Guerrilla tussen de derde en de vierde etage

De Kamer behandelt deze week de begroting van Financiën. Portret van een ministerie waar de ambtenaren zich als een elitekorps beschouwen en de minister een urinaal cadeau hebben gedaan.

DEN HAAG, 29 sept. Het personeelsblad heet: 'Wij van Financiën'. Ambtenaren van Financiën, het elitekorps van de vierde macht. Zo beschouwen ze zichzelf, en zo worden ze vaak door hun collega's bij de andere departementen getypeerd.

Op Financiën zijn de verhoudingen hiërarchisch. Er heerst een streng esprit de corps. Op een departement als Economische Zaken heeft de macht van het idee de overhand boven status en positie. De huidige minister van Financiën, Gerrit Zalm, ondervond dat aan den lijve. Als ambtenaar voelde hij zich meer thuis bij Economische Zaken. Zalm houdt niet van grijs. En de Financiën-ambtenaar profileert zich via zijn tweedelig grijs of donkerblauw.

Met enig dédain aanschouwden de ambtenaren in 1994 dan ook de nieuwe bewindslieden Zalm en Willem Vermeend. Het duo kreeg de bijnaam 'de smarties', vanwege hun felgekleurde jasjes. Wanneer de bewindslieden in de buurt waren, werd de verklaring diplomatieker: Ze zijn erg slim en neigen ertoe alles beter te weten. En ze zijn eigenwijs. Zo ondertekende de nieuwe minister van Financiën, tegen het advies van zijn ambtenaren in, het voorwoord van de Miljoenennota met 'Gerrit Zalm', waar zijn voorganger schreef 'De Minister van Financiën, W. Kok'. Zalm heeft de etiquette gemoderniseerd. Op het departement mag iedereen Gerrit zeggen en schrijven. Maar na vier jaar 'paars' hebben nog veel ambtenaren daar moeite mee; of weigeren het principieel.

Grijs het kostuum, grijs ook de locatie. Het ministerie is in Den Haag beter bekend als de bunker. Het vier etages tellende gebouw is opgetrokken uit grauw beton. De benaming is toepasselijk, want onder het departement bevond zich jarenlang de officiële schuilkelder van de regering.

Financiën telt vier zogenoemde directoraten-generaal: generale-thesaurie, rijksbegroting, fiscale zaken en belastingen. De thesaurier-generaal is de belangrijkste adviseur van de minister en belast met het algemene financieel-economische en monetaire beleid. In 1970 besloot de toenmalige minister van Financiën, Johannes Witteveen, deze functie van 's lands schatkistbewaarder te verlichten. Er kwam een directeur-generaal voor de rijksbegroting, onder meer verantwoordelijk voor de Miljoenennota. Sinds die tijd is er sprake van een permanente guerrilla tussen de derde verdieping (waar de thesaurie zetelt) en de vierde (de locatie van begrotingszaken). Inzet: wie heeft de meeste invloed op de minister.

Op dit moment neemt de invloed van de vierde toe, zo valt in kringen rondom de minister te vernemen. Dit komt omdat overheidsfinanciën de grootste hobby is van minister Zalm. En daarnaast is sinds februari 1997 Kees van Dijkhuizen, oud-topambtenaar van Economische Zaken en een persoonlijke vriend van Zalm, plaatsvervangend directeur-generaal rijksbegroting. Van Dijkhuizen stond ook op het twee personen tellende lijstje van Zalm voor de functie van thesarier-generaal.

Deze post kwam vrij toen Henk Brouwer de overstap maakte naar De Nederlandsche Bank. Van Dijkhuizen's kansen namen niet toe, toen hij tijdens een ambtelijk overleg over loonkostensubsidies namens EZ partij koos voor Sociale Zaken en tégen Financiën. Uiteindelijk gaf Zalm de voorkeur aan een topambtenaar van Verkeer en Waterstaat, Jan Willem Oosterwijk, die vijf maanden na Van Dijkhuizen aantrad. De ambtenaren van Financiën waren zeer verbaasd dat 'een jongen van trein en bussen' thesaurier werd. Eén van de overwegingen van Zalm om te kiezen voor Oosterwijk was, dat hij een einde wilde maken aan de incestueuze verhouding tussen EZ en Financiën; tussen beide departementen wordt vaak van functie gewisseld.

Ministers Zalm heeft zijn guerrilla tussen de thesaurie en begrotingszaken, staatssecretaris Vermeend heeft te maken met de strijd tussen de directoraten fiscale zaken en belastingen. Fiscale zaken adviseert over het algemene belastingbeleid; belastingen (waar ondermeer de belastingdienst onder valt) voert het uit. Toen Vermeend in 1994 aantrad, trof hij een directeur-generaal fiscale zaken aan, zijn fietsvriend Dirk Witteveen, die in feite staatssecretaris was. Vermeend's voorganger, Marius van Amelsvoort, constateerde direct na zijn benoeming, eind jaren tachtig, dat “de glans er een beetje af is” - en de ambitieuze Witteveen rook zijn kans. Om de stammenstrijd te beslechten, installeerde Vermeend werkgroepen. Ze bestaan uit ambtenaren van de beide afdelingen, aangevuld met externe deskundigen, en zijn bedoeld om wetten te maken en beleid te ontwikkelen. In de zogenoemde fiscale staf, het overleg op maandagmorgen tussen Vermeend en zijn ambtenaren, stond het onderwerp 'stammenstrijd' aanvankelijk boven aan de agenda; nu komt het af en toe nog aan de orde bij de rondvraag.

Naast de strijd tussen de directoraten kent Financiën het “reguliere spanningsveld”, zoals het in het kennismakingsdossier voor de minister wordt omschreven, tussen Financiën I en Financiën II; oftewel het vakministerie versus de 'hoeder van de rijksbegroting'. Deze laatste taak wordt verricht door de 'inspectie rijksfinanciën': één van de meest gevreesde afdelingen in ambtelijk Den Haag met, althans zo zien ze dat zelf, slechts één vriend: de belastingbetaler. Maar ook een afdeling met humor: zij gaven Zalm bij zijn aantreden een urinaal. Als de ministerraad uitloopt door de informatie die deze afdeling heeft verstrekt, hoeft Zalm zich niet meer tussentijds te excuseren. Het staat nu op de souvenir-tafel van de minister.

Een frivoliteit op een departement dat een sober imago koestert; de belastinggulden is veilig bij Financiën. De paniek slaat toe wanneer aan dit beeld wordt getornd. Toen Financiën introk aan het Korte Voorhout stond aan de achterzijde een kunstwerk met een groot rond gat. Ambtenaren van andere departementen gaven het al snel de bijnaam 'het gat van Duisenberg', de toenmalige minister van Financiën. De PvdA-minister en de ambtelijke top waren geschokt. Het gat werd op een smalle rand na dichtgetimmerd. Een gulden van hout in grijs beton stelde het imago weer veilig.