Van der Reijden houdt grote schoonmaak bij NOC*NSF

HILVERSUM, 29 SEPT. Het bestuur van NOC*NSF zal tijdens de ledenvergadering op 3 november in zijn totaliteit aftreden. Het is een van de gevolgen van de grote omwenteling die de overkoepelende sportbond volgens interim-voorzitter Joop van der Reijden moet ondergaan. De oud-staatssecretaris legt deze week in een brief aan de sportbonden uit dat de organisatie van NOC*NSF op liefst 34 punten dient te veranderen. “Het moet een echte professionele organisatie worden”, aldus Van der Reijden, in het dagelijkse leven voorzitter van omroeporganisatie Veronica.

Om de plannen van Van der Reijden te verwezenlijken, moeten er rigoureuze maatregelen worden genomen. Zo zal afgezien van het bestuur ook directeur Ben Verkerke vertrekken. “Met elkaar hebben ze een vorm van besturen ontwikkeld die niet goed is”, stelt Van der Reijden vast. De interim-voorzitter kwam onder meer tot zijn conclusies door de sterke kritiek die de bondsvoorzitters op de gang van zaken bij NOC*NSF hebben. “Natuurlijk zijn er nu mensen teleurgesteld, soms zelfs boos. Maar ik ben aangesteld omdat er iets aan de hand was. En in zo'n positie maak je nooit vrienden. Dan maar een paar etentjes per jaar minder. Ik zit hier niet voor de glamour.”

Op 3 november moeten de bonden op de ledenvergadering hun goedkeuring aan de plannen geven. Op die dag zal er ook een nieuw bestuur worden voorgedragen. De meest opvallende namen binnen het voorlopig tienkoppige college zijn die van oud-staatssecretaris E. Terpstra en R. Vreeman, burgemeester van Zaandam en oud-voorzitter van de PvdA. W. Cornelis, die volgende week zaterdag aftreedt als voorzitter van de hockeybond, en de voormalige preses van de basketbalbond, F. Brink - voorzitter van de NCRV - zijn ook bereid gevonden de sportkoepel te besturen.

Het huidige bestuurslid E. Faber keerterug, maar niet als penningmeester. Die functie zal worden bekleed door J. Gerrits-Jans, een register-accountant en secretaris van de zwembond. Verder zijn van het aftredende bestuur P. Vogelzang en E. de Lange terug te vinden in het nieuwe college. Volgens Van der Reijden hebben de twee te kort zitting om onder “de collectieve beoordeling” te vallen. Overigens heeft ex-roeister I. Donkervoort niet tot 3 november willen wachten met aftreden en inmiddels al afscheid genomen. Anton Geesink behoudt als lid van het IOC het recht op een bestuursfunctie.

Zelf heeft Van der Reijden (71) aangegeven dat hij in ieder geval voor nog een half jaar het voorzittersschap wil bekleden. Ook over een langere termijn valt er met hem te praten. Hij wenst zich echter niet vast te leggen voor de gebruikelijke periode van vier jaar. “Zoals ik er nu over denk, is dat te lang. Ik heb er ook geen behoefte aan dat iedereen denkt dat die oude vent straks in 2000 in Sydney lekker door het olympisch dorp wil lopen en naast Samaranch wil staan. Daar gaat het me allemaal niet om.”

Verscheidene mensen, onder wie Geesink, hebben Van der Reijden al verzocht of hij de komende vier jaar NOC*NSF wil blijven aanvoeren. “Ik heb destijds gezegd dat ik binnen veertien dagen een nieuwe voorzitter kon vinden. Dat zou me nog steeds lukken. Maar het lijkt me hoogst onverstandig om dat nu te doen. We moeten eerst kijken wat voor iemand bij het nieuwe bestuur past.” Van der Reijden heeft iemand op het oog en sprak al met de betreffende persoon. Een naam noemt hij niet. “Ik weet wie ik wil hebben.”

Van der Reijden gaat er vanuit dat de nieuwe man of vrouw eind volgend jaar aantreedt. “NOC*NSF heeft een heel andere voorzitter nodig dan tot nu toe het geval is geweest. In de twaalf jaar dat ik ben weggeweest uit de sport is me vooral opgevallen dat de maatschappelijke betekenis ervan flink is toegenomen. Dat is van invloed op de keuze van nieuwe bestuurders. Je kan niet meer volstaan met iemand die ooit de 100 meter binnen de elf seconden heeft gelopen.”

Van der Reijden werd na het aftreden van Wouter Huibregtsen in februari gevraagd interim-voorzitter van NOC*NSF te worden en tevens de organisatie van de sportkoepel door te lichten. Dat was een verzoek van hetzelfde bestuur dat hij nu heeft verzocht af te treden. “Dat is de tragiek”, beseft Van der Reijden, die niet had verwacht op Papendal op zo veel complicaties te stuiten en daarom NOC*NSF “een handenbindertje” noemt. “De werksfeer was zeker niet onplezierig, maar er waren te veel eilandjes.”

Hij onderwierp de organisatie op Papendal een half jaar lang aan een grondig onderzoek en stelde vier rapporten samen over verschillende aspecten van de sportkoepel. Voor de financiële administratie riep Van der Reijden de hulp in van het accountants- en adviesbureau Coopers&Lybrands. “Er was geen geld weg, maar er waren wel, noem het maar, ondoorzichtige geldstromen.”

Het grootste verwijt dat Van der Reijden het huidige bestuur maakt, is dat zde bestuurders zich te veel hebben bemoeid met de dagelijkse gang van zaken. “Er was een veel te grote vermenging van de beleidsontwikkeling en de uitvoering. Er zal in de toekomst op afstand moeten worden bestuurd. De directie, en alleen de directie, is met het bureau verantwoordelijk voor de uitvoering.”

Volgens Van der Reijden is absoluut geen sprake geweest van een wanprestatie. “Oh nee, zeg. Ik ben ook het ook helemaal niet eens met Anton Geesink als hij zegt dat Mickey Huibregtsen niets heeft betekend voor de sport. Integendeel.”

Van der Reijden verwacht dat zijn plannen op 3 november niet door de ledenvergadering zullen worden gedwarsboomd. Hij voerde de afgelopen maanden in zijn kantoor in Hilversum al uitgebreide individuele gesprekken met zo'n 25 bondsvoorzitters. Collectief maakte Van der Reijden twee weken geleden met vertegenwoordigers van de bonden “een wandeling door de rapporten”. Hij kreeg toen bijval. “Ik heb tot dusver geen indicatie dat de leden mij zullen terugfluiten”, aldus Van der Reijden. Als zijn bevindingen in de wind worden geslagen, trekt hij zijn consequentie. “Dan ben ik gewoon weg. En verder no hard feelings. Ik beschouw dit als een hobby.”