Kapitalistisch knokken in de polder

De Rabobank financiert het bod van WE op detail- handelsconcern KBB. Het bod is een test voor het poldermodel in het bedrijfsleven.

ROTTERDAM, 29 SEPT. Ontketent de nieuwe pater familias van het poldermodel een oer-kapitalistische strijd om de macht bij het warenhuisconcern KBB, de exploitant van winkels als Hema en Bijenkorf?

Het onverwachte hogere bod van 1,9 miljard gulden van het familiebedrijf WE (Hij en Zij kledingwinkels) op de aandelen van KBB, dat sinds februari juist in zee wil gaan met Vendex (V&D), wordt gefinancierd door de coöperatieve Rabobank en haar participatiedochter Gilde. De inzet is niet alleen een strijd om de macht in de Nederlandse winkelstraten. KBB biedt tevens werkgelegenheid aan meer dan 23.000 mensen.

De afgelopen jaren heeft de Rabobank zich onder leiding van hoofddirectie-voorzitter H. Wijffels (CDA) gemanifesteerd als een van de leiders van het Nederduitse consensusmodel, waarin niet primair plaats is voor de belangen van aandeelhouders, maar ook voor die van werknemers, leveranciers, het milieu en van de samenleving als geheel. Per 15 maart verlaat hij de Rabobank om voorzitter te worden van de sociaal-economische raad, de broedplaats van het overleg tussen werknemers, werkgevers, experts en overheid.

Onder zijn leiding heeft de Rabobank zich de afgelopen jaren opgeworpen als een trouwe bondgenoot van de Nederlandse industrie met steun voor Philips en Fokker. Onlangs verving de bank de overheid als kernaandeelhouder van KLM.

De financiering van een vijandig bod door de Rabobank onderstreept een cruciale verandering in het Nederlandse bedrijfsleven: de vijandige overname naar Angelsaksisch model is salonfähig geworden. In 1987, toen uitgever Elsevier een vijandig overnamebod deed op de kleinere concurrent Kluwer, zorgden deze Amerikaanse toestanden tot een emotioneel en fel debat onder managers en financiers. Kluwer zocht zijn heil bij concurrent Wolters Samsom, dat een uitputtende machtsstrijd, met regelmatig verhoogde biedingen op het nippertje wist te winnen.

Sinds het kabinet Kok I vorig jaar een wetsvoorstel heeft gepubliceerd dat vijandige overnames vergemakkelijkt, zijn de regels van het spel veranderd. In samenhang met de buitensporige fusie- en overname activiteiten in het bedrijfsleven hebben Nederlandse topmanagers hun schroom laten varen.

Een vijandige overname op het kleine, kwakkelende beursfonds Flexovit (producent van slijpschijven) mislukte enkele maanden geleden, toen een Frans bedrijf een hoger bod deed dat de Flexovit-directie wel wilde accepteren. Beleggers watertanden van een bod op Grolsch door de Belgische brouwer Interbrew. Zolang Interbrew niet de instemming heeft van de Grolsch-directie, komt er echter geen officieel bod.

Toen ABN Amro in mei een bod deed op de Belgische Generale Bank, die al overeenstemming had over een samengaan met het financiële concern Fortis (Amev, VSB, AG, ASLK), was duidelijk dat ook een van de meest vocale tegenstanders van vijandige overnames zijn opvattingen had veranderd. In 1987 stond de ABN pal achter Kluwer tegenover Elsevier.

Uitdager WE mag de Rabobank achter zich hebben, maar heeft een afspiegeling van het poldermodel tegenover zich. De commissarissen van KBB moeten zich over de twee biedingen uitspreken. In deze raad, die wordt geleid door voormalig ABN-topman R. Hazelhoff, zitten onder meer H. Pont (ex-FNV, nu ambtenaar ministerie van Volkshuisvesting), G. van Vliet (ministerie Sociale Zaken) en C. van Lede (ex-VNO, nu topman Akzo Nobel).

In tegenstelling tot Britse en Amerikaanse commissarissen moeten zij op het ondernemingsbelang letten, niet op het specifieke belang van de aandeelhouders. Zij hebben zich gecommitteerd aan Vendex, maar wat is dat waard als de beurskoers en daarmee de waarde van KBB boven het bod van Vendex liggen.