Tobbende levensgenieters

'Verstandig financieel gedrag, en daardoor nakende rijkdom, vraagt eigenschappen als moed, onwrikbaarheid en plichtsbesef, in plaats van gebrek aan discipline, geduld en kennis van zaken', schrijft een lezer uit Bergen. 'Maar die klassieke deugden komen een mens niet aanwaaien. De mythologische figuur Apollo moest zich in zijn jeugd eerst te buiten gaan aan Wein, Weib und Gesang, eer hij tot inkeer kwam en de matiging kon verkondigen. Zo krijgt matiging pas zin: als men de uitspattingen gekend heeft en zijn (drift)leven door zelftucht kan bedwingen.'

De Bergenaar staat op het punt te trouwen, en daardoor voor de min of meer dwangmatige aanschaf van een koelkast, stofzuiger, magnetron en andere apparaten die in een moderne huishouding onmisbaar lijken. Hij wil zich financieel voorbeeldig gaan gedragen, maar gelooft dat dit alleen kan wanneer hij eerst de andere kant van de medaille kent.

'Het heeft iets tragisch', meent hij, 'Als je jong bent heb je geen geld voor mooie dingen, en later heb je wel geld, maar krijg je last van je prostaat, hang je iedere keer een kwartier boven de wc te persen en kan je niet meer van het leven genieten. Zijn er financiële oplossingen voor mijn problemen?'

Ja, die zijn er. De keerzijde van die modegevoelige apparatendwang - een keuken van anderhalve ton wanneer je zelden kookt - is de overvloed aan (bijna niet) gebruikte, overbodige, spotgoedkope spullen bij familie en kennissen, in tweedehandswinkels en op (vlooien)markten. Kies je daarnaast voor een bestaan als vrek, dan leef je dubbel goedkoop en blijft er meer geld over voor een 'driftig' leven en zelfs op zo hoog mogelijke leeftijd een regelmatige stroom besparingen om een vermogen op te bouwen. Die noodzaak blijft bestaan.

Het tijdschrift Genoeg (in de boekhandel verkrijgbaar) is de spreekbuis van mensen die consuminderen en zo de zonnige zuinigheid vereren. Genoeg biedt zijn lezers geen wegwijzer voor de wild side. Hier kan de bewuste briefschrijver wellicht hulp bieden en meewerken aan verbreding van de doelstellingen, want in je eentje uitspatten verveelt gauw en vrekken zijn vrolijke mensen die misschein wel iets voelen voor een nieuwe dimensie van de club.

Een bijna gepensioneerde ambtenaar uit Amsterdam koos voor een andere volgorde: eerst een leven lang werken, sparen en dan pas feesten. Zuinigheid en vlijt. Hij kampt, meent hij, met een te laag pensioen (inclusief AOW) van 56 duizend gulden bruto, bezit 150 duizend gulden in aandelen, 70 duizend contant en bewoont een huis van 900 duizend gulden, vrij van hypotheek.

Zijn probleem? 'Wat moet ik doen om tijdens mijn leven mijn vermogen helemaal op te maken?' Kan het hedonistischer! Ik heb geen kinderen, geen erfgenamen, maar wel een reuze leuke vriendin waar ik misschien mee ga trouwen. Zij bezit voldoende eigen vermogen. Tijdens mijn lange jaren als werkstudent heb ik altijd op een houtje moeten bijten. Nu wil ik wel eens genieten. De beuk erin! Hoe pak je dit aan?'

Hier spelen twee factoren een belangrijke rol: het trouwen en de leeftijd. Wanneer meneer gaat trouwen en misschien een gezamenlijk onderkomen koopt, loopt hij in een val. Voor je het weet ben je een jaar of langer bezig met dat huis en die apparatendwang. Bovendien bezitten ze alles dubbel. Vergeet dat trouwen dus maar. Dat kan over vijf jaar ook nog. Wellicht in gemeenschap van goederen dan, vanwege de successierechten.

Het schijnt dat mensen na hun zeventigste jaar over minder energie beschikken en gaan kwakkelen, behoudens uitzonderingen. De Amsterdammer moet dus tussen zijn 65ste en 70ste uit de band springen en daarna afbouwen naar behoefte.

Laten we de 210 duizend gulden in aandelen en spaargeld in die vijf jaar opmaken. (Die vriendin zal toch wel iets meebetalen?). Dat levert belegd tegen gemiddeld 4 procent netto jaarlijks circa 47 duizend gulden op, naast het bruto pensioen plus AOW van 56 duizend gulden.

We gaan er van uit dat meneer na zijn zeventigste nog twintig jaar leeft, intrekt bij zijn vriendin, zijn huis verkoopt en de waarde van het huis (nu: 900.000 gulden, straks mogelijk meer) belegt. Maakt hij daarop netto 4 procent, dan levert de belegging jaarlijks 66 duizend gulden op. Tegen 5 procent 72 duizend, tegen 6 procent 78.500 gulden.

In deze eigen beheer-opzet past geen lijfrenteverzekering en hypotheek. Over de financiële rol van meneers vriendin staat niets in zijn brief. Wanneer zij gaan trouwen wordt het verhaal anders. Een alternatief is het huis direct te verkopen en bij mevrouw in te trekken, zonder te trouwen. Een soort geruisloze overgang. Daarmee komt er veel meer geld beschikbaar voor de vijf feestjaren met Wein, Weib und Gesang.