Ongebreidelde hetze tegen Clinton legt dieperliggend probleem bloot

Clinton heeft steken laten vallen in de zaak-Lewinsky. Maar de regen van haat die Clinton deelachtig is geworden maakt duidelijk dat de problemen dieper zitten dan een spannend decolleté, meent André Spoor.

Zijn de Amerikanen collectief gek geworden?, vragen velen in de wereld zich af nu de Lewinsky-affaire ertoe heeft geleid dat de Amerikaanse president voor het oog van de wereld wordt vernederd en zijn politieke effectiviteit ontkracht. Het antwoord is neen. Tweederde van het Amerikaanse volk heeft, ondanks zijn 'puriteinse traditie' genoeg van het onderzoek naar het seksleven van Clinton en het naar buiten brengen van irrelevante intieme details. (Misschien wel omdat volgens de statistieken nog meer dan tweederde van deze puriteinen zelf vreemd gaat in het huwelijk). Niet gek, maar onverantwoordelijk ageren die maatschappelijke instellingen die hun slopershamer laten neerkomen op traditionele waarden zoals het respecteren van de tegenstander in de politieke arena, een onafhankelijke rechtspraak, gelijke behandeling van alle burgers en het recht op privacy.

President Clinton, die sinds hij erkend heeft dat zijn relatie tot de stagiaire Monica Lewinsky 'ongepaste' vormen had aangenomen in de Amerikaanse pers alom als de hoofdschuldige van het drama wordt aangewezen, heeft zeker steken laten vallen. Natuurlijk was het zeer onverstandig een mini-affaire met een stagiaire te hebben. Een staatshoofd leeft in een glazen kooi en kan zijn privéleven niet waterdicht afschermen. Maar wel blies de pers, die seksueel superactieve presidenten als Kennedy en Johnson op dit punt steeds respectvol met rust liet, vanaf de eerste geruchten de affaire op tot idiote proporties. Hoe dan ook, Clinton treft blaam, maar de proporties die de haat van extreem rechts zou aannemen tegen dit 'kind van de jaren zestig', deze tegenstander van de oorlog in Vietnam, deze jongen uit de armste staat van de unie, die de eerste niet-miljonair sinds vele decennia is die het Witte Huis wist te veroveren had hij onmogelijk kunnen voorzien. Dat zijn misgelopen investering in het Whitewater-onroerend-goed-project (nu 24 jaar geleden) onderwerp zou kunnen worden van een onderzoek door een speciaal daarvoor aangestelde 'onafhankelijke aanklager', dat vier jaar zou duren en de belastingbetaler 40 miljoen dollar zou kosten had hij alleen met een zesde zintuig kunnen bevroeden.

Honderden journalisten hebben in de zaak, die aangeblazen werd door Clintons kleurrijke opschepperige ex-vriend James McDougal en de beruchte racist en Clinton-hater ex-rechter Jim Johnson, gespit; twee parlementaire commissies hebben elk detail onderzocht; de onafhankelijke aanklager Kenneth Starr heeft zich een ongeluk gezocht naar belastend materiaal.

