Republikeinse bril

Misschien komt het dat ik, in het begin van deze eeuw, ben opgegroeid in een echt ouderwets republikeins gezin, dat ik zo verbaasd en soms geërgerd ben door het artikel van Jan Prillevitz (NRC Handelsblad, 10 september).

Merkwaardig is, dat de heer Prillevitz na zijn bespreking van de zonden van Wilhelmina onmiddellijk overspringt op die van Beatrix en dus de periode van Juliana helemaal overslaat. Want juist in die tijd zijn er een paar incidenten geweest, die een conflict tussen monarch en ministers inhield en die op niet geheel grondwettelijke wijze zijn opgelost. Het ernstigste conflict is geweest de weigering van Juliana om na 1948 nog doodvonnissen te ondertekenen. Zij heeft daarmee opeenvolgende ministers van Justitie voor problemen gesteld, die onder de naam 'De vier (later drie) van Breda' grote beroering brachten en werkelijk groot verdriet bij een deel van de bevolking.

En van de huidige monarch worden vervolgens allemaal lelijke dingen verteld, of eigenlijk maar verondersteld, want ze worden alleen door bewindslieden 'onder vier ogen' aan de schrijver onthuld. De betrokkenen zijn bang of te kruiperig om dat te onthullen. En Beatrix schijnt wel de initiatiefneemster te zijn geweest van de paarse kabinetten, want 'monarchen zijn dol op depolarisatie'. Zou het ook kunnen zijn dat depolarisatie tussen kapitaal en arbeid door andere factoren wordt bepaald en dat nieuwe politieke tegenstellingen (die tussen 'groei' en 'groen' bijvoorbeeld, of die tussen landen met een sterk groeiende en die met een sterk stagnerende bevolking) nationaal en internationaal nog niet tot politieke partijen zijn uitgegroeid?

In elk geval - hoewel ik een feministe ben en als vrouw 'dol op royalty' - heb ik op Prinsjesdag mijn republikeinse bril maar eens opgezet en ben op zoek gegaan naar symptomen van de republiek, die 'eraan komt' en naar dat 'smeulende verzet', dat er op zo'n dag toch wel te vinden zou moeten zijn. En, ik moet zeggen, er was veel dat me ergerde. Al die gehuurde manegepaarden, met die verklede boerenzonen er naast of erop. Die 'hoogwaardigheidsbekleders' met onduidelijke functies, die wat ongemakkelijk op hun paarden zaten; die protserige 'gouden' koets, die na 100 jaar toch echt wel een rustige oude dag in een museum verdiend heeft. Aan de andere kant heb ik geen enkel spoor gevonden van republikeins verzet; geen spandoeken van oude of nieuwe 'Republikeinse Genootschappen', geen boze kreten, geen rode of zwarte vlaggen, zelfs geen rookbommetje. En binnen een ontspannen Paul Rosenmöller, vrolijk pratend met de prinsen en een aardige Kamervoorzitster die de koningin behendig door de menigte loodste.

Natuurlijk kunnen we best eens een discussie houden over vervanging van de monarchie door een republiek. Maar dan wel graag met de nadruk op de alternatieven: wat willen we voor soort president, een machtige die zelf de ministers kiest en de ambassadeurs benoemt, of een persoon die alleen de natie representeert en het regeren aan een verantwoordelijk kabinet overlaat? En hoe willen we hem kiezen? Moet hij zichzelf kandidaat stellen eerst in een partij en vervolgens voor het volk of wordt hij voorgedragen door een kiescollege uit die partijen en voert die vervolgens campagne?

We zouden, denk ik, uitkomen op een gekozen president, zoals in Duitsland of Israel, met weinig macht en wel veel invloed, een 'elder statesman', die nog ambities heeft. We hebben er genoeg: Lubbers, Van Agt, Bolkestein, Van Kemenade of ons aller Erica. De oranjepakjes en vlaggetjes kunnen we dan allemaal voor de voetbalfeesten reserveren.