Basken eisen 'echte vrijheid' van Madrid

Spaans Baskenland maakt zich op voor regio-verkiezingen op 25 oktober. De strijd tussen de nationalisten, die volledige onafhankelijkheid eisen, en de meer gematigde krachten in Baskenland is in volle hevigheid losgebarsten. De regering in Madrid kijkt sceptisch toe en denkt er niet aan concessies te doen.

VITORIA-GASTEIZ, 30 SEPT. Een weiland aan de rand van Vitoria-Gasteiz. Boven het brede podium wappert het rood-wit-groen van de Ikurriña, de vlag die in de vorige eeuw werd ontworpen als symbool van de PNV, de Baskisch-nationalistische partij. De laatste twintig jaar is het tevens de vlag van de regio Baskenland.

Achter het spreekgestoelte laat Xavier Arzalluz, de leider van de PNV, met soepele routine zijn verkiezingspreek over het weiland schallen. Ooit studeerde hij voor jezuïten-priester, nu staat hij voor een publiek van tienduizenden aanhangers. “Wij Basken passen niet in de Grondwet, niet in deze of een andere, zolang we er niet zelf voor kiezen”, dondert het van de kansel.

Hier zijn ze voor gekomen, de boerenmannen en de vrouwen met hun stevig permanentje. Arzalluz is altijd wel goed voor wat vuurwerk: tegen de regerende conservatieve partij van premier Aznar natuurlijk en tegen de rest van “Madrid”, onder wie de socialistische partij en haar voormalige leider Felipe González.

González verklaarde onlangs dat de nationalist Arzalluz zijn blik meer richt op Sarajevo dan op Brussel. “González denkt als een Serviër”, buldert Arzalluz. Het slaat nergens op, maar klinkt als een ernstige belediging en dus lacht het publiek en geeft het zijn leider een warm applaus.

Met nog een krappe maand te gaan is de verkiezingsstrijd in Spanjes conflictueuze regio Baskenland in volle hevigheid losgebarsten. Nu de afscheidingsbeweging ETA heeft besloten om voor onbepaalde tijd zijn terreur op te schorten, staat de positie van Baskenland in Spanje meer dan ooit centraal. De regering in Madrid moet concessies doen, zodat ETA definitief stopt met zijn terreurgeweld, menen de Baskische nationalisten. Het statuut dat de autonomie van de Baskische regio regelt, is “uitgeput”. De Spaanse grondwet moet worden veranderd, opdat Baskenland eindelijk een eigen natie kan vormen.

Het niet-nationalistisch front heeft inmiddels de tegenaanval ingezet. Met zijn opruiende praat bedreigt Arzalluz de consensus binnen de Baskische maatschappij, waar nationalisten en niet-nationalisten elkaar ongeveer in evenwicht houden, te verstoren. “Je voelt je inderdaad Serviër wanneer je Arzalluz ontmoet”, zegt Felipe González. “Hij lijkt veel op Miloševic”.

In 'Madrid' leeft het sterke vermoeden dat de nationalisten van de PNV, de grootste partij van Baskenland, het in het geniep op een akkoordje hebben gegooid met ETA. Het dagblad El Mundo publiceerde de afgelopen dagen de onthulling dat PNV-leiders deze zomer rechtstreeks met de ETA-top hebben onderhandeld. Daarbij zou de afspraak gemaakt zijn dat de PNV na de verkiezingen zowel de conservatieve partij van Aznar als de socialisten - allebei “Spaanse” partijen in de nationalistische terminologie - buiten de regioregering zal houden en het nationalistische discours zal aanscherpen.

Ook niet geheel toevallig en bovendien eveneens tegen alle gemaakte afspraken in, lijkt een gezamenlijke verklaring over de toekomst van Baskenland van alle Baskisch-nationalistische partijen en vakbonden, inclusief Herri Batasuna (de politieke tak van de ETA). Deze verklaring werd vlak voor de afkondiging van de voorlopige wapenstilstand door ETA verspreid en toont een opvallende gelijkenis met het communiqué waarmee de afscheidingsbeweging het stopzetten van de terreur bekendmaakte.

