Van Aartsen doorstaat vuurproef; Surinaamse president 'handig' ontweken bij Verenigde Naties

Zelfbewust en overtuigend bracht Jozias van Aartsen deze week bij de Verenigde Naties in New York Nederland en zichzelf aan de man. De inzet is een zetel in de Veiligheidsraad. Verder doet Nederland niet meer aan 'zelfkleinmakerij'.

NEW YORK, 26 SEPT. Als het nu volgende maand bij de stemming in de Verenigde Naties over een zetel voor Nederland in de Veiligheidsraad nóg misloopt, zit minister Jozias van Aartsen met een heel vervelend probleem. Want de nieuwe liberale minister van Buitenlandse Zaken heeft donderdag in zijn eerste rede in de Algemene Vergadering van de volkerenorganisatie zó hoog opgegeven van de Nederlandse voortreffelijkheden als VN-lid, dat een nederlaag tegen concurrent Griekenland als een extra harde slag zou aankomen. In zijn wekenlang voorbereide speech, die de kern van een “forse eindsprint” moest zijn, heeft Van Aartsen duidelijk gemaakt dat zijn land aangaande alle doelstellingen van de VN hoge cijfers scoort. Nederland draagt veel bij aan de internationale armoedebestrijding, levert veel soldaten voor vredesmissies, is een grote contribuant aan allerlei VN-organisaties en betaalt ook nog stevig aan de Wereldbank en het IMF. “Trots”, zei Van Aartsen ook te zijn op het grote Nederlandse ontwikkelingsbudget van 0,8 procent van het bnp. Wat bijna doet vergeten dat zijn partij, de VVD, in haar verkiezingsprogramma vindt dat dat best wat minder had mogen zijn.

In Nederland was de nieuwe minister zijn campagne voor een zetel voor twee jaar (1999 en 2000) in de V-Raad niet zo chic begonnen. Namelijk door direct na zijn aantreden openlijk te klagen dat zijn meestbetrokken voorgangers, Van Mierlo (Buitenlandse Zaken, D66) en Pronk (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) de campagne voor de Nederlandse kandidatuur nogal hadden verwaarloosd. Dat klonk alsof hij zich alvast wilde 'indekken' voor het geval dat Nederland niet zou worden gekozen. En het klonk óók net alsof Van Aartsen zijn partij daarmee een plezier wilde doen, want in de VVD zijn Van Mierlo en Pronk niet populair. Hoe dat ook zij, na wat interne stormpjes op zijn ministerie, waar diplomaten zich verontwaardigd toonden over zulke verwijten, is Van Aartsen de afgelopen weken opgehouden met de zwarte piet alvast achterwaarts over de schouders te gooien.

In de internationale bureaucratische moloch die de gebouwencomplexen van de VN aan de New Yorkse East River bewoont, heeft Van Aartsen stellig wel een heel andere indruk achtergelaten dan zijn voorganger Van Mierlo. De nieuwe minister is een well organized man, hij is bondig, duidelijk, zegt niet graag te veel. Zijn tour d'horizon langs een groot aantal collega's - van mevrouw Albright tot de nieuwe Russische collega, Ivanov, van zijn Egyptische collega tot Israels premier Netanyahu, natuurlijk ook alle EU-collega's - moest deze week méér zijn dan alleen een reeks van voorstellingsgesprekken. Anders gezegd: hij moest alle belangrijke dossiers, Kosovo, het Midden-Oosten en de kandidatuur voor een zetel in de Veiligheidsraad, “op scherp” behandelen, wat evenzo vaak een snelle duik in het diepe bad betekende.

Dat schijnt Van Aartsen behoorlijk afgegaan te zijn. In zijn omgeving werd in elk geval met respect gesproken over de wijze waarop hij zijn eerste vuurproef had doorstaan. Grinnikend werd er daar ook op gewezen dat het de minister goed was gelukt om de Surinaamse president Wijdenbosch niet in de wandelgangen of elders tegen het lijf te lopen. Voorganger Van Mierlo 'had' iets met Suriname, wat niet verhinderde dat hij in de kwestie-Bouterse aan het Binnenhof vaak pek en zwavel over het hoofd kreeg. Van Aartsen heeft veel minder met Suriname en zegt dat ook (“Suriname staat niet in het centrum van mijn beleid”), al zouden zijn medewerkers het soms niet erg vinden als hij dat niet zó ronduit zei.

De gewezen minister van Landbouw was ook niet vergeten dat hij als politicus bij de VN was, en dat zijn brood als politicus in Nederland wordt belegd. En dus stelde hij in de briefings voor Nederlandse journalisten behalve Nederland ook zichzelf niet onder het licht van de korenmaat.

Een voorbeeld. Begin deze week, na een eerste Benelux-contact, sprak hij al over “initiatieven” in de richting van een Kosovo-resolutie van de V-Raad, die een tweeslag met doorbraakwaarde zou kunnen worden. Die resolutie zou namelijk naast een humanitaire component wel eens een concrete dreiging met militair geweld tegen het regime-Milosevic in Belgrado kunnen inhouden, zei de Nederlandse bewindsman. Het liep uiteindelijk, verderop in de week, dus net iets anders, want er moest in de Veiligheidsraad nog een aanmerkelijke sloot water bij de wijn worden gedaan om een Russisch veto te voorkomen. Vervolgens zei Van Aartsen kalmpjes dat de resolutie moest worden gezien als deel van een “opbouwproces”. Dat was waar, maar dat was niet hetzelfde wat hij een paar dagen eerder had gezegd, toen hij een korte bocht voor de Nederlandse tribune leek te maken.

Wat Kosovo betreft had de minister zich, ook in de Tweede Kamer, uitgesproken voor een lijn die inhoudt dat een internationale militaire (NAVO-)actie per se een uitdrukkelijke legitimatie van een (nadere) Veiligheidsraadsresolutie zou behoeven. De Atlanticus Van Aartsen, hij laat geen gelegenheid voorbij gaan om daarvan blijk te geven, kon zich daarbij beroepen op het feit dat de VS zich (totnutoe) ook aan deze lijn houden. Dat kan straks nog een probleem worden als Washington en andere NAVO-partners uiteindelijk toch geen zin meer hebben om zich neer te leggen bij een Russisch veto tegen militaire actie. Nu doet zich in elk geval de typische situatie voor dat de VS zich met NAVO-partners voorbereiden op een eventuele militaire operatie, terwijl Moskou stijf en strak volhoudt dat daarvan nimmer sprake kan zijn.

Ten slotte nog deze. In zijn boek 'Kopstukken' laat Godfried Bomans een van zijn helden ergens zeggen dat die Beethoven als componist aardig wat talent had. De nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, nu zeven weken in functie, zei dezer dagen dat mevrouw Albright “een uitstekende minister” is. Mooi is dat de ministers Herfkens en Van Aartsen hebben afgesproken dat zij Nederland de komende jaren zelfbewust en zonder vertoon van “zelfkleinmakerij” zullen vertegenwoordigen. Als het maar niet te zelfbewust wordt, want dan ligt een zekere potsierlijkheid op de loer.