SCIENCE, TECHNOLOGY AND INDUSTRY REVIEW

De Science, Technology and Industry Review verschijnt twee maal per jaar en is een uitgave van de OESO, Rue André Pascal 2, 75775 Paris Cedex 16, Frankrijk.

Het is maar de vraag of het mechanisme van de markt wel geschikt is voor de verspreiding van kennis. Want handel in kennis betekent dat er sprake is van intellectueel eigendom die niet voor iedereen toegankelijk is. In die zin beperkt handel de vrije uitwisseling van wetenschappelijke kennis en informatie. De Science, Technology and Industry Review bespreekt deze kwestie aan de hand van de ontwikkelingen in de VS. Dat is van belang, schrijft het blad, omdat Amerikaanse trends vaak overwaaien naar de andere OESO-landen. Het aandeel van de Amerikaanse overheid in uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek steeg van 20 procent in 1939 tot meer dan 50 procent in 1962. Dat gebeurde vooral door subsidiëring van ondernemingen en universiteiten. In combinatie met de verhuizing van veel Europese wetenschappers in de jaren dertig en veertig leidde dit er toe dat Amerika uitgroeide tot 's werelds belangrijkste centrum van Research en Development. Het aandeel van overheid in de R&D-uitgaven is gedaald tot 32 procent op dit moment. Een ander belangrijke verschuiving is dat het aandeel van zuiver wetenschappelijk onderzoek is geslonken, sinds 1990 met een procent per jaar, terwijl de uitgaven van toegepast onderzoek in dezelfde periode stegen met veertien procent, van 65 miljard tot 74,2 miljard dollar per jaar.

In de jaren tachtig ontstond in de VS het idee dat bescherming van het intellectueel eigendom nodig was om de internationale concurrentie aan te kunnen. In die sfeer paste ook het bevorderen van meer samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven door middel van speciale wetgeving, de Federal Technology Transfer Act van 1996. Deze wetgeving was mede gebaseerd op de notie dat die samenwerking het mogelijk maakte de overheidssubsidie te verminderen. Dat komt onder andere tot uiting in het verschijnsel dat het aandeel van de overheid in het wetenschappelijk onderzoek dat verricht wordt aan de universiteiten sinds de jaren zeventig is gedaald van 65 tot 60 procent, terwijl de bijdrage van de industrie aan universitair wetenschappelijk onderzoek groeide van 2,3 tot 7 procent.

Het probleem is alleen dat een aantal universiteiten zich in ruil daarvoor laat beperken in hun vrijheid tot het publiceren van onderzoeksresultaten. Uit recent onderzoek blijkt dat 35 procent van de ruim 1000 instellingen waarin universiteiten en bedrijfsleven samenwerken de betrokken bedrijven toestaat om informatie uit wetenschappelijke publicaties te schrappen, dat 52,5 procent van die instellingen bereid is om publicatie van onderzoeksresultaten uit te stellen op verzoek van de bedrijven, en dat 31,1 procent beide soorten bemoeienis accepteert.

De auteurs stellen dat dit soort gedrag schadelijk is voor het innovatieve vermogen van wetenschappelijk onderzoek en zij vragen zich af of dit enorme nadeel niet zwaarder weegt dan alle voordelen van de samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven bij elkaar. Hoewel er over de andere OESO-landen veel minder gegevens zijn, menen de auteurs dat de bescherming van intellectueel eigendom ten koste van de academische vrijheid in de VS verder ontwikkeld is dan in welke lidstaat ook. Dat blijkt onder andere uit de groei van het aantal octrooi-aanvragen sinds de jaren tachtig, die in de VS veel groter was dan in de andere lidstaten.

Volgens het blad hebben alle OESO-landen gemeen dat het aandeel van de overheid in R&D-uitgaven is gedaald, terwijl dat van de industrie is gegroeid. Engeland liep daarbij in de jaren tachtig voorop toen de overheid de R&D-uitgaven met een derde verminderde door de privatisering van overheidsinstellingen.