Strenger straffen krijgt meer bijval

Nederlanders willen vaker dat criminelen worden gestraft. En deze roep om repressie, blijkt uit onderzoek, komt nu eens niet van de 'autoritairen'.

ROTTERDAM, 29 SEPT. De 'rechtse bal' is links ingehaald. De conservatief van weleer is milder jegens criminelen en etnische minderheden dan als progressief bekend staande bevolkingsgroepen, en is ook minder materialistisch.

P. Scheepers en M. de Konink van de Katholieke Universiteit Nijmegen onderzochten de opvatting van Nederlanders over criminaliteit en bestraffing sinds 1970. Ze maakten gebruik van politiestatistieken en gegevens over culturele veranderingen van het Centraal en Cultureel Planbureau.

In het jongste nummer van het Tijdschrift voor Criminologie concluderen ze dat in tijden waarin de criminaliteit stijgt, ook de weerstand groeit tegen een behandeling van criminelen die is gericht op hun terugkeer in de maatschappij.

Opvallender is hun bevinding dat een voorkeur voor straffen niet zozeer wordt uitgesproken door bevolkingsgroepen die volgens de onderzoekers “altijd als conservatiever en autoritair uit de bus kwamen”. “Integendeel”, stellen zij, juist de vermeende progressieven, zoals jongeren en onkerkelijken, blijken gekant tegen het zogenoemde resocialiseren van criminelen. Omdat “zij meer verontrust zijn over de ontwikkeling van de criminaliteit”.

Volgens de onderzoekers kan de toenemende weerzin tegen resocialisatie van delinquenten betekenen dat het geloof daarin is afgenomen. De criminaliteit stijgt immers nog steeds en daardoor is het optimisme mogelijk afgenomen. De toegenomen roep om repressie hoeft volgens de onderzoekers overigens niet te betekenen dat Nederlanders geloven dat dit de criminaliteit werkelijk zal terugdringen: “Het kan ook betekenen dat men vergelding wil.”

Vooral bevolkingsgroepen die in de regel 'progressief' zijn, hebben volgens de onderzoekers vermoedelijk meer behoefte aan vergelding. Juist zij zien althans liever dat een crimineel wordt gestraft, dan dat deze wordt behandeld met het oog op een terugkeer in de maatschappij.

De opvattingen van de Nederlandse bevolking blijken parallel te lopen aan het beleid dat is ontwikkeld voor de aanpak van criminelen. Beide zijn repressiever geworden. Morele overwegingen en aandacht voor de dader deden er zowel in beleid als in opvattingen steeds minder toe. “Straffen is belangrijker geworden dan de manier van straffen”, aldus Scheepers en De Konink, omdat de wijze van straffen nauwelijks invloed op de criminaliteitscijfers lijkt te hebben. “De criminaliteitsbestrijding heeft de rechtsbescherming van de eerste plaats verdrongen.”

Bovendien concluderen de onderzoekers dat jongeren opvallend minder tolerant zijn geworden ten opzichte van etnische minderheden dan ouderen. De ommekeer is midden jaren '80 ingetreden. Jongeren zijn sindsdien ook materialistischer geworden dan ouderen.

De onderzoekers spreken dan ook van een “restauratieve trend” onder jongeren.