Dat communiqué heeft buiten Baskenland inmiddels het nodige stof doen opwaaien door de grote schoonmaak die ETA wil. “Het is tijd een eind te maken aan partijen en institutionele structuren en onderdrukkers, die het instandhouden van Spanje en Frankrijk tot doel hebben en de vernietiging van Baskenland”, aldus het communiqué, dat opmerkelijk genoeg niet is gericht aan de regering in Madrid, maar aan de nationalistische partijen en vakbonden in Baskenland. “Een uiterst totalitair document”, zegt de links-liberale Baskische filosoof Fernando Savater, “geredigeerd door de zogenaamde democratische nationalisten in Baskenland”.

José Antonio Ardanza, scheidend regio-president van Baskenland, verslikt zich bijkans van woede in een pasteitje van niertjes-mousse. Veertien jaar aan het hoofd van Spanjes meest gewelddadige regio hebben van Ardanza het meest gematigde uithangbord van het PNV-nationalisme gemaakt. Een vrij fletse man die volgens zijn critici braaf de slagorders van Arzalluz uitvoert. Maar als hem de kritiek van Savater wordt voorgelegd, dreigt het etentje in een befaamd Baskische restaurant nabij San Sebastián een ongezellige wending te nemen. “Dwaasheid. Una estupidez. Ik weiger hierop in te gaan”, snerpt de premier van de twee miljoen inwoners tellende regio. “Alle ideeën zijn verdedigbaar in een democratie”, wil de regio-president bij wijze van antwoord nog wel kwijt. En: “Er is geen echte vrijheid in Baskenland.”

De regio-president verklaarde nog niet eens zo lang geleden dat de regio Baskenland inmiddels zoveel eigen bevoegdheden heeft, dat het praktisch tot een onafhankelijke staat binnen de Europese Unie gerekend kan worden. En dat er geen “echte vrijheid” in de Baskenland is, verhindert niet dat de PNV al sinds het begin van de Spaanse democratie de president van Baskenland levert, het parlement voorzit en de dienst uitmaakt in talloze instellingen en instituten.

Over de toekomst van Baskenland zijn de PNV en ETA het opmerkelijk eens: er moet een nieuwe Baskische staat gevormd worden uit de huidige regio, de regio Navarra en drie Baskische 'provincies' in Frankrijk. In een referendum moeten de Basken zich over dit idee uitlaten. De niet-nationalistische partijen in Baskenland voelen er weinig voor de Spaanse staat uiteen te laten vallen. En ook binnen het veronderstelde 'Groot-Baskenland' zelf liggen de zaken niet zo eenduidig: in slechts één van de vijf gebieden die een toekomstig Baskenland zou moeten omvatten - de provincie Guipúzcoa -, stemt een duidelijke meerderheid nationalistisch. In de regio Navarra stellen de Baskische nationalisten weinig voor, terwijl de vorming van een 'Groot-Baskenland' in Frankrijk hooguit als een goede grap wordt beschouwd.

Op de vraag wie er dan straks moeten stemmen voor de vorming van het nieuwe vaderland, komt geen duidelijk antwoord. Ook niet uit kringen van Herri Batasuna. Bij de presentatie van hun verkiezingsprogramma in een hotel in het centrum van Bilbao komt voorman Arnaldo Ortegi, door sommigen gezien als het Baskische antwoord op Gerry Adams, niet verder dan wat gemeenplaatsen. Collega Kepa Gordejuela geeft toe dat zijn partij ook nog niet precies weet hoe het moet met dat referendum. Maar de uitslag, zo verklapt hij, zou nog wel eens verrassend kunnen zijn. Het is trouwens aan de conservatieve partij van premier Aznar en de socialisten “om hun werkelijke democratische gezindheid” te tonen, meent Herri Batasuna.

In de straten van het oude centrum van Bilbao, waar het geverfde “Onderhandelen!” de oude leuzen bedekt waarin de dood van politici wordt aangekondigd, is weinig terug te vinden van enthousiaste steun voor een referendum. “Zij zijn moe, en wij waren dat al langer”, zegt een oudere man. “Misschien dat er op basis daarvan nog iets goeds van te maken is.”