Resultaat: nul. Maar wel niet aflatende publiciteit, vooral in de New York Times dat het 'schandaal' als eerste onthulde. De civiele klacht van Paula Jones in 1994 tegen de president zal Clinton en het Witte Huis ook meer dan verrast hebben. Mevrouw Jones herinnerde zich jaren na dato dat, toen zij als receptioniste in een hotel werkte, de toenmalige gouverneur van Arkansas Clinton haar in zijn kamer had uitgenodigd en haar om orale seks had gevraagd. De mogelijkheid de president alsnog aan te klagen wegens 'ongewenste seksuele intimiteiten' was verjaard, maar Paula Jones beweerde door het incident psychische schade te hebben opgelopen en door Clinton in haar carrière te zijn geschaad omdat zij hem niet ter wille was geweest. Haar bewijsmateriaal was pover. Documenten gaven juist normale loonsverhogingen en carrière-verbeteringen aan. Desondanks kon zij, gefinancierd door ultra-rechtse schatrijke Clinton-haters en daardoor voorzien van een batterij advocaten en zelfs perswoordvoerders, haar zaak in de publiciteit houden en zelfs naar het Opperste Gerechtshof brengen. Dit gedurende twaalf jaar van rechts Republikeins bewind (acht jaar Reagan, vier jaar Bush) met conservatieve Republikeinen volgepakte college nam de onzalige beslissing dat mevrouw Jones haar civiele klacht tegen Clinton tijdens zijn presidentschap naar voren mocht brengen. De zaak zou de president maar weinig tijd kosten en nauwelijks afleiden van zijn staatszaken, dachten de heren opperrechters. Ze vergisten zich. Opnieuw nam de zaak een verbluffende, niet te voorziene wending. Lewinsky, met wie Clinton zijn 'ongepaste' betrekkingen allang had beëindigd, werd als getuige opgeroepen omdat Jones' advocaten, getipt over de relatie door een voormalige Witte Huis employé Linda Tripp, een patroon van seksueel liederlijk gedrag bij Clinton wilden vaststellen. Hoewel dit niets had uit te staan met Jones' klacht in haar carrière te zijn geschaad, liet de rechter Lewinsky getuigen.

Ook Clinton moest getuigen en werd daarbij geconfronteerd met de irrelevante, maar door de rechter toegestane vraag of hij seksuele relaties met Monica L. had gehad. De advocaten van Jones hadden hiervoor een drieledige definitie van 'seksuele betrekkingen' uitgewerkt die zo ruim was dat ook de rechter het te gek vond. Zij liet alleen de eerste paragraaf van de definitie toe. Ondanks het feit dat de wereldpers al maanden lang bol staat van de Lewinsky-verhalen en commentatoren haarfijn weten uit te leggen dat de president op de vraag naar 'seksuele betrekkingen' onder ede loog en dus meineed pleegde, hebben maar weinig media ruimte vrij weten te maken voor de definitie zoals die door rechter Wright aan Clinton werd voorgelegd. Hier volgt zij: Contact with the genitalia, anus, groin, breast, inner thigh, or buttocks of any person with an intent to arouse or gratify the sexual desire of any person. Op basis hiervan zei Clinton geen seksuele relaties met Monica Lewinsky te hebben gehad. Juridisch waarschijnlijk houdbaar, hoewel uiteraard misleidend over wat tussen beiden was voorgevallen. Maar Clinton had geen reden een irrelevante vraag in een civiele procedure van een mevrouw wier staf aan advocaten en woordvoerders gefinancierd werd door schatrijke ultrarechtse Clinton-tegenstanders, waarheidsgetrouwer te beantwoorden. Had hij moeten zeggen: 'Onder Uw definitie, mevrouw de rechter, heb ik geen seksuele relaties met mevrouw Lewinsky gehad, maar nu we het hier toch over hebben: ze heeft mij wel een aantal keren oraal bevredigd?'

Dat na deze getuigenis de speciale aanklager Starr toestemming zou krijgen de verhouding van de president met Monica te gaan onderzoeken als voorbeeld van een patroon van behindering van de rechtsgang en wellicht meineed, dat inzicht zou kunnen geven in het totaal vastgelopen Whitewater-onderzoek, moet de zoveelste verrassing voor Clinton geweest zijn. Meineed in civiele zaken is zelden aanleiding voor een strafrechtelijkonderzoek. Dat Starr al aan de slag mocht gaan voordat er een uitspraak was in de Jones-zaak is zo extreem dat de vorige onafhankelijke aanklager (in de Irangate-affaire) Lawrence E.Walsh erover schreef zoiets in zijn zestigjarige juridische praktijk nog niet te hebben meegemaakt. In de Jones-zaak kreeg overigens Paula Jones op alle punten ongelijk en werden de getuigenverklaringen inzake de Lewinsky-connectie alsnog als irrelevant aangemerkt.

