Zalm neemt afstand van Duitsland inzake euro

WENEN, 28 SEPT. Minister Zalm (Financiën) vindt dat Duitsland zich “conservatief” opstelt door zich te verzetten tegen een aparte vertegenwoordiging bij internationaal financieel overleg van de landen die aan de euro deelnemen. Hij zei zaterdagavond na afloop van informeel overleg van de ministers van Financiën van de Europese Unie dat hij om pragmatische redenen niet meer eensgezind met Duitsland optrekt.

Zalm is, net als zijn Duitse collega Waigel, afgelopen voorjaar gezwicht voor Franse druk om naast het overleg van de ministers van Financiën van de EU (de zogenaamde Ecofin) een aparte vergadering te houden van de ministers van Financiën van de elf landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). Frankrijk wilde dat die vergadering, de zogeheten Euro-11, de politieke tegenhanger zou worden van de onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB). Ten slotte werd overeengekomen dat die Euro-11 slechts een informeel overleg zou zijn. Besluiten kunnen alleen worden genomen door de Ecofin van alle vijftien lidstaten van de EU.

Maar omdat het eurogebied met één stem wil spreken op bijeenkomsten van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en van de tot de G-7 behorende geïndustrialiseerde landen, willen veel landen dat de Euro-11 een serieuzer instituut wordt dan alleen een informeel overlegorgaan. De meeste eurolanden vinden dat het eurogebied op bijeenkomsten van IMF en G-7 niet alleen vertegenwoordigd moet worden door de president van de ECB, maar ook door het roulerende voorzitterschap van de Euro-11. Alleen Duitsland verzet zich hier sterk tegen. Het vindt dat alleen ECB-president Duisenberg namens het eurogebied naar buiten moet optreden.

De Duitse opstelling heeft vooral gevolgen voor de positie van het eurogebied bij de G-7. Bij het IMF zijn alle eurolanden zelf al vertegenwoordigd. Daar gaat het er vooral om dat zij geen verschillende standpunten verkondigen. Bij de G-7 zouden alleen Duitsland, Frankrijk en Italië als leden van dat informele overleggezelschap naast Duisenberg namens het eurogebied kunnen praten.

Zalm zei zaterdag dat hij zich inspant voor een vertegenwoordiging van de Euro-11 in de G-7, omdat Nederland daardoor de mogelijkheid krijgt aan een overleg deel te nemen waar het tot nu toe buiten staat. Als Nederland het roulerende voorzitterschap van de Euro-11 bekleedt, zou het zelf bij het G-7 overleg kunnen aanschuiven. “Ik ben pragmatisch. Als we in een club kunnen komen waar we niet in zitten, dan pak ik het. Dat is in het Nederlands belang”, zei hij.

De Franse minister van Financiën, Strauss-Kahn, die aanvankelijk had voorgesteld om de Euro-11 uitsluitend door Frankrijk, Duitsland en Italië in de G-7 te laten vertegenwoordigen, kwam tijdens het overleg tegemoet aan bezwaren van landen die zich buitengesloten menen. Hij aanvaardde aanwezigheid van de roulerende voorzitter van de Euro-11 bij de G-7. Aangenomen werd echter dat de Verenigde Staten bezwaar zullen aanvoeren tegen een te groot Europees gezelschap aan de G-7 tafel. Daarom stelde Strauss-Kahn voor om eventueel de directeuren van de centrale banken van Duitsland, Frankrijk en Italië niet meer aan de besprekingen te laten deelnemen. Zalm zei dit compromis beter te vinden dan een gecompliceerder compromisvoorstel van de Belgische minister Viseur, dat hij een dag eerder nog had gesteund. Maar de constructie van Strauss-Kahn vond geen genade in de ogen van de president van de Bundesbank, Tietmeyer, die vindt dat hij altijd bij monetair overleg van de G-7 aanwezig moet zijn. Ook de Franse vice-president van de ECB, de voormalige gouverneur van de Banque de France Trichet, vond dat de topman van de Franse centrale bank bij de G-7 niet mag wijken voor de voorzitter van Euro-11.

De ministers van Financiën hebben afgesproken dat zij de externe vertegenwoordiging van het eurogebied op 1 december opnieuw zullen bespreken. Dan zal een voorstel over deze zaak op tafel liggen van de Europese Commissie en zal de huidige voorzitter van Euro-11 en Ecofin, de Oostenrijkse minister Edlinger, zijn mening ook hebben gepresenteerd. De ministers van Financiën willen de zaak geregeld hebben voordat de munten van elf landen met ingang van 1 januari volgend jaar opgaan in de euro. Bij de meningsverschillen die daarvoor moeten worden overbrugd is dat met Duitsland het belangrijkste. Bij het overleg zaterdag van de Europese ministers van Financiën was wat dat betreft vooral de vraag of Duitsland dat probleem zelf zou oplossen door na de verkiezingen van opstelling te veranderen.