Indonesië

In NRC-Handelsblad van 17 september vestigt Onghokham de aandacht op de discriminatie van de Indonesische Chinezen. Hij suggereert hiermee dat zij de enige slachtoffers zouden zijn van de thans heersende Javaanse elite. Helaas moet geconstateerd worden dat de politieke clan rondom ex-dictator Soeharto, die nog steeds aan de macht is, ook andere etnische groepen in Indonesië onderdrukt.

Na Soeharto's bloedige coup van 1965 volgde een genocide, waarvan honderdduizenden Indonesiërs het slachtoffer werden. Volgens Onghokham betrof het hier vooral communisten. In werkelijkheid echter moest iedere politieke tegenstander van het nieuwe generaalsbewind voor zijn leven vrezen. De mythe dat Soeharto's revolutie een anti-communistische actie zou zijn, werd vooral gebruikt om steun te verkrijgen in de Verenigde Staten. Deze steun verkreeg het generaalsbewind van Soeharto zowel economisch als militair. Dit, ondanks het feit dat na het bloedbad van 1965 Soeharto's regime de mensenrechten systematisch en grootschalig bleef schenden.

Veel Westerse landen echter, met name de reeds genoemde Verenigde Staten, knepen voor al deze schendingen uit geopolitieke en economische overwegingen een oogje dicht. Soeharto's onderdrukkingspolitiek kwam sterk tot uiting in de Transmigratiepolitiek, die tot doel had de Javaanse greep op de Indonesische archipel te verstevigen. Het was dus niet zozeer de geschiedenis van de voormalig Nederlands-Indische kolonie, maar veeleer de Amerikaanse steun die de VS aan de Javaanse heersers gaven, die er voor zorgde dat Soeharto en zijn clan onbekommerd hun gang konden gaan.

Nu Soeharto is opgestapt, lijken de voorstanders van een multicultureel Indonesië iets meer lucht te krijgen. Het is te hopen dat de rest van de wereld deze democratische krachten in Indonesië zal steunen, zodat de Gordel van Smaragd een democratische samenleving zal zijn, waar de diverse etnische groepen op basis van gelijkwaardigheid zullen worden behandeld.