EU voelt nog niets voor voedselhulp aan Rusland

BRUSSEL, 29 SEPT. De raad van ministers van Landbouw van de Europese Unie voelt vooralsnog niets voor voedselhulp aan Rusland in de vorm van het sturen van overtollig rund- en varkensvlees. De Scandinavische landen hadden daar eerder deze maand op aangedrongen.

De Oostenrijkse voorzitter Molterer van de raad zei gisteren dat er op zijn minst eerst sprake moet zijn van een verzoek van Rusland zelf. Vervolgens moet goed worden nagegaan of de Russen de hulp op die plaats krijgen waar die nodig is, zodat de zendingen niet in handen van de mafia komen. Verder zal binnen de Europese Unie moeten worden bekeken hoe die hulp zou kunnen worden gefinancierd. Bovendien, zo stelt landbouwcommissaris Fischler, moet eerst de Wereldhandelsorganisatie (WTO) worden geraadpleegd, omdat dergelijke hulp mogelijk reguliere handelsstromen uit andere landen ondermijnt.

De hulp aan Rusland zou een oplossing kunnen zijn voor de opdoemende rund- en verkensvleesbergen binnen de Unie. Het ontstaan van die bergen is deels een gevolg van de daling van de koers van de roebel en de valutaschaarste in Rusland. De invoer van voedingsproducten uit het Westen is daardoor nagenoeg stil komen te liggen, terwijl de export van landbouwproducten naar Rusland de afgelopen jaren juist sterk was gestegen als gevolg van het ineenzakken van de eigen productie na de val van het Oostblok. Die uitvoer uit de EU-lidstaten is begin jaren negentig in betrekkelijk korte tijd verviervoudigd tot een niveau van vijf miljard ecu per jaar. Nederland was daarbij goed voor een half miljard ecu, ruim 1,1 miljard gulden.

Door het wegvallen van de export naar Rusland zullen overschotten op de Europese markt ontstaan, wat prijsdalingen tot gevolg heeft. En dat zal weer leiden tot een groter beroep op de traditionele marktinstrumenten binnen de Europese gemeenschap als het subsidiëren van export naar landen buiten de EU (zogeheten restituties) en interventies, het opkopen van overschotten door de Commissie om de prijs op peil te houden.

Volgens analyses van de Commissie worden vier sectoren nu het zwaarst getroffen. De rundvleesexporteurs voerden vorig jaar nog 427.000 ton uit. Doordat die uitvoer nu goeddeels is weggevallen verwacht de Commissie dat er hier een overschot ontstaat van 300.000 ton, terwijl er al een rundvleesberg lag met een omvang van 580.000 ton, die vooral is ontstaan door een verminderde consumptie als gevolg van de gekkekoeienziekte (BSE).

De uitvoer van boter naar Rusland bedroeg 293.000 ton, die van kaas 150.000 ton. Van beide producten wordt vrijwel niets meer naar Rusland geëxporteerd. Ook werd er vorig jaar nog 293.000 ton pluimvee vanuit de lidstaten naar Rusland uitgevoerd. Ook deze sector krijgt zware klappen.

De varkenssector kan de Ruslandcrisis nog het slechtst hebben. De uitvoer bedroeg vorig jaar nog 340.000 ton, maar daar is ook vrijwel niets van overgebleven. De varkenssector kampt daarnaast met een groot productie-overschot binnen de Unie zelf. Dat overschot noemt de Commissie regelrecht dramatisch. Door het wegvallen van Nederland als 'grootproducent' van varkensvlees met de uitbraak van klassieke varkenspest in februari '97 is de productie in verscheidene lidstaten sterk gestegen om in de ontstane lacune te voorzien. Het opvoeren van die productie is echter veel te omvangrijk geweest. In '96 werden binnen de Unie nog 190 miljoen vleesvarkens geslacht, waarvan 24 miljoen in Nederland. Toen in '97 niet alleen Nederland, maar ook Duitsland, België en Spanje door varkenspest werden getroffen zijn andere landen in dat gat gesprongen met als gevolg dat dit jaar ongeveer tien miljoen vleesvarkens meer worden geslacht dan in '96. Nederland is dit jaar weer behoorlijk vertegenwoordigd met ongeveer 20 miljoen varkens en zorgt zo mede voor dat overschot.

Hoewel er veel meer productie is, is de vraag geringer. Want niet alleen Rusland is weggevallen als afnemer, ook voor een aantal landen in het Verre Oosten is Europees varkensvlees onbetaalbaar geworden. Daarbij komt dat de VS intussen fel concurrentie bieden. Gevolg daarvan zijn zodanige prijsdalingen geweest dat varkenshouders op dit ogenblik ver beneden de kostprijs leveren.