Volgens het IMF kan het risico worden bedwongen, maar dan zijn maatregelen nodig om het vertrouwen te herstellen. Het gaat onder meer om een versterking van financiële instellingen in crediteuren- en debiteurenlanden en vergroting van de financiële transparantie bij overheden, bedrijven en financiële instellingen.

Het IMF waarschuwt dat de huidige onrust op de Europese en Amerikaanse aandelenmarkten voor een “overreactie” naar beneden kan zorgen. Dat kan weer overslaan naar de emerging markets, waardoor vertrouwen en vooruitzicht op herstel verder worden ondermijnd.

Volgens het IMF heeft de krachtige Amerikaanse economische groei (3,5 procent in 1998) de aanpassingen vergemakkelijkt in door de Aziatische crisis getroffen landen, al ging dat ten koste van een groter Amerikaans betalingsbalanstekort. Volgend jaar vertraagt de Amerikaanse groei tot 2 procent. Het IMF wijst erop dat de effecten van de Aziatische crisis in de VS in toenemende mate worden gevoeld. Zo zal de buitenlandse vraag (naar Amerikaanse goederen en diensten) verder afnemen. Ook verwacht het IMF een vertraging in de binnenlandse Amerikaanse bestedingen door de daling van de aandelenkoersen. De dalende lange rente in de VS - door toenemende beleggingen in 'veilig' Amerikaans schatkistpapier - kan de binnenlandse bestedingen echter weer stimuleren. Per saldo verwacht het IMF een “zachte landing” van de Amerikaanse economie, die niet zal uitmonden in recessie.

Het IMF meent dat de effecten van de Azië-crisis op de Amerikaanse economie “de komende periode het monetaire beleid zullen beïnvloeden”.In de World Economic Outlook is sprake van een “bescheiden” versoepeling van het monetaire beleid, zowel om de negatieve externe invloed op de binnenlandse activiteit te compenseren als om de rust op de financiële markten in de wereld te helpen herstellen.

Om dezelfde redenen moet volgens het IMF ook de Europese Centrale Bank een renteverlaging overwegen, wanneer vanaf 1 januari 1999 de euromunt van start gaat. Dat betekent wel dat landen van de eurozone waar oververhitting dreigt, een extra reden hebben een krap begrotingsbeleid te voeren. Volgens het IMF komt de economische groei voor de eurozone dit jaar uit op 3 procent en volgend jaar op 2,8 procent, terwijl de inflatie met 1,4 procent dit jaar en 1,6 procent volgend jaar onder controle blijft. De werkloosheid blijft hoog met 11,8 procent dit jaar en 11,3 procent volgend jaar.

Het IMF vindt het vooral positief dat de binnenlandse vraag in de toekomstige eurozone de rol als groeimotor overneemt van de export. Dat is “bijzonder welkom” bij de conjunctuurvertraging in de VS en Groot-Brittannië, de recessie in Aziatische landen en groeivertraging elders. Het IMF vindt dat onevenwichtigheden in betalingsbalansen “geleidelijk” moeten worden verminderd om excessieve schommelingen tussen dollar, yen en euro te voorkomen. Een potentiële neerwaartse correctie van de dollar mag volgens het IMF niet te abrupt gaan.

De staf van het IMF onderstreept in de World Economic Outlook de “bijzondere verantwoordelijkheid” van Japan, waarvan de economie dit jaar met 2,5 procent zal krimpen, voor de regionale en de wereldeconomie. Het IMF hekelt opnieuw de “traagheid” van Tokio bij het aanpakken van de bankencrisis en de stimulering van particuliere bestedingen. Het IMF vindt de in april en augustus aangekondigde fiscale pakketten onvoldoende, omdat ze vanaf de tweede helft van volgend jaar aflopen. Volgens het IMF zijn gezien de neerwaartse risico's snel “verdere expansieve maatregelen” nodig, totdat het herstel werkelijk stevig heeft ingezet.

Volgens het IMF zijn in veel Aziatische landen de daling van consumptie en investeringen groter dan verwacht door verlies aan vertrouwen, prijsdalingen van activa, schuldenlasten van bedrijven en het wegvloeien van kapitaal. De economieën van Zuid-Korea, Thailand, Indonesië en de Filippijnen zullen in totaal met 10,4 procent krimpen, waarna volgend jaar de groei nul zal zijn. In april verwachtte het IMF voor deze landen over 1998 nog een krimp met 2,7 procent. Indonesië krimpt met 15 procent het meest.

Het IMF onderstreept dat de tegenslagen het zicht op een aantal “belangrijke” verbeteringen sinds begin dit jaar niet mag vertroebelen. Zo wijst het IMF erop dat de rente in Zuid-Korea en Thailand tot het niveau van voor de crisis is gedaald, terwijl hun betalingsbalansen weer een overschot vertonen en hun reserves groeien.

De groei in China vertraagt tot 5,5 procent na een groei met 8,8 procent dit jaar. In apil verwchtte IMF nog 7 procent groei. Peking zelf ging er onlangs nog vanuit dat 8 procent haalbaar is. Volgens het IMF zorgen een zwakkere buitenlandse vraag en de recente overstromingen voor een lagere groei. Het IMF meent dat handhaving van de yuan mogelijk is door de sterke Chinese betalingsbalans en reservepositie.

De Russische economie zal volgens het IMF dit jaar met 6 procent krimpen na een kleine groei van 0,9 procent vorig jaar. In april verwachtte het IMF voor dit jaar nog een positieve Russische groei van één procent. Volgens het IMF is het binnenlands beleid, waaronder de slechte belastinginning, de belangrijkste oorzaak van de Russische crisis. In de Oost-Europese landen blijft de groei volgens het IMF dit jaar gemiddeld redelijk op peil. Landen als Hongarije en Polen zullen uitkomen op respectievelijk 5,2 en 5,8 procent, terwijl Tsjechië na een eerdere valutacrisis op 1 procent groei blijft steken.

Volgens het IMF ziet Brazilië zijn economische groei dit jaar ruim gehalveerd tot 1,5 procent.