Nu we bijna dagelijks uit Clintons mond moeten horen dat het allemaal zijn schuld is en hij er zo'n vreselijke spijt van heeft wordt het steeds moeilijker de blaam voor het verlies aan prestige, gezag en geloofwaardigheid die het presidentschap heeft geleden nog ergens anders te leggen dan bij de boetvaardige bewoner van het Witte Huis. Toch is dat juist nodig om te zien wat fout is gegaan. Medehoofdschuldige aan het drama is het parlement dat in zijn meest recente, derde versie van de wet op de onafhankelijke aanklager zo weinig beperkingen heeft geformuleerd dat deze eindeloos kan spitten in de verledens en hedens van hoge functionarissen op zoek naar misdrijven die afzetting of vervolging zouden kunnen rechtvaardigen. Zo kon het ambt een partijpolitiek instrument worden, zeker met een aanklager als Starr die al openlijk zijn afkeer van Clinton uitsprak nog voordat hij benoemd was. De totaal doorgeschoten activiteiten van Starr krijgen in het huidige Congres steun van de Republikeinse meerderheid. Dit is immers niet zomaar een meerderheid. Vooral het Huis zit vol met rabiate, ultrarechtse scherpslijpers die hun extreem conservatieve fractieleider Newt Gingrich, twee jaar geleden nog door het Huis berispt wegens belastingontduiking en misleiding van een parlementaire commissie van onderzoek, vaak veel te gematigd vinden. Gingrich en de voorzitter van de juridische commissie van het Huis, Henry Hyde, die dezer dagen moest toegeven in het verleden zeven jaar lang een buitenechtelijke verhouding te hebben gehad, waren verantwoordelijk voor de beslissing de door Starrs team afgenomen, officieel 'geheime' verhoren in de Lewinsky-zaak vrij te geven voor publicatie. De procedure in de richting van afzetting die de Republikeinen in het Huis kunnen afdwingen zal dan weer gepaard gaan met gênante hoorzittingen en wellicht tot diep in 1999 duren. Het presidentschap zou er door verlamd raken, ook al lijkt twijfelachtig dat de Senaat tenslotte met tweederde meerderheid Clinton ooit gaat afzetten. Maar gezien de crises waarmee de wereld nu geconfronteerd wordt zou Clinton, als een dergelijke procedure begint te rollen, wel op moéten stappen.

De Amerikaanse pers bepleit dit sinds enige tijd, terwijl diezelfde pers zonder meer een van de andere hoofdschuldigen is in het drama. Zij heeft, de moreel hoog van de toren blazende New York Times vooraan, honderden roddels en niet nagetrokken geruchten via krant en scherm de wereld in getoeterd, helaas vaak zonder meer overgeschreven door de wereldpers. Zij heeft het Republikeinse spelletje meegespeeld en zich geconcentreerd op de seks. Onderzoeks-journalistiek naar de politieke en financiële machten en krachten achter de maar aanhoudende publiciteit over Clintons 'schanddaden' werd nauwlijks bedreven. Whitewater en de dames in Clintons leven bleven de 'waakhond van de Amerikaanse democratie' biologeren. In het Amerika van Jerry Springer, voor wiens camera zich avond aan avond Amerikanen vrijwillig emotioneel onbloten, wordt het duidelijk steeds moeilijker, ook voor wat eens de serieuze pers was, het begrip privacy te zien als iets anders dan een achterhaalde waarde.

Of Clinton Monicagate overleeft of niet lijkt niet meer Amerika's hoofdprobleem. Dat is eerder het verdwijnen van de faire politieke discussie en het opkomen daarvan in plaats van een niets ontziende politieke strijd, waarin tradities, instituties, de rechtsgang, het privé-domein genadeloos worden opgeofferd aan partijgebonden doelen. Wie in Amerika kijkt of luistert naar wat ultrarechtse moraalridders over hun publiek uitgieten aan haatteksten, beledigingen en leugens over politieke tegenstanders begrijpt dat de problemen dieper zitten dan het decolleté van Monica Lewinsky waar Clinton ooit opgewonden van raakte.