Gesprek in EU over legbatterij muurvast

BRUSSEL, 29 SEPT. De discussie onder de ministers van Landbouw van de Europese Unie over minimumeisen aan legbatterijen voor pluimvee zit muurvast. Dat bleek gisteren tijdens de landbouwraad in Brussel waar een 'oriënterend debat' over de bescherming van legkippen in verscheidene houderijsystemen werd gehouden.

Het voorstel van landbouwcommissaris Fischler voor een richtlijn met minimumnormen voor huisvesting gaat uit van drie soorten onderkomens voor leghennen: volières, kale legbatterijen en verrijkte legbatterijen. Van alle legkippen in Europa zit 93 procent in een kale legbatterij, onder omstandigheden waarop al zeer lang van verschillende kanten felle kritiek is.

Uitgangspunt van Fischler is vooral die kale legbatterijen economisch onaantrekkelijk te maken door de normen die eraan worden gesteld flink aan te scherpen. Pluimveehouders zouden daardoor gedwongen zijn om te schakelen op diervriendelijker systemen. Het belangrijkste element uit dit voorstel is dat kale legbatterijen een minumumvloeroppervlakte moeten hebben van 800 vierkante centimeter per kip. Dat is fors groter dan het sinds 1986 in de Unie geldende minimum van 450 vierkante centimeter per kooi. Voor houders die willen omschakelen naar diervriendelijker huisvesting gelden overigens nu al vormen van subsidie.

Een meerderheid van de lidstaten vindt de normen zoals de Commissie die heeft voorgesteld veel te streng. Die meerderheid bestaat uit Frankrijk, Italië, België, Spanje, Portugal, Griekenland, Ierland en het doorgaans diervriendelijke Oostenrijk, dat op dit ogenblik voorzitter is. De noordelijke landen - Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken, Finland, Luxemburg en Nederland - gaan de voorstellen juist niet ver genoeg.

De Nederlandse minister Apotheker (Landbouw) probeert de Europese regelgeving ten minste op hetzelfde niveau te krijgen als het Nederlands Besluit Huisvesting Leghennen uit 1992. De inwerkingtreding van dit besluit is echter gekoppeld aan de invoering van vergelijkbare normen op Europees niveau. De voorzitter van de raad, de Oostenrijkse minister Molterer, hoopt dat er voor het eind van het jaar nog schot in de besluitvorming komt.