Markt wacht op renteverlaging in VS

Op de financiële markten is een renteverlaging in de VS, vanavond, al bijna een uitgemaakte zaak. Als de economie er al geen reden toe geeft, dan de stabiliteit van de banken wel. Al zijn er argumenten om de rente juist onveranderd te laten.

AMSTERDAM, 29 SEPT. Vanavond om kwart over acht Nederlandse tijd is het zover: dan maakt voorzitter Greenspan van de Amerikaanse centrale banken, na afloop van een vergadering van het beleidsbepalende federal open market committee, bekend of de Amerikaanse rente naar beneden gaat en zoja, met hoeveel. Op de financiële markten wordt reikhalzend naar de beslissing uitgekeken. Beleggers hebben lang moeten wachten op een lagere rente: al sinds maart 1996 wordt de rente op de geldmarkt, de federal fund rate, door Greenspan op 5,5 procent gehouden. Voor een overgrote meerderheid van analisten en professionele beleggers is een lagere Amerikaanse rente al een uitgemaakte zaak. Die overtuiging is alleen maar verder gegroeid sinds Greenspan vorige week tijdens een hoorzitting voor het Amerikaanse Congres de duidelijkse hint tot nu toe gaf dat er mogelijk een lagere rente in de lucht hangt.

Wat moet Greenspan doen? De Amerikaanse economie geeft een gemengd beeld. Op basis van ijzersterke consumentenbestedingen, en de laagste particuliere spaarquote sinds de jaren dertig, weet de economische groei tot nu toe het wegvallen van de uitvoer naar Azië te compenseren. Maar er hangt een vertraging van de groei in de lucht. De consensus onder analisten is dat de Amerikaanse economie van een groei van meer dan 3 procent dit jaar afzakt naar onder de 2 procent volgend jaar. Tegelijkertijd is de inflatie, met 1,7 procent, opmerkelijk laag.

De discussie over het al dan niet verlagen van de rente lijkt door de feiten al te zijn gevoerd, maar er zijn ook ontwikkelingen die Greenspan en zijnen zorgen zullen baren. De lage inflatie is goeddeels 'ingevoerd' via lagere prijzen op de wereldmarkt voor grondstoffen en producten als gevolg van de Azië-crisis. Gezuiverd voor brandstoffen- en voedingsprijzen, die goeddeels op de wereldmarkt worden bepaald, bedraagt de 'kern'-inflatie 2,5 procent en is dus helemaal niet zo laag. Bovendien veroorzaakt vooral de leen- en bestedingsdrift van de Amerikaanse consumenten een forse toename van de geldhoeveelheid. De groei van de hoeveelheid giraal en chartaal geld (M2) is sterk versneld, en neemt op jaarbasis nu met 7,1 procent toe. De groei van een nog bredere definitie van de geldhoeveelheid M3, waarin ook deposito's zijn opgenomen, bedraagt nu 9,4 procent. De lonen stijgen op dit moment met 4,2 procent. Onder normale omstandigheden zijn dat allemaal voortekenen van oplopende inflatie.

Daar staat weer tegenover dat het monetaire beleid van de 'fed' in de praktijk al aan het verkrappen is geweest. Door de gedaalde inflatie is, bij een gelijkgebleven rente van 5,5 procent, de reële - voor inflatie gecorrigeerde - rente opgelopen van 2,5 procent tot 3,8 procent. Dat is de hoogste reële rente sinds 1989 toen de Amerikaanse economie aan de vooravond van de vorige recessie stond.

De voors en tegens afgewogen, zou een onveranderde rente de beste strategie zijn voor de 'fed'. Het heeft er alle schijn van dat onder normale omstandigheden die houding ook zou prevaleren in het bestuur van de centrale bank. Maar de omstandigheden zijn niet normaal. Allereerst is er het gunstige psychologische effect dat een renteverlaging kan hebben op de wereldeconomie, en dan in het bijzonder de onder de financiële crisis lijdende landen in Azië en het voor de VS nog veel belangrijker Latijns Amerika.

Daar is recentelijk de affaire rond het hedge fund Long Term Capital Management nog bijgekomen. Vijftien banken moesten onder leiding van de 'fed' te hulp snellen om te voorkomen dat een ondergang van LTCM aan het fundament van de betrokken banken zelf zou gaan knagen. De turbulentie op de financiële markten, en het ontrafelen van speculatieve posities door beleggers en door banken kan nog meer slachtoffers in het financiële systeem opleveren. Ook hier geeft een renteverlaging, hoe bescheiden ook, het teken dat de 'fed' op zijn hoede is en, als het nodig is, kan optreden met het openen van de kredietkraan. Net zoals dat in de nasleep van de bankencrisis eind jaren tachtig gebeurde, toen de centrale bank zijn rente vervolgens jarenlang op 3 procent hield. Tegelijkertijd loopt Greenspan ditmaal wel het risico dat hij met het verlagen van de rente de 'irrationele exuberantie' op de markten beloont, die hij twee jaar geleden nog scherp veroordeelde. En op de achtergrond speelt altijd nog de fundementele kwestie of een Amerikaanse renteverlaging, afgezien van de psychologie, op dit moment wel effect heeft.

Vraag is of Greenspan het zich vanavond nog wel kan permitteren om de rente ongemoeid te laten. Een renteverlaging van een kwart procent tot 5,25 procent lijkt al volledig in de aandelen- en obligatiekoersen te zijn ingeprijsd.