Filmfonds moet keurmerk voorbereiden

UTRECHT, 28 SEPT. Twee nieuwe sterke mannen (of vrouwen) moeten gezamenlijk de bereidheid van particulieren gaan bevorderen om te investeren in commercieel geachte Nederlandse speelfilms. Binnenkort wordt de Filminvesteerders Nederland BV (afgekort als FINE) opgericht met een werkkapitaal van 15 miljoen gulden van minister van economische zaken Jorritsma. Dit kondigde P. Treumann (voormalig kunstwethouder van Amsterdam en bankier) zaterdag aan bij de presentatie van het oprichtingsbestuur van de stichting Investeringsfaciliteit voor de Film. Treumann is voorzitter van deze stichting die aan het ministerie van Economische Zaken is gelieerd.

FINE wordt uitgerust met een een werkkapitaal van 15 miljoen gulden, afkomstig van het ministerie van economische zaken. Hiervan zal 12,5 miljoen worden geïnvesteerd in films die rendabel geacht worden en die een relevante bijdrage leveren aan de Nederlandse filmindustrie. Daartoe kunnen uitdrukkelijk ook Engelstalige of in Nederland opgenomen internationale producties behoren. Gehoopt wordt dat die overheidsinvestering zal functioneren als een 'keurmerk' om ook particuliere investeerders over de streep te helpen.

Binnen twee maanden wordt een directeur van FINE benoemd, die met inachtneming van door het stichtingsbestuur vastgestelde, maar nog niet openbaar gemaakte beleidslijnen projecten zal aanwijzen, in principe met een low budget-karakter (tot 2,5 miljoen gulden). Het Nederlands Fonds voor de Film gaat volgende maand een 'intendant' werven, die behulpzaam moet zijn bij de voorbereiding van voor FINE bedoelde projecten. Die intendant krijgt een afgelopen woensdag door staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) aangekondigd budget van 2 miljoen gulden per jaar ter beschikking, waarvan 90% in complete vrijheid, zonder inhoudelijke toetsing door een adviescommissie, gebruikt kan worden voor het ontwikkelen van scenario's.

FINE en de uitbreiding van het Filmfonds met een intendant maken deel uit van een eerder aangekondigd samenhangend pakket van maatregelen ter bevordering van de publieksgerichte speelfilm. Een ander onderdeel zijn de gunstige fiscale maatregelen voor filminvesteerders die staatssecretaris Vermeend (Financiën) voorstelt: willekeurige afschrijving, investeringsaftrek, de mogelijkheid om drie keer per jaar als commanditair vennoot te investeren in een film en gebruik te maken van een franchise (belastingvrij bedrag) van 20.000 gulden bij de winstneming, de zogeheten stakingsfaciliteit.

Vooral die fiscale maatregelen werden zaterdag door filmproducenten begroet als een grote steun bij het aantrekken van privé-kapitaal. Over het effect van het FINE-keurmerk bestaat meer scepsis. Volgens Treumann is investeren in een film nu een handeling die qua risico 'zit tussen naar het casino gaan en aandelen kopen'. Of het keurmerk daar veel aan verandert hangt af van de deskundigheid en het Fingerspitzengefühl van de directeur van FINE en de Filmfonds-intendant. Bij de voorbereiding van FINE werd gesteld dat het oprichtingsbestuur zou moeten bestaan uit onafhankelijke deskundigen met kennis van zaken over (film)financiering en affiniteit met filmproductie. Aan die voorwaarden wordt nog in het geheel niet voldaan, maar het bestuur dat de directeur benoemt zal nog worden uitgebreid. Nieuw ten opzichte van de oorspronkelijke plannen is het beperken van de investeringen tot low-budgetfilms, die geacht worden meer rendement op te leveren, en het laten vallen van het zogeheten 'track record' van de producent als criterium bij de selectie. Er zijn niet veel Nederlandse producenten die kunnen bogen op een lijst van louter successen. Treumann zegt nu dat het FINE-keurmerk een producent aan een gunstig 'track record' kan helpen, maar dat is een heel ander uitgangspunt dan het vooraf stellen van die eis.

Tijdens de introductiebijeenkomst sprak producent Marc van Warmerdam (Kleine Teun, De jurk) de angst uit dat investeerders in de toekomst wel eens kopschuw zouden kunnen worden om geld te stoppen in meer kunstzinnige, niet van een commercieel keurmerk voorziene films. Het onderscheid tussen commerciële en kunstzinnige films, werd in 1991 bij de oprichting van het Nederlands Fonds voor de Film juist opgeheven, omdat er in de praktijk geen peil op te trekken viel welke films wel of niet rendabel zouden blijken.