Universiteiten

Het artikel van de heren Groenveld en Van Schie (NRC Handelsblad, 23 september) getuigt van oprechte bezorgdheid over het welzijn van onze universiteiten. Het daarin gestelde is niet alleen interessant door de beschreven argumenten voor het behoud van de universitaire vrijheid.

De kern van het artikel acht ik hun opmerking over de mogelijke rol van het HBO. Hiermee raken zij de inhoud van het rapport van de ministeriële adviescommissie TWO-HTO. Dit rapport werd in 1972 gepubliceerd en is dus vandaag de dag vergeten en wordt zeker niet gelezen door degenen, die nu de boventoon in de discussie voeren.

Immers, zou men dit rapport wél gelezen hebben, dan zou men zich bewust zijn van de breedheid van het palet van talenten dat door onze jeugd aan het onderwijs worden aangeboden. Dit palet kan niet gedekt worden met de deken van de universitaire opleiding alléén. Daartoe is een aanbod van onderwijs nodig dat alleen samen door het HBO en WO kan aangeboden, als de universitaire opleiding geen geweld mag worden aangedaan, En om dit laatste gaat het nu juist.

In het genoemde rapport wordt een poging gedaan om het door de jeugd aangeboden palet van talenten te schetsen en te analyseren. Aan deze analyse werden conclusies verbonden met betrekking tot de aard van het door de verschillende onderwijsinstituten te geven onderwijs. Deze conclusie waren weliswaar voor het spectrum van technisch onderwijs geformuleerd. Maar analoog denken over het gestelde, zou de weg openen naar conclusies voor andere richtingen van hoger en universitair onderwijs. De brede samenstelling van de commissie bood daartoe een gerechtvaardigde verwachting.

Destijds zagen de leden van de commissie-TWO-HTO de bui al hangen, die nu in ons onderwijsbestel tot problemen voert. De boodschap van de commissie viel destijds echter politiek niet goed. Onderwijs voor iedereen, talent of geen talent, moest er komen. De universiteiten hadden te veel sores binnenshuis en het HBO vreesde voor de status van haar leden. De andere hoopte juist op een upgrading van deze status, hetgeen als hoop zelfs ontoelaatbaar bleek. De tijden zijn inmiddels veranderd en de bui is er. Misschien zijn er nog enkele exemplaren van het rapport van deze vooruitziende commissie ter lezing beschikbaar. Misschien ook wel op het ministerie van Onderwijs, waar men destijds dit rapport in zeer beperkte oplage liet drukken.