Italië denkt bij 2000 vooral aan het jubeljaar

Italianen vertrouwen bij de aanpak van het millenniumprobleem vooral op hun fantasie en improvisatievermogen. De millennium-bug wordt vaak gezien als een truc van de softwareproducenten die iets nieuws willen verkopen.

ROME, 26 SEPT. “Het is een schande. Una vergogna, signorina. Iedereen haalt hier altijd maar de schouders op en zegt: maar het is toch niet mijn schuld? Het kan niemand hier ene barst schelen.”

De man in de rij wordt bijna hysterisch. Bijna een half uur heeft hij staan wachten op het postkantoor om zijn telefoon- en elektriciteitsrekeningen te kunnen betalen. Veel mensen doen dat persoonlijk omdat ze de post niet vertrouwen en je zomaar wordt afgesloten. Is hij eindelijk aan de beurt en wil hij betalen met zijn pasje, en dan lukt het niet. Het meisje wijst onverschillig naar een klein papiertje dat laag tegen het glas is geplakt: “Pasjes die vervallen in 2000 kunnen hier niet worden gebruikt.”

Dergelijke scenes kan Italië nog veel verwachten. Als Italianen het over het jaar 2000 hebben, gaat het vooral over de enorme stroom toeristen die wordt verwacht in verband met het jubeljaar dat de paus heeft uitgeroepen. De millennium-bug is te abstract om tot de verbeelding te spreken.

“Het gaat hier niet om de vraag of we voldoende technici hebben om alle software na te kijken, of we alle verouderde programma's wel goed kunnen vervangen. Ons hoofdprobleem is dat we bedrijven en mensen ervan moeten overtuigen dat er een probleem is”, zegt Sergio Antocicco. Hij is president van de Anuit, een organisatie die kennis bundelt op het gebied van telecommunicatie en netwerken, en is als zodanig ook betrokken bij de speciale task force die deze maand is opgericht om het millenniumprobleem onder de loep te nemen.

“Italië is wel wat laat met die task force, en het is onvermijdelijk dat we problemen zullen hebben als het eenmaal zover is,” zegt Antocicco. “Vooral in de publieke sector kunnen we nog een paar leuke verrassingen krijgen. Maar toch ben ik optimistisch.”

De verschillende manieren waarop het Y2K-probleem wordt aangepakt, zijn volgens hem een interessante spiegel van de cultuurverschillen tussen landen. Wie komt er het beste uit: degene die alles probeert te plannen, door te rekenen en uit te testen, of degene die de zaken neemt zoals ze komen? “Ik denk dat wij in het voordeel zijn. Italianen hebben een enorme fantasie en improvisatievermogen, een geweldig talent om te reageren op onverwachte situaties. Dat is de karakteristiek van ons volk.”

“Je kan niet alle systemen van tevoren scannen,” zegt Antocicco. “Een simulatie is erg kostbaar en biedt geen garantie dat het in werkelijkheid ook zo gaat.” Maar een beetje meer planning kan ook volgens hem geen kwaad. De meeste grote bedrijven zijn wel klaar voor de eeuwwisseling, maar zij vrezen de problemen van anderen. “Fiat heeft er 120 man op zitten. Daar zal weinig misgaan. Maar wat als de gemeente die een vergunning moet afgeven, dat ineens niet kan? Wat als de computer van de douane waar de exportdocumenten uit komen, niet goed meer functioneert? Dan zit Fiat toch in de problemen.”

Volgens Antocicco is paradoxaal genoeg de millennium-bug nog geen algemeen issue in Italië omdat het een te groot, te gedifferentieerd probleem is. “Als je aandacht voor een probleem vraagt, moet je ook de oplossing kunnen aangeven. Hier is geen algemene oplossing. Iedere situatie is anders. Dat we alarm slaan zonder een oplossing aan te dragen, leidt ertoe dat er minder aandacht aan wordt gegegeven.”

Daarbij komt dat eerst een andere hobbel moet worden genomen: de euro. “De invoering daarvan is veel ingrijpender,” zegt Antocicco. “Voorlopig gaat daar alle energie in zitten.”

“De millennium-bug wordt niet altijd als een probleem gezien dat nu dringende aandacht nodig heeft,” beaamt Gabriele Vignoli, lid van een speciale studiegroep van de Associatie van Italiaanse Banken. “De deadline van de euro komt eerder, volgend jaar al. Bovendien wordt de euro gezien als iets waar je mee kan verdienen. Soms beschouwen mensen de millennium-bug als een truc van de softwareproducenten die iets nieuws willen verkopen. Het is alsof je tegen een berg oploopt. Veel mensen realiseren zich nauwelijks dat er na de euro nog meer toppen zijn, dat er nog meer problemen komen.”

Hij denkt dat er in het interbancaire verkeer weinig problemen zullen zijn, omdat daar in een gecoördineerde actie het hele systeem tegen het licht is gehouden. Bij de interne operaties zullen er volgens Vignoli zeker kleine en middelgrote banken zijn die in de problemen komen, vooral als ze zelf hun software hebben ontwikkeld in plaats van dat toe te vertrouwen aan de speciale centra die dat voor groepen banken tegelijk doen. Extra complicaties komen door de golf van fusies en samenwerkingsakkoorden in de Italiaanse bankwereld, waarbij verschillende systemen in elkaar moeten worden geschoven.

Veel banken proberen de systeemproblemen rondom de euro en het jaar 2000 in één klap op te lossen. “De euro is een eerste test,” zegt Vignoli. “Maar de deadline daarvan is betrekkelijk flexibeler. Als dat in januari volgend jaar niet lukt, zoals de bedoeling is, dan wel in maart, of anders in juni. De komst van het jaar 2000 is veel absoluter.”

Vignoli vertrouwt minder op improvisatie en hoopt dat de task force die is ingesteld, mensen ervan zal overtuigen dat er echt een probleem is. Maar dan nog. “Planning is altijd een probleem in Italië. Niet zozeer het begin, als wel het in beweging zetten en controleren van de voortgang. Dat behoort niet tot de sterkste kanten van ons land.”

En ook al denkt hij dat in de banksector de problemen relatief beperkt zullen blijven, wegens de generale repetitie van de euro, problemen zijn onvermijdelijk. “Er zullen altijd verrassingen zijn,” zegt hij. “Ik zorg er in ieder geval voor dat ik contant geld op zak heb op oudejaarsavond 1999.”