Ode aan de nieuwsgierigheid

Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om geld, hoe belangrijk geld ook is. Uiteindelijk gaat het om iets heel anders, iets dat we meestal vaagweg met 'geluk' aanduiden. Daar zijn verschillende soorten van, en niet elk van die soorten wordt bevorderd of hoeft bevorderd te worden door de overheid, maar het is wel mooi als voor het gelukkig-worden plaats is ingeruimd.

Het gaat mij hier nu meer in het bijzonder om het geluk en de universiteit.

Studeren en wetenschappelijk onderzoek doen, de twee hoofdtaken van respectievelijk studenten en docenten, staan in dienst van de vermeerdering van kennis en de zoektocht naar waarheid. Wat is er zo geweldig aan kennis en waarheid? Niet dat ze omgezet kunnen worden in geld, want er is allerlei kennis en waarheid die (vooralsnog of überhaupt) niet tot winst leidt. Kennis en waarheid maken gelukkig. De man die de stelling van Fermat oploste verklaarde, met tranen in de ogen, dat dat de gelukkigste dag van zijn leven geweest was. Maar het staat wel vast dat dat niet de enige gelukkige dag in zijn leven geweest is. Alle dagen die hij in volkomen concentratie besteedde aan het zoeken van de oplossing, de dagen dat hij iets meende te zien, dat hij een stapje vooruit deed, dat waren allemaal gelukkige dagen. Natuurlijk waren er ook dagen dat hij vastliep, onrustig werd, zin had het bijltje erbij neer te gooien. Maar concentratie, aandacht, het verdwijnen in het moment zijn vormen van geluk.

Een mooi voorbeeld daarvan stond onlangs in het literaire tijdschrift De Revisor, waarin Jan Fontijn schreef over Paul Valéry, een hartstochtelijk analyticus. Op een dag zit hij boven zijn schriften en hoort een vogel fluiten. “Er is alleen de werkelijkheid van het geluid, de afwezigheid van de tijd, men is even in een eeuwig heden.” Om dat gevoel gaat het.

Aan concentratie moet nog iets voorafgaan: nieuwsgierigheid. Daarzonder hoeft niemand te gaan studeren of zich in enigerlei onderzoek te begeven. Wie niets wil weten, wie geen vragen heeft, die heeft aan een universiteit niets te zoeken. Die vragen staan natuurlijk niet altijd in dienst van iets dat geld oplevert, zoals de onderwijs-stroomlijners, de derde-geldstroommensen, de maatschappelijke relevantie-freaks zo dolgraag zouden willen. Nieuwsgierigheid is gewoon nieuwsgierigheid en een beetje universiteit is blij met nieuwsgierige mensen want die zijn uit op vermeerdering van kennis en waarheid.

“Doorbraken in het wetenschappelijk denken komen slechts bij uitzondering tot stand door in te haken op de tijdgebonden vragen van burgers, bedrijven en overheden, en zeker niet door toepassing van reeds bestaande kennis en inzichten. Zonder de dromer die zich vastbijt in een 'rare' onderzoeksmaterie, of de 'nerd' die tot in den treure met schijnbaar zinloze proefnemingen bezig is, zal onderzoek niet grensverleggend kunnen zijn”, schreven Klaas Groenveld en Patrick van Schie van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, vorige week terecht.

Hun gelijk werd dezelfde dag nog geïllustreerd door een stuk in de wetenschapsbijlage van Trouw over Barry Marshall, de Australische onderzoeker die begin jaren tachtig ontdekte dat een maagzweer niet veroorzaakt wordt door stress maar door een bacterie. Een docent toonde Marshall, toen nog arts-in-opleiding, de bacterie, aangetroffen in de maag. Beiden waren in eerste instantie alleen maar verbaasd dat er een bacterie uit een maag was gekomen, aangezien de theorie beweerde dat geen bacterie het daar uithoudt. “Uit pure nieuwsgierigheid zijn we de zaak toen verder gaan onderzoeken. Een verband met maagzweren kwam nog helemaal niet in ons op”, vertelt Marshall.

Zo gaat dat dus. Nieuwsgierigheid. Aandachtig en verbeten verder zoeken. Het geluk van de concentratie op een onderwerp. En toevallig, als aangenaam bijproduct, leidde dat in dit geval tot iets dat ook nog maatschappelijk toepasbaar is.

Dat is lang niet altijd zo en dat hoeft ook helemaal niet. Wetenschap is in dat opzicht verwant met kunst. Niet uit op oplossingen maar op het tonen van de ingewikkeldheid, van de oneindige vertakkingen van alles, en daarin laat men dan patronen zien. Zoals Vladimir Nabokov eens schreef: “Hersenen moeten op de moeilijke manier werken of hun roeping en status verliezen.” Er is geen kortere weg dan de omweg om iets te weten te komen.

En soms zijn er zelfs geen patronen. Soms is er alleen maar verscheidenheid, details, een geestesgesteldheid. Wat worden wij wijzer van de brieven van Bilderdijk bijvoorbeeld? Niets - maar veel. Wie jarenlang in archieven heeft gezocht, handschriften heeft ontcijferd, geprobeerd heeft te achterhalen wat er met namen, verwijzingen, toespelingen, gebeurtenissen precies bedoeld is, die heeft meer geld gekost dan opgeleverd. Maar dat geeft niet. Want zo iemand, die dat in dienst van de universiteit heeft gedaan, die heeft iets anders opgeleverd dan geld. In de eerste plaats kennis, over Bilderdijk en zijn tijd en kring. En in de tweede plaats geluk. Het eigen geluk van het aandachtige werk, van de vreugde om iets te vinden, iets op te helderen, iets voor het eerst te begrijpen. En ons geluk, want wij kunnen nu die brieven lezen en in contact komen met een deel van de wereld dat we nog niet kenden waar we niet bij zouden hebben kunnen komen zonder al deze inspanning.

En wie dan 'nou en' zegt, die wil de wereld zo plat maken als de eigen hersenpan. Die houdt niet van haar oneindige geschakeerdheid. Die wil dat studenten vooral vaardigheden leren en niet leren om hun nieuwsgierigheid te honoreren, om te zoeken, om zich te concentreren. Die interesseert zich niet voor kennisvermeerdering om de kennisvermeerdering, om het reservoir van mogelijkheden dat dat oplevert. Die gelooft dat alles efficiënt en gestroomlijnd moet. Die houdt niet van omwegen. Terwijl omwegen, zijpaden, uitweidingen, alles wat van de rechte weg afwijkt zoals dezelfde Nabokov schreef, “the sunshine - the life and soul of reading” zijn. Goed dat gaat over lezen. En niet alles wordt het beste gedaan als het via een omweg gebeurt, integendeel. Maar kunst en wetenschap gedijen erbij. En kunst en wetenschap maken gelukkig.