KNVB mag buitenlanders beperken; Inkomensnorm zet rem op toestroom spelers van buiten EU

Het Nederlandse voetbal werd de afgelopen jaren overspoeld door buitenlandse spelers. PSV is koploper met 16. Het vergunningenstelsel van het ministerie van Sociale Zaken moet voorkomen dat de doorstroming van eigen kweek wordt belemmerd.

ROTTERDAM, 26 SEPT. De clubs in het betaald voetbal trekken steeds minder spelers aan van buiten de Europese Unie. Dit blijkt uit een drastische daling van het aantal verleende tewerkstellingsvergunningen. Arbeidsvoorziening, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering, heeft voor het huidige seizoen 15 vergunningen afgegeven voor spelers van 20 jaar en ouder, tegen 69 vorig jaar. Ook de instroom van voetballers van 18 en 19 jaar die afkomstig zijn van buiten de EU liep aanzienlijk terug: van 15 naar 3.

Het strengere toelatingsbeleid volgens de Wet Arbeid Vreemdelingen heeft kennelijk een remmende werking op het contracteren van voetballers die afkomstig zijn van landen buiten de EU. Voor spelers van twintig jaar en ouder van buiten de EU geldt als regel dat zij 442.500 gulden moeten verdienen om voor een tewerkstellingsvergunning in aanmerking te komen. Dat bedrag was een jaar geleden nog 226.500 gulden. De meeste clubs versterkten zich afgelopen zomer dan ook vooral met Denen, Belgen en een enkele Duitser. Zij hebben als onderdanen van de EU geen vergunning nodig om in Nederland als voetballer aan de slag te gaan en hoeven dus niet aan de criteria te voldoen.

Het aantal buitenlanders in het betaald voetbal blijft niettemin ongekend groot. Momenteel staat de teller op 163. Bijna tweederde (102) is afkomstig van landen buiten de Europese Economische Ruimte (EU plus Noorwegen en IJsland). De hoeveelheid spelers van over de grens is de afgelopen drie jaar verdrievoudigd en maakt twintig procent uit van de totale bedrijfstak. In geen enkel vergelijkbaar segment van de arbeidsmarkt ligt dat aantal zo hoog.

Steeds vaker trekken clubs buitenlandse spelers aan uit financiële overwegingen. Hetzelfde budget moet beter en meer materiaal opleveren. Met name voetballers van buiten de EU zijn relatief goedkoop zodat ze altijd nog met winst doorverkocht kunnen worden als ze geen versterking voor het elftal blijken te zijn. In een transfermarkt waar voetballers handelswaar zijn geworden wordt door clubs en makelaars in andere werelddelen ook steeds meer gezocht naar jongere spelers van onder de achttien jaar.

Die gang van zaken stagneert de doorstroming van jeugdige Nederlandse voetballers. Als deze trend doorzet zou hetzelfde kunnen gebeuren als tien, vijftien jaar geleden in het ijshockey. Eind jaren zeventig bevond het nationale team zich even in de A-poule. Maar toen alle Nederlandse Canadezen waren vertrokken daalde Oranje al snel via de B-poule af naar de C-poule.

Bij Arbeidsvoorziening vraagt men zich af waarom de KNVB als gevolg van het Bosman-arrest, waardoor Europese onderdanen gelijk werden gesteld met Nederlandse onderdanen, ook de beperkingen ten aanzien van speelgerechtigde voetballers van buiten de EER heeft afgeschaft. In verschillende andere lidstaten gebeurde dat niet. De juristen van Arbeidsvoorziening hebben de collega's van de KNVB twee jaar geleden geïnformeerd over die mogelijkheid. Na inwinnen van extern advies zette de voetbalbond echter ook voor niet EER-onderdanen de grenzen open.

Dit op grond van de Wet Gelijke Behandeling, die ook aan de orde kwam in zaak Kanu-Ajax. Toen betrof het echter een al in Nederland toegelaten speler. Instromende voetballers van buiten de EER mag de KNVB wél beperkingen opleggen. De voetbalbond heeft destijds een denkfout gemaakt en is te snel doorgedraafd. Het kind is met het badwater weggegooid.

Mr. H. Kesler, voorzitter betaald voetbal, vindt de theorie van Arbeidsvoorziening “een zeer interessant gegeven”. De Enschedeër was als juridisch specialist betrokken bij de afschaffing van de buitenlandersregel. Hij kan zich echter geen contact met Arbeidsvoorziening herinneren. De maatregel werd genomen onder druk van enkele clubs, zoals Feyenoord.

“Inmiddels heeft die club net als FC Utrecht het goede voorbeeld gegeven door een aantrekkelijk elftal samen te stellen met Nederlandse voetballers”, meent Kesler. De inkomensnorm die nu de arbeidsmarkt voor voetballers van de Europese Unie moet beschermen blijkt ook een remmende werking te hebben. Arbeidsvoorziening constateert wel dat tachtig procent van de spelers van buiten de EER een bodemcontract heeft.

Alles wordt aangewend om aan het inkomenscriterium te komen van bijvoorbeeld 442.000 gulden. Salaris, premies en tekengeld. Soms wordt er ook nog de zinsnede aan toegevoegd: 'voor zover in het eerste elftal gespeeld'. Die vlieger gaat voor Arbeidsvoorziening niet op. Vroeger maakten gratis huisvesting en een auto deel uit van het basissalaris. Tegenwoordig moet de speler dat zelf betalen. Al zal het vaak de sponsor zijn die een lease-auto beschikbaar stelt.

Clubs sluiten ook steeds meer contracten af voor minder dan een jaar, waardoor elf of tientwaalfde van het normbedrag betaald hoeft te worden. Spelers staan hier en daar op de loonlijst van de sponsor. Ook in dit geval gelden de inkomensnormen. En dan is het weleens gebeurd dat er een dubbelcontract werd afgesloten. Eén voor de tewerkstellingsvergunning en één, met een veel lager honorarium, voor de speler.

Als een dergelijke fraude wordt vermoed, schakelt Arbeidsvoorziening de Arbeidsinspectie in. Deze instantie voert ook na eigen waarneming en op grond van tips controles uit. Bij de afdeling van het ministerie van Sociale Zaken heerst echter de opvatting dat in de voetbalwereld net zo veel en net zo weinig mis is als in andere bedrijfstakken waar niet-EER-onderdanen werkzaam zijn. Dubbelcontracten en andere misstanden worden slechts incidenteel ontdekt.

De top 12 van de eredivisie kan gemakkelijk voldoen aan de inkomenscriteria. Een buitenlander bij PSV verdient net zoveel als alle spelers samen van een elftal uit de eerste divisie. De regelgeving wordt echter niet alleen ontdoken bij de minder bedeelde clubs. Ook bij de topclubs kunnen administratieve fouten worden gemaakt. Anderhalf jaar geleden heeft de Arbeidsinspectie alle BVO's doorgelicht. Dat onderzoek gaf echter geen aanleiding tot een grootschalig nieuw project.

De 'frauduleuze praktijken' die het tv-programma NOVA en het weekblad Voetbal International eind 1996 aan het licht brachten, kwamen niet overeen met de waarneming van de Arbeidsinspectie. Al was hier en daar per abuis verzuimd een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Dat werd door de betrokken clubs alsnog gedaan. In een aantal gevallen werd proces verbaal opgemaakt. Een enkele speler die niet aan de eisen voldeed moest van de lijst worden geschrapt.

Niet bekend