VS hekelen vredesoffensief in Colombia

De Verenigde Staten willen dat Colombia doorgaat de strijd tegen de verbouw van cocaplanten, maar de nieuwe president wil een einde maken aan de burgeroorlog. Zeer tegen de zin van de VS in is hij bereid tot concessies aan de rebellen, die grote delen van de verbouw van coca controleren.

RIO DE JANEIRO, 26 SEPT. Felicitaties van de ambassadeur en gelukstelegrammen uit Washington. De Verenigde Staten waren in hun nopjes met de verkiezingsoverwinning van de conservatieve presidentskandidaat Andrés Pastrana in Colombia. Eindelijk was president Samper van het toneel. De koppige liberaal die zijn verkiezingscampagne door de drugsbazen van het Cali-kartel liet financieren en maar niet wilde opstappen. Eindelijk was nu het laatste obstakel weggeruimd voor een radicale war on drugs in Colombia.

Maar nog geen maand na het aantreden van de 'nieuwe belofte' is de stemming in de VS omgeslagen. Pastrana, de brave presidentszoon die in de VS studeerde, blijkt een Paard van Troje te zijn. Samper was nog in het gareel te houden, met pesterijen bijvoorbeeld, zoals het intrekken van zijn visum naar de VS. Pastrana daarentegen heeft serieuze ambities. Hij wil de geschiedenis ingaan als de man die een einde maakte aan de dertig jaar oude burgeroorlog in zijn land. In geen jaren zijn de verhoudingen tussen Colombia en de VS zo gespannen geweest als nu. De vredesplannen van Pastrana vormen namelijk een directe bedreiging voor de drugspolitiek van de VS.

Al vóór zijn aantreden, begin vorige maand, voerde Pastrana geheime onderhandelingen met de marxistische guerrillagroep FARC. Hij leidde zijn lijfwachten om de tuin en vloog in zijn eentje de jungle in voor een ontmoeting met de hoogste FARC-leider, Manuel Marulanda. De mythische commandant 'Tirofijo' en Pastrana kwamen overeen dat het Colombiaanse leger zich voor onbepaalde tijd zou terugtrekken uit vijf gemeenten in het zuidoosten van Colombia. De terugtrekking heeft plaats op 7 november en is de basis voor het verdere vredesproces.

Binnenkort staat een gebied zo groot als Zwitserland onder de exclusieve gewapende controle van de FARC. Twaalf procent van het cocaverbouw in Colombia is er geconcentreerd. Er zijn tenminste tien illegale landingsbanen en een onbekend aantal cocaïnelaboratoria. De autonome 'coke-republiek' van de FARC.

Vlak voor het aantreden van Pastrana haalde de Amerikaanse 'drugstsaar', Barry McCaffrey, weer uit naar de marxistische rebellen. “Het is een criminele bende die zich verrijkt aan de drugshandel”, zei hij. De FARC mag dan misschien niet zelf in drugs handelen, wel vangen ze per jaar meer dan honderd miljoen dollar aan 'heffingen'.

Vorige week nam het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een amendement aan, waarin gedreigd wordt alle hulp aan Colombia stop te zetten als de drugsbestrijding door het vredesproces vertraging oploopt. De Republikeinen dienden dit amendement in bij een wet, waarin de VS 2,3 miljard dollar uittrekken voor de drugsbestrijding aan zijn grenzen. Doel is de toevoer vanuit Latijns-Amerika in drie jaar tijd met tachtig procent te reduceren. Indieners van de wet spreken over “de meest dramatische, volledige en gerichte inspanning aller tijden”.

Pastrana zit klem. Een einde maken aan de oorlog én het uitvoeren van het Amerikaanse drugsprogramma zijn niet met elkaar te verenigen. Oorlog en drugs zijn in Colombia nauw met elkaar verweven. Niet alleen de linkse guerrilla, ook de rechtse paramilitairen en (onderdelen van) het reguliere leger profiteren van de opbrengsten.

