Een krakend model

ROTTERDAM, 29 SEPT. Van de laatste 66 jaar heeft de Zweedse sociaal-democratische partij er maar liefst 57 geregeerd. Het is het land aan te zien. Het veelgeroemde Zweedse model heeft zijn burgers ingedekt tegen alle mogelijke risico's. Van betaald ouderschapsverlof voor vaders tot een riante pensioenregeling, van een algemene ziektekostenverzekering tot goedkope kinderopvang.

Maar het model kraakt. Toenemende werkloosheid heeft de welvaartsstaat duur gemaakt. Te duur, vinden zelfs veel sociaal-democraten. Een paar jaar geleden begon premier Göran Persson daarom drastisch te bezuinigen.

Tijdens de recente verkiezingscampagne beloofde Persson een extra belasting af te schaffen, maar hij bleef hameren op de noodzaak om de overheidsuitgaven in de hand te houden. Dat laatste had hij misschien beter niet kunnen doen. De kiezers hebben hem er hard voor gestraft. Ze schoven op naar links, waar nog wel de bereidheid bestaat om diep in de buidel te tasten om het systeem in stand te houden.

De ontwikkeling in Zweden staat model voor die in de Scandinavische buurlanden. De vanzelfsprekendheid waarmee de sociaal-democraten, nu nog aan de macht in Denemarken en Finland, na de verkiezingen altijd weer een regering hebben gevormd is verdwenen.

Het Scandinavische model kan zich niet meer koesteren in het relatieve isolement waarin het zo goed gedijde. De markten zijn vrij en bedrijven aarzelen niet hun tenten elders op te slaan als het financiële klimaat daar gunstiger is. Niet voor niets kunnen in landen als Zweden en Denemarken partijen gemakkelijk stemmen winnen door zich af te zetten tegen de Europese Unie.