Het gedram van Maersk is eindelijk beloond

Containerrederij Maersk neemt via een joint venture met ECT het beheer over van de overslag van zijn containers op de Maasvlakte. Dit schept een gevaarlijk precedent ten opzichte van P&O Nedlloyd.

ROTTERDAM, 28 SEPT. “Een inventief akkoord”, was het afgemeten commentaar waarmee rederij P&O Nedlloyd vanochtend reageerde op de overeenkomst die de Deense containerrederij Maersk met overslagbedrijf Europe Combined Terminals (ECT) heeft afgesloten voor de bouw van een nieuwe containerterminal. Het akkoord omvat een periode van 25 jaar en stelt Maersk ten opzichte van zijn belangrijkste concurrenten, waaronder P&O Nedlloyd, in staat zijn eigen regie en bedrijfsvoering te hanteren in de containeroverslag in de haven van Rotterdam, door de Denen beschouwd als een zeer belangrijke 'hub' (draaipunt) in hun containervervoer.

Maar met wat voor argusogen deze deal door een aantal concurrenten wordt bekeken bleek uit een eerste reactie van P&O Nedlloyds belangrijkste directeur in Rotterdam, Rutger van Slobbe, die “geen commentaar” had. Morgen ontmoet hij de hoogste baas van P&O Nedlloyd, de Engelsman Tim Harris, in Rotterdam bij de doop aan de Wilhelminakade van een van P&O Nedlloyds nieuwe mega-containerschepen (de P&O Nedlloyd Rotterdam). Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om te concluderen dat de nieuwe Maersk-terminal bij die gelegenheid een belangrijk gespreksthema zal zijn tussen beide managers.

Al tijdens de presentatie van de jaarcijfers dit voorjaar maakte Nedlloyd, dat met gelieerde rederijen (Grand Alliance) een belangrijke ECT-klant is, duidelijk geen voorkeursbehandeling te zullen dulden van Maersk op de Maasvlakte. En hoe voorzichtig en omzichtig de overeenkomst Maersk-ECT - die ruim anderhalf jaar op zich heeft laten wachten - ook wordt gepresenteerd, met de beste wil van de wereld kan toch niet anders worden geconcludeerd dan dat Maersk volledig zijn zin heeft gekregen op het punt waarover het al jaren doordramt in Rotterdam. Namelijk een eigen terminal. Dat schept een gevaarlijk precedent ten opzichte van de andere klanten van ECT, dat met miljarden investeringen - ondermeer van EZ en het gemeentelijk havenbedrijf - een state-of-the-art gerobotiseerd concept heeft uitgedacht voor het overslaan van containers.

Maar Maersk, dat gaat werken met een eigen CAO, denkt sneller en goedkoper containers over te kunnen slaan dan ECT, dat momenteel op jaarbasis 600.000 TEU (een standaardmaat voor 20-voetcontainers) van Maersk overslaat in Rotterdam. De Denen zijn daarmee na het Amerikaanse SeaLand de grootste klant in Rotterdam. In de joint venture, 65 procent Maersk tegen 35 procent ECT, krijgen de Denen daarmee hun zin in Rotterdam. De joint venture, met een gezamenlijke investering van 170 miljoen gulden, komt onder Deens management en wordt medio 2000 operationeel. Het gemeentelijk havenbedrijf, dat opereert onder de paraplu van de gemeente Rotterdam, vindt het een prima oplossing. Zowel voormalig burgemeester van Rotterdam Bram Peper als havendirecteur Willem Scholten stond slechts één ding voor ogen: hoe behouden we Maersk als klant voor Rotterdam? De Denen schermden te pas en te onpas met het dreigement Rotterdam de rug te zullen toekeren. Volgens de directeur van Maersk Benelux, Vagn Möller, geen loos dreigement. “We waren misschien niet helemaal uit Rotterdam vertrokken, maar hadden toch belangrijke goederenstromen aan deze haven kunnen onttrekken.”

Het personeel van ECT, dat kan sollicteren bij Maersk, is niet gerust op de goede afloop. “Als iedere rederij een eigen terminal krijgt dan dreigt een prijserosie die de arbeidsvoorwaarden onder druk zet”, zegt Frans Dijkman van de ondernemingsraad van ECT.

Eén zaak is door de overeenkomst met Maersk wel dichter tot een oplossing gekomen. De grootaandeelhouders van ECT (Pakhoed, Nedlloyd en Internatio-Müller) hebben ABN Amro opdracht gegeven een koper te zoeken voor ECT. Maar zo lang niet duidelijk was of Maersk bij ECT zou blijven was het lastig een koper te vinden.