Wet Arbeid Vreemdelingen

In de sportparagraaf van de Wet Arbeid Vreemdelingen, die op 1 september 1995 van kracht werd, staat een aantal criteria waaraan voetballers van buiten de Europese Economische Ruimte moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een tewerkstellingsvergunning.

Doorslaggevend is de inkomensnorm. Een voetballer van 20 jaar en ouder moet 442.500 gulden verdienen, ofwel 150 procent van het gemiddelde inkomen in het betaald voetbal. Maar dat is lager dan 20 procent van de topsalarissen. Voor een voetballer van 18 en 19 jaar geldt 75 procent van het gemiddeld inkomen als criterium, ofwel 221.000 gulden.

Voetballers die deze bedragen niet in hun contract hebben staan kunnen formeel geen aanspraak maken op een tewerkstellingsvergunning, tenzij zij voldoen aan andere criteria zoals een dubbel paspoort of de status van politiek vluchteling. Spelers onder de 18 jaar komen niet in aanmerking voor een vergunning.

In de sportparagraaf wordt verder gesteld dat een speler afkomstig moet zijn van een competitie die minstens even sterk is als in Nederland. Of hij moet hebben deelgenomen aan het wereldkampioenschap. Een speler van buiten de EER mag de doorstroming vanuit de jeugd of de amateursport niet belemmeren.

Spelers van de Europese Economische Ruimte hebben in Nederland geen tewerkstellingsvergunning nodig. Het gaat hier om voetballers uit de vijftien landen van de Europese Unie, te weten de Benelux, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Oostenrijk, Griekenland, Zweden, Denemarken en Finland. Alsmede drie landen van de Europese Vrijhandelsassociatie: Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Zij vormen tezamen de Europese Economische Ruimte.