Een aanvaring met de VS zet echter de hulpprogramma's en buitenlandse investeringen op de tocht. Maar meteen bij zijn aantreden maakte Pastrana kenbaar waar zijn prioriteit ligt: “Liever dan een war on drugs willen we vrede in Colombia”, zei hij tegen Clinton. Half augustus bepleitte Pastrana in Washington steun voor zijn nieuwe 'Marshall-plan': de economische ontwikkeling van de gebieden waar nu coca verbouwd wordt. “Je kunt niet alleen maar praten over repressie, besproeiing en uitroeiing”, zei Pastrana een paar dagen geleden opnieuw.

Hier zit voor de VS het gevoelige punt. Sproeien is de kern van de Amerikaanse drugspolitiek in Latijns-Amerika. Niet de jacht op kartelbazen als Pablo Escobar, maar het uitroeien van het drugsprobleem bij de 'wortel', is de laatste jaren het devies. Zo zetten de Amerikanen onder president Samper in Colombia het meest ambitieuze sproeiprogramma aller tijden op. Dat werkt alleen niet. Hoe meer cocaveldjes de Amerikanen wegsproeien, hoe meer er elders bijkomen. Vorig jaar werd in Colombia meer dan 44.000 hectare coca weggesproeid. Toch groeide het aantal cocahectares aan tot 75.000. Eerst was Colombia vooral een doorvoerland voor de bewerking van coca uit Peru en Bolivia. Nu is Colombia zelf de grootste verbouwer.

De Colombiaanse regering heeft de inzet van een korrelvormig bestrijdingsmiddel dat doelmatioger werkt, genaamd tebuthiuron, afgewezen. “We kunnen toch niet continu ons hele land besproeien”, zei Pastrana's nieuwe milieuminister Juan Mayr twee weken geleden. Hij wees op de ontbossing, maar ook op de schade die ook de besproeiing zelf aan het milieu toebrengt.

De Amerikanen stellen daar tegenover dat er nog niet genoeg wordt gesproeid. Een van de gevolgen waarop ze geen greep hebben, is dat juist door het sproeien veel boeren in de armen van de guerrilla worden gedreven. Sproeivliegtuigen mikken niet. Ze moeten hun gif snel lozen, omdat de guerrilla op de vliegtuigen schiet. De meeste Colombiaanse cocaboeren hebben echter kleine akkertjes waarop ze naast coca, ook yucca en maïs voor de eigen consumptie planten. De coca verbouwen ze, omdat ze door het gebrek aan wegen hun 'gewone' producten niet op de markt kunnen afzetten. “Er komt geen vliegtuig om mijn maïs op te halen”, vertelt zo'n cocaboertje uit de Guaviare.

Pastrana weet dat het sproeien de haat tegen de Amerikaanse 'imperialisten' op het land stevig aangewakkerd heeft. Hij toont grote gevoeligheid voor de eis van FARC-leider Tirofijo het sproeien te stoppen, en alternatieven voor de boeren te zoeken. Pastrana weet namelijk ook dat alleen de guerrilla de autoriteit heeft om boeren - goedschiks of kwaadschiks - ervan te 'overtuigen' hun cocaplanten door andere gewassen te vervangen.

Voor het te demilitariseren gebied zijn hierover al de eerste afspraken gemaakt. Waarop Pastrana de Amerikanen waarschuwde: “Drugsoperaties in het gebied zouden onmiddellijk een gewapende confrontatie uitlokken en brengen het vredesproces in gevaar.” Natuuurlijk, sneerde McCaffrey terug. “De narco-guerrilla wil geen acties en geen besproeiing omdat ze hun winsten veilig willen stellen.” Wel verzette de anti-drugs-tsaar zich tegen het dreigement van de Republikeinen de hulp aan Colombia te staken. “Dit is niet het antwoord”, zei McCaffrey begin deze week.

De militaire betrokkenheid van de VS in Colombia gaat allang verder dan de strijd tegen drugs alleen. Afgelopen maanden deden Amerikaanse kranten onthullingen over een heus 'contra-programma' van Clinton tegen de Colombiaanse guerrilla. Amerikaanse militairen, ex-militairen en huurlingen zouden direct in de strijd tegen de guerrilla betrokken zijn. “Van de 830 miljoen dollar hulp aan Colombia is slechts één derde aan de strijd tegen drugs uitgegeven”, schreef de Amerikaanse Rekenkamer vorig jaar al. “De rest zijn militaire uitgaven.”