NOC-bestuurslid weigert op te stappen

ROTTERDAM, 29 SEPT. NOC*NSF-bestuurslid Rients Meijer weigert op vrijwillige basis te vertrekken bij de overkoepelende sportbond. De overige bestuursleden zijn wel bereid te voldoen aan het verzoek van interim-voorzitter Joop van der Reijden op te stappen. Rients Meijer, sinds 1992 lid van het bestuur, zegt dat niet “de heer Van der Reijden, maar de ledenvergadering beslist of we moeten vertrekken”. Meijer rekent er op dat de leden in de periode tot de vergadering van 3 november zullen toetsen of de interim-voorzitter wel correct te werk is gegaan.

Oud-staatssecretaris Van der Reijden werkte het afgelopen halfjaar als crisismanager bij NOC*NSF. Gisteren werd bekend dat hij heeft voorgesteld de sportorganisatie op 34 punten te verbeteren. Directeur Verkerke en het huidige bestuur dienen op vier bestuursleden na te worden vervangen. De bestuursleden die wegmoeten storen zich aan de gewekte indruk dat er sprake is van een grote crisis bij de sportkoepel. “Dat is echt een onzin-woord”, aldus vice-voorzitter Jan Loorbach. “Niemand kan een punt aanwijzen waarop het echt fout is gegaan. Dat het straks heel anders gaat worden, geloof ik ook niet.”

Volgens Loorbach moet “op respectabele manier” afscheid worden genomen van de scheidende bestuurders. Zelf zou hij ook zonder de inmenging van Van der Reijden in november zijn afgetreden. De oud-basketballer gaat zich volledig richten op zijn taak als chef de mission van de olympische ploeg. Volgens Loorbach, die geen grote veranderingen verwacht in het topsportbeleid, is de manier waarop Van der Reijden de wisseling van bestuur doorvoert “nogal ruw van aard, maar zo is Joop”.

Rients Meijer, die formeel nog tot het jaar 2000 zitting heeft in het bestuur, onderneemt waarschijnlijk geen actie tegen de plannen van Van der Reijden. “Ik heb recht van hoor en wederhoor, maar ik ga geen voorzitters bellen en huilverhalen afsteken.” Dat het bestuur zich ogenschijnlijk zonder slag of stoot laat afzetten, heeft volgens Meijer te maken met de verdeeldheid die binnen het college bestaat. Bovendien heeft men Van der Reijden in maart zelf aangesteld.

Meijer zegt niet aan zijn stoel vast te zitten. “Het gaat ook niet om mij, maar om de sport”, zegt de marketing-specialist. “Voor mij is het belangrijk te weten of de sport hiermee gediend is. Ik hoop van wel, want dan heb ik er vrede mee. Maar ik ben er nog helemaal niet zeker van.” Hij zegt met Van der Reijden van mening te verschillen over de manier waarop NOC*NSF moet worden geleid. “Net zoals (oud-voorzitter) Wouter Huibregtsen geloof ik er heilig in dat de sport afhankelijk is van vrijwilligers. Van der Reijden vindt dat er op afstand moet worden bestuurd. Maar is er wel geld om voor het bureau genoeg kwaliteit aan te trekken?”

“Het is op zich nooit slecht dat er nieuwe ploeg komt te staan”, besluit Meijer. “Maar het is onjuist als dat als excuus wordt gebruikt om zo van het oude bestuur af te komen. Het lijkt nu net of we er een grote bende van hebben gemaakt. Dat is dus niet waar en suggestief.”