Presentaties

De uitspraak van de heer Herkströter (NRC Handelsblad, 22 september) over het onvermogen van Nederlandse afgestudeerden om een goede presentatie te houden heeft mij erg verbaasd, want mijn ervaring is heel anders. Ik heb nu zo'n dertig jaar heel wat internationale symposia en conferenties op het gebied van de humaniora bezocht, en met name de laatste tien jaar constateer ik het volgende over de prestaties van de Nederlandse sprekers (ook jonge) in vergelijking met hun collega's uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten: Franse en Italiaanse sprekers houden zich nooit aan de hun toegemeten tijd en moeten geregeld afgekapt worden, terwijl hun Engels niet zelden van dienaard is dat men ze liever in hun moederstaal hoort. Amerikanen hebben de neiging hun publiek te negeren en in een moordend tempo en op een monotone manier hun voordracht af te raffelen. Britten en Duitsers doen het gelukkig een stuk beter, maar steeds weer zijn het de Nederlanders die zich aan de tijd houden, helder en bondig formuleren, behoorlijk Engels spreken, goed hun publiek aankijken en vaak nog geestig zijn ook.

Als secretaris van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem woon ik elk jaar de prijsuitreikingen bij aan winnaars van de Hodshon en Ruigrok Prijzen op gebieden van de alfa- en gammawetenschappen. De winnaars krijgen vijf tot tien minuten om een lekenpubliek van hun onderzoek te vertellen. Ook die presentaties zijn grosso modo uitstekend, spiritueel en informatief.

Misschien heeft de heer Herkströter vooral ervaring met sprekers uit de beta-vakken. Mijn ervaring met presentatoren uit de alfa- en gammavakken is in ieder geval heel anders.