Is de Noorse premier fit?

De Noorse premier Bondevik is weer beter na een paar weken van depres- sie. Maar kan hij zijn zware wel aan?

ROTTERDAM, 26 SEPT. Kjell Magne Bondevik is terug. De 51-jarige Noorse premier raakte eind augustus overwerkt en gaf zichzelf een weekje vrij om bij te komen. Het werden er uiteindelijk drieënhalf en deze week nam hij, volgens eigen zeggen geheel fit, het roer weer over van minister van Cultuur en vice-premier Anne Enger Lahnstein.

Een goede gezondheid is op dit moment beslist geen overbodige luxe voor de Noorse christen-democraat, van huis uit een Lutherse dominee. Want hij moet op 5 oktober een begroting indienen en het zal niet meevallen om daarvoor voldoende steun te krijgen, met een coalitie die slechts kan rekenen op 42 van de 165 zetels in de Storting, het Noorse parlement. Zijn grootste rivaal, sociaal-democraat Thorbj/orn Jagland, is ook niet van plan om Bondevik enig respijt te geven. De sociaal-democratische parlementsvoorzitter Kirsti Groendahl vindt dat Bondevik zich niet hoeft te verantwoorden voor zijn tijdelijke afwezigheid, als hij maar laat zien over voldoende daadkracht te beschikken. Zo denken ook de meeste Noorse kranten erover. “Bondevik moet ons ervan overtuigen dat hij sterk genoeg is om premier te zijn, en dat hij de druk aankan”, schreef het dagblad Verdens Gang donderdag.

Bondevik heeft het al langer volgehouden dan menigeen na de verkiezingen in september vorig jaar had verwacht. Velen gaven hem toen niet meer dan een paar maanden. Dan zou hij, zo meenden ze, ongetwijfeld het veld moeten ruimen voor Jagland. De sociaal-democraten hadden tenslotte 65 zetels, 23 meer dan de coalitie van christen-democraten, Centrum Partij en Liberalen. Eigenlijk was het Jaglands eigen schuld dat hij na de verkiezingen zijn premierschap niet kon voortzetten. Hijzelf had de kiezers gewaarschuwd minimaal hetzelfde stemmenpercentage te willen halen als vier jaar daarvoor. Dat gebeurde net niet.

De eerste tijd had Bondevik het tij mee. Economisch hadden de Noren, met hun enorme oliereserve, weinig te klagen en ze genoten van de open, vlotte manier waarop de charismatische dominee leiding gaf aan het land. Bondevik was bovendien veel guller dan de sociaal-democraten. Er werd een verbetering van de gezondheids- en ouderenzorg beloofd en meer aandacht, ook financieel, voor het onderwijs. Wegens een gebrek aan plaatsen in kinderopvang speelde de regering met de gedachtezouders zo'n 800 gulden per maand te geven als ze afzagen van een plaats bij een crèche. De premier formeerde bovendien een ethische commissie, die moest nadenken over de grondslagen van het regeringsbeleid.

Het waren tekenen van een nieuw zelfvertrouwen. Maar de vlam lijkt al weer bijna uitgedoofd. Toen de ethische commissie bijvoorbeeld deze zomer eindelijk een aantal kritische vragen had geformuleerd ('Hoe moeten we omgaan met onze oliereserve?'), maakte Bondevik zich intussen vooral zorgen over de olieprijs, die zodanig is gekelderd dat de rek uit de economische groei is verdwenen en beleggers aarzelen om hun geld in Noorse fondsen te steken, waardoor de Noorse kroon fors in waarde is gedaald.

De sociaal-democraten staan intussen te popelen om de leiding van Bondevik weer over te nemen. Ze hoeven, zo lijkt het, niets anders te doen dan af te wachten. “De regering is zwak en onstabiel”, zei Jagland deze week. “Dat kan niet langer zo doorgaan.” Dat wist hij natuurlijk een jaar geleden ook al. Maar als hij toen premier was gebleven, zou dat ongetwijfeld zijn uitgelegd als een teken van zwakte na een verkiezingsuitslag zonder echte winnaars. Straks kan zijn partij zich waarschijnlijk presenteren als redder van de natie.