Kunstpost

Woensdag 2 september kreeg ik van een bevriend etser een met een bijzonder fraaie postzegel gefrankeerde prentbriefkaart. Zo'n mooie zegel wil ik ook, dacht ik, en belde de kunstenaar om te vragen hoe hij eraan kwam. “Bekijk 'm nog maar eens goed”, antwoorde hij vrolijk, “ga daarna naar het postagentschapje annex 'Tabakorie' in het dorp waarin je je hebt verstopt, laat de briefkaart zien en vraag om tien van zulke zegels”.

De vrouw achter de open balie - op het platteland verschuilt men zich nog niet achter kogelbestendig glas - bestudeerde de zegel, fronste haar wenkbrauwen, keek mij onderzoekend aan en vroeg: “Kent u het vergiet zonder gaatjes?”

Op 1 september bracht PTT-Post een velletje met tien postzegels van tachtig cent uit onder het motto '10 x creatief met zegels'. Joviaal wordt de koper geadviseerd 'plak een sticker van je keuze in het witte veld op de postzegel'.

Helaas moet men (je) kiezen uit twintig zelfklevende staaltjes van onnozelheid. Zelfs die ene in potentie bruikbare plakker - twee van elkaar afgewende tandenborstels in een beker - blijkt een gemiste kans. Het tafereel op de plakker verwijst òf naar een liefdeloos huwelijk, naar iets nog treurigers (voordeurdelers), òf naar bewijsmateriaal voor argwanende ambtenaren op zoek naar dubieuze bijstandontvangers. Maar als de tandenschrobbers zouden zijn omgedraaid, elkaar in de haren zouden grijpen, zich versmelten, kortom één worden, is de symboliek zonneklaar. En in dier voege door mij in gelukkiger tijden bij wijze van getranssubstantieerde kus voor een meisje met champagne-ogen vaak gebruikt.

Ongetwijfeld ongeweten sluit PTT-Post met deze serie zegels aan op het door kunsthistorici genegeerd fenomeen 'Künstlerpostkarte'. Op 1 juli 1870 werd in Noord-Duitsland de 'Korrespondentzkarte' ingevoerd. Die dag werden er alleen al uit Berlijn 48.468 verstuurd. Twee maanden later waren het er al meer dan twee miljoen. Twee jaar later werd het mogelijk om zelfgemaakte kaarten te verzenden, indien men zich hield aan het formaat 9 bij 14 centimeter en aan de frankering van 5 Pfennig. Rond 1910 onderkenden kunstenaars als Franz Marc, Karl Schmidt-Rottluff, Erich Heckel en E.L. Kirchner de ongedachte mogelijkheden van de briefkaart. Zij bedrukten de beeldzijde van een stevig stukje karton met een hout- of linoleumsnede of maakten een tekening of aquarel. De adreszijde diende voor een kort bericht, zoals een uitnodiging voor de opening van een tentoonstelling van Die Brücke of Der Blaue Reiter. De Duitse Expressionisten promoveerden de prentbriefkaart tot volwaardig kunstwerk - waarvan zeker voor die tijd de vonken afsloegen.

De slogan '10 x creatief met zegels' refereert aan de VPRO tv-serie 'Creatief met kurk'. Maar die was bedoeld als parodie. Kennelijk meent PTT Post dat het kiezen uit malle plakkertjes een creatieve daad is. Een stapje verder en het kiezen van een telefoonnummer is het ook. Ocharm, het woord kreeg in de jaren zestig al een negatieve lading. Eerst werd men (je) overspoeld door macramé en creatieve doe-clubjes met gênante namen als Vaardige Handen, Vlijtige Vingers (Twente) en Het Klepperend Kantklosje (Zeeland). Daarna moest iedereen opeens gaan aquarelleren, mantra's maken om zichzelf te vinden of zoals antroposofen het noemen 'de ziel losser te maken'. Eind jaren tachtig dook de term 'creatief boekhouden' op - de genadeslag voor het woord.

Hopelijk zullen velen de logische stap maken: zelf de loze ruimte van deze postzegels vullen. Ongewild geeft Tante Pos nu iedereen de kans om twee 25 jaar oude stellingen te honoreren: 'Art for All' (Gilbert & George) en 'Jeder Mensch ist ein Künstler' (Joseph Beuys).