Amerika heeft minachting voor privacy

Er is dezer dagen in Washington iets macabers gaande. Voor de verandering is het nu eens niet de onbeholpen affaire tussen de naar aandacht hunkerende stagiaire Monica en de ontvanger van haar gunsten, de als altijd gedweeë Bill Clinton.

Nee, wat zich in Washington afspeelt is heel wat perverser dan rondslingerende sigaren of bevlekte jurken. Het is bovendien oneindig weerzinwekkender dan de morsige details in het Starr-rapport of de videoband van Clintons getuigenis voor de onderzoekskamer. Washington wordt namelijk geteisterd door de systematische ontmanteling van de privé-sfeer voor het front van het grote publiek. Het is een ontwikkeling gemotiveerd door algemene opvattingen van persoonlijke vrijheid.

Uit gesprekken met talloze wereldburgers, bijeengebracht door CNN en Fox Network, blijkt echter dat de meerderheid van het mensdom op de grens van het millennium vindt dat vrijwillige seks tussen volwassenen een privé-aangelegenheid is. Dus als Bill en Monica het hebben gedaan in of nabij het Oval Office, dan is er nu, voorheen en in de toekomst maar één antwoord mogelijk op die vraag: “Nee”.

Wie zich heeft gestoord aan het idee dat overspel heeft plaatsgevonden in het presidentiële sanctum sanctorum, moge eraan worden herinnerd dat het Oval Office onder de definitie van privé-ruimte valt, een ruimte waar het publiek alleen toegang heeft met toestemming van de eigenaar, bewoner of huurder. Belangrijker is echter de analyse van het begrip privé-sfeer (privacy) in de juridische zin van het woord. Volgens Barrons Dictionary of Legal Terms is privacy iemands algemene recht om met rust te worden gelaten. Hoewel de privé-sfeer op zichzelf in de VS niet grondwettelijk is beschermd, erkennen rechtswetenschappers 'privé-zones' (zones of privacy) op grond van de Bill of Rights (de eerste tien amendementen op de Grondwet). “Het recht op vrijwaring van overheidsbemoeienis op het gebied van intieme persoonlijke betrekkingen en de vrijheid van het individu om fundamentele keuzen te maken aangaande zichzelf, het eigen gezin, en betrekkingen met anderen”, zijn fundamentele eigenschappen van die zones, waarop door het Starr-onderzoek onherstelbare inbreuk is gepleegd.

De seksuele uitspattingen van president Kennedy zijn altijd ongemoeid gelaten door de ook toen uitvoerig geïnformeerde media. In die dagen had het publiek dus nog wel degelijk respect voor de privé-sfeer. Maar de tijden zijn veranderd. Vijfentwintig jaar na de moord op Kennedy zag Gary Hart zich gedwongen zijn presidentskandidatuur in te trekken nadat verslaggevers van de Miami Herald zich op zijn vermeende overspel hadden gestort.

Toen het recht van het publiek op informatie de overhand kreeg op het recht van de kandidaat op bescherming van zijn privé-leven, werd de doodsklok geluid over de bescherming van de privé-sfeer. De media die uit winstbejag gretig inspeelden op de vraag van het publiek, zorgden ervoor dat elke bijzonderheid uit het leven van een openbare figuur in aanmerking kwam voor massaconsumptie.

Maar waar gaat het heen met de tolerantie? Sinds de 'seksuele revolutie' in de jaren zestig is de Amerikaanse samenleving veranderd, doordat een veelheid van seksuele voorkeuren - om nog te zwijgen van de publicatie van seksueel openhartig materiaal - geaccepteerd is geraakt.

Een willekeurige blik op de Amerikaanse televisie bewijst dat het grote publiek in Amerika al aan smakeloze seksgrappen en schuine moppen over secretaresses was blootgesteld lang voordat iemand ooit van Monica Lewinsky had gehoord. Naarmate de seksuele remmingen afkalfden, nam de aandacht van de veranderende samenleving voor het seksleven van hoge ambtsdragers toe. De media rechtvaardigen hun onophoudelijke berichtgeving over privé-zaken met het argument dat seksuele leugens moeten worden ontmaskerd, als de Amerikanen hun leiders willen kunnen vertrouwen.

De media zijn niet de enige schuldigen aan de erosie: het Amerikaanse Hooggerechtshof weigerde het civiele proces van Paula Jones tegen Clinton uit te stellen tot na afloop van zijn ambtstermijn. Een groep gerenommeerde rechters in Washington voldeed aan Starrs verzoek om zijn werkterrein als onafhankelijke aanklager in de Whitewater-affaire uit te breiden tot het daarvan losstaande seksuele wangedrag van de president. En het meest recent weigerde een moreel impotent Huis van Afgevaardigden de openbaarmaking te verbieden van de video-opnamen van Clintons getuigenis voor de speciale onderzoekskamer.

Eerbiedwaardige woorden uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring luiden dat “wijs beraad voorwaar zal dicteren dat sinds lang gevestigde Regeringen niet om lichtvaardige, tijdelijke redenen zullen worden vervangen.” De onophoudelijke barrage en openbaarmaking van materiaal dat voorheen werd beschouwd als persoonlijk en irrelevant voor het publieke forum, wijst op een heel andere juridische overlevering: het malum in se, het inherente, algemeen als zodanig erkende kwaad, in de vorm van het obsessief onderzoek naar en het aan de schandpaal nagelen van de president, heeft gezegevierd.