Ondernemende universiteit heeft meerwaarde

Bij de opening van het academisch jaar lieten diverse redenaars weten dat universiteiten zich meer op de markt moeten richten.

Een gevaarlijke ontwikkeling, zo beweerden onlangs twee medewerkers van de VVD-denktank de Teldersstichting (NRC Handelsblad, 23 september). De markt is volgens hen juist een bedreiging van de universiteiten, waardoor fundamenteel onderzoek en academische vorming in het gedrang komen.

Universiteiten zijn inderdaad geen bedrijven en moeten zich niet laten verlokken tot het hanteren van populair bedrijfskundig jargon en modieuze managementtechnieken. Evenmin zou een universiteit zich volledig moeten laten leiden door de korte-termijnbehoeften van de markt. Maar een moderne universiteit doet er wèl verstandig aan zich ondernemend te gedragen.

Universiteiten hebben het niet gemakkelijk. Hun rustige en onbekommerde bestaan is definitief voorbij. Universiteiten worden geconfronteerd met alsmaar meer vragen waarop alsmaar sneller een antwoord wordt verwacht. Grotere aantallen en een grotere variëteit aan studenten zijn aan de poorten van de universiteiten verschenen. Kennis-intensieve bedrijven in een zich snel ontwikkelende arbeidsmarkt vragen steeds weer om nieuwe en competente afgestudeerden. Overheden verlangen een grotere inzet van universiteiten bij het oplossen van maatschappelijke problemen, maar verminderen tegelijkertijd hun financiële steun. Het belangrijkste is misschien nog wel dat de internationale ontwikkeling van de wetenschap steeds sneller gaat, waardoor zelfs de rijkste universiteiten niet langer in staat zijn alle academische velden op niveau te onderhouden.

De maatschappelijke positie van de universiteit is veranderd. Ten aanzien van het onderzoek worden universiteiten geconfronteerd met een sterke expansie en een versnelde globalisering van 'de kennisindustrie'. In die kennisindustrie ligt het accent op produceren, verrijken en verhandelen van kennis en informatie.

Universiteiten zijn eeuwenlang de belangrijkste bastions geweest van wetenschappelijk onderzoek. Die tijden zijn voorbij. Of universiteiten het nu leuk vinden of niet, zij beschikken niet langer over het monopolie van de kennisproductie. Universiteiten dreigen ten opzichte van diverse andere kennisorganisaties zelfs benadeeld te worden. Voor een belangrijk deel wordt dit veroorzaakt door de nog steeds starre regelgeving waarmee universiteiten gebonden zijn aan hun nationale overheden. Waar ondernemingen, zeker met behulp van de moderne telecommunicatie, snel en efficiënt op wereldschaal op zoek kunnen naar relevante nieuwe kennis en informatie, blijven de universiteiten gekluisterd aan vaak gedetailleerde nationale regelgeving.

Ook ten aanzien van het universitaire onderwijs zijn de omstandigheden veranderd. In enkele decennia hebben de universiteiten in de Westerse landen zich van beperkt toegankelijke elite-instituten ontwikkeld tot massa-instellingen. Deze indrukwekkende expansie brengt een heroriëntering ten aanzien van 'de academische opleiding' met zich mee. De meeste afgestudeerden komen in functies terecht buiten de universitaire wereld. Zij verlangen van de universiteit een adequate voorbereiding op een professionele carrière en verwachten tegelijkertijd een 'meerwaarde' van een academische opleiding boven een hogere beroepsopleiding.

De ontwikkelingen in hun omgeving dwingen universiteiten om te reageren. Internationaal zijn inmiddels diverse voorbeelden bekend van universiteiten die zich met succes hebben weten aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. De Californische hoogleraar Burton Clark argumenteert in een dit jaar gepubliceerde studie van enkele 'ondernemende universiteiten' dat academisch ondernemerschap universiteiten in staat stelt zowel een niche te vinden in de ecologie van de moderne kennisindustrie als het begrip 'academische vorming' zinvol te herdefiniëren. Succesvolle ondernemende universiteiten zijn beslist geen vrijplaatsen voor ondernemers met een titel, die drukker zijn met het verwerven van inkomsten dan met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Integendeel, succesvolle ondernemende universiteiten weten door hun marktgerichtheid hun academische onafhankelijkheid en prestige juist te vergroten.

Ondernemende universiteiten realiseren zich dat wetenschappelijk onderzoek steeds minder een proces is dat zich in isolement voltrekt. Ze streven naar zoveel mogelijk samenwerking met andere kennis-producenten. Ook wat het onderwijs betreft, willen ze het idee van academische vorming herdefiniëren. Ze staan voor de paradoxale opgave om studenten enerzijds op te leiden tot professionele beroepsbeoefenaren en hen er anderzijds op voor te bereiden dat ze frequent van functie en deskundigheid zullen moeten wisselen. Dit betekent dat studenten niet alleen kennis en vaardigheden moet worden bijgebracht, maar ook een voldoende mate van sociale intelligentie, ervaring met het gebruiken van geavanceerde technologieën en een positieve attitude ten opzichte van veranderingsprocessen.

Ondernemende universiteiten herdefiniëren hun opleiding niet tot volledig op de arbeidsmarkt toegesneden beroepsopleidingen. Maar zij stellen zich evenmin tevreden met de traditionele opvatting van academische vorming.

Universiteiten moeten kleiner worden, zich weer richten op fundamenteel onderzoek en academische vorming, en in ruime mate door de overheid worden bekostigd, menen de medewerkers van de Teldersstichting.

Dat is een ouderwets beeld dat niet langer te verdedigen is. De West-Europese universiteiten zullen ook in de komende decennia grotendeels publieke instellingen blijven. Een volledige privatisering is niet wenselijk en waarschijnlijk ook onmogelijk. Maar universiteiten zijn niet meer de vrijplaatsen waar een elite een toegangsbewijs kan komen ophalen voor een succesvolle maatschappelijke carrière. Ook beschikken ze niet meer over hun traditionele monopolie ten aanzien van wetenschappelijke kennisproductie.

De keuze waarvoor universiteiten staan is ofwel om te pogen hun positie in de moderne internationale kennismaatschappij te herdefiniëren, ofwel om genoegen te nemen met een verdergaande marginalisering. Ondernemende universiteiten kiezen onomwonden, en met succes, voor het eerste.