Bosnië blijft een zorgenkind

In Bosnië hebben nationalisten bij de recente verkiezingen twee sleutelposten veroverd: het presidentschap van de Servische Republiek en de Kroatische zetel in het Bosnische staatspresidium.

BOEDAPEST, 28 SEPT. De grote winnaar van de algemene verkiezingen in Bosnië is de radicale Bosnisch-Servische leider Nikola Poplašen. De 47-jarige nationalist die in de Bosnische oorlog leiding gaf aan een paramilitaire studentengroepering, wordt de nieuwe president van de Servische Republiek. Zodra de overwinning van Poplašen zich kort na de verkiezingen van 12 en 13 september begon af te tekenen, begon de internationale gemeenschap met een uitgebreide actie 'schadebeperking'. De Amerikaanse gezant voor de Balkan, Robert Gelbard, het hoofd van de OVSE-missie in Bosnië, Robert Barry, en de internationale 'onderkoning' van Bosnië, Carlos Westendorp, riepen in koor dat de overwinning van de radicale nationalist wel meeviel. Er was immers ook een Bosnisch staatspresidium gekozen. En in dat driemanschap (één moslim, één Kroaat en één Serviër) was juist de gematigde Zivko Radišic gekozen. Bij een goed functionerend presidium zou het belang van de president van de Servische Republiek afnemen, zo voorspelden ze. Toch lieten de Amerikanen voor de zekerheid een niet mis te verstane boodschap uitgaan richting Poplašen: als hij zich niet aan de bepalingen van Dayton houdt en uit is op afscheiding van de Servische Republiek zoals hij voortdurend heeft geroepen, dan zal hij uit zijn ambt worden gezet.

Intussen heeft Poplašen zich in alle toonaarden loyaal verklaard aan 'Dayton'. Alleen - aan welk Dayton? Uit opmerkingen van de verslagen president Biljana Plavšic werd dit weekeinde nog eens duidelijk dat de Serviërs - gematigd of niet - aan een heel ander vredesproces werken dan de internationale gemeenschap. Plavšic beklaagde zich erover dat zij de verkiezingen had verloren omdat haar geloofwaardigheid was ondermijnd door de internationale gemeenschap die steeds harder duwde in de richting van een verenigd Bosnië. “Hun eisen vielen buiten Dayton. Ik heb voortdurend gewaarschuwd dat ze te ver gingen en fouten maakten.”

Voor de 'gematigde' Plavšic betekent Dayton, net als voor de radicale nationalist Poplašen, een zelfstandig opererende Servische Republiek met goede betrekkingen met buurland Servië, en per se geen herenigd Bosnië. De invoering van één vlag en één nummerplaat voor heel Bosnië gaat de Serviërs al te ver.

Niet bekend

De internationale gemeenschap heeft intussen de hoop gericht op het Bosnische staatspresidium. Daar zit namens de Serviërs straks de gematigde Radišic in plaats van de havik Momcilo Krajišnik, die twee jaar lang iedere besluitvorming op het hoogste niveau heeft gefrustreerd. Eindelijk zal het presidium de rol kunnen spelen die het in het vredesverdrag is toegedacht, verwachten Gelbard, Barry en Westendorp: die van een overkoepelend, integrerend bestuursorgaan dat het gezicht van de onafhankelijke staat Bosnië bepaalt.

Alleen rekenen zij dan buiten Ante Jelavic, de nieuwe Bosnisch-Kroatische vertegenwoordiger in het staatspresidium. Jelavic heeft de gematigde Krešimir Zubak met groot verschil verslagen. Hij is de man van de machtige en onbuigzame Kroatische nationalisten in de Herzegovina. Jelavic's partij, de HDZ (Kroatische Democratische Gemeenschap), is nauw verweven met de HDZ van president Tudjman in Zagreb en streeft op termijn naar aansluiting bij Kroatië. Met hem is het staatspresidium verzekerd van een nieuwe stoorzender die iedere stap richting integratie zal tegenwerken.