Eliteschool 2

Een deel van de Nederlandse culturele elite grijpt elke gelegenheid aan om het studiehuis gelijk te stellen met het einde van de cultuuroverdracht in de traditionele zin. Vooral de 'vertellende leraar', vreest men, zal in het studiehuis van zijn voetstuk worden gestoten. Elsbeth Etty levert (Z 12 september) commentaar op de door de VARA uitgezonden documentaire 'De eliteschool' over het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Zij geeft daarin haar - overigens aangenaam genuanceerde - mening over het Barlaeus en zijn bevolking, maar en passant neemt zij het op voor de docent aan wiens lippen de leerlingen hangen.

Mevrouw Etty vreest dat er voor zo een bevlogen leraar geen plaats meer is in het studiehuis. Wat een gebrek aan inzicht en visie. Alsof het studiehuis plotseling neerdaalt van een andere planeet en vervreemding brengt in de zo prettig gevestigde orde in onderwijzend Nederland. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de schrijfster hier haar eigen schoolverleden wel erg romantiseert.

In dezelfde documentaire stelt de oud-leerling, en inmiddels collega van De Jong, dat hij en zijn oude leermeester in staat zijn om een aardige show op te voeren (of woorden van gelijke strekking). De camera registreert echter meedogenloos hoe een deel van de klas geen enkele aandacht kan opbrengen voor zijn uiteenzetting over de al of niet naakte beelden uit de oudheid. Daarmee is nog niet gezegd dat De Jong en zijn collega slechte docenten zijn; ik maak me sterk dat hun leerlingen hen om uiteenlopende redenen als docent zullen waarderen. Maar het blijft een feit dat leerlingen om de zoveel tijd geen enkele behoefte hebben aan schoolse informatie en dat het luisteren hen erg veel moeite kost.

Het studiehuis brengt met zich mee dat de leerling meer zelf moet doen. Het is echter geen aantrekkelijk vooruitzicht voor de leerling als hij de gehele dag 'in zelfwerkzaamheid' moet doorbrengen. Het studiehuis wordt mij te gemakkelijk afgeschilderd als een anarchistische jungle waarin de ongelukkige, onzelfstandige leerling stuurloos ten onder gaat. Dat is kortzichtig en niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Jongeren gaan naar school om uiteenlopende redenen. Het contact met leeftijdgenoten is net zo belangrijk als de ontmoeting met volwassenen van wie zij de cultuur overgedragen krijgen. Voor mij blijft staan dat de 'vertellende' docent, die veel verstand heeft van zijn vak net zo goed een plaats heeft in het studiehuis als de plannende docent, de begeleidende docent, de docent die geniet van het leerproces dat zijn leerlingen doormaken en al die andere functionarissen die samen een schoolcultuur maken. Al die verschillende elementen uit de schoolcultuur kunnen dan ten dienste staan van al die verschillende leerlingen: de zelfstandige leerling net zo goed als de onzelfstandige leerling en alle gradaties die daar tussen zitten. Dat is altijd zo geweest, en dat zal ook in het studiehuis zo blijven; het studiehuis levert hopelijk meer variatie op, zodat wordt recht gedaan aan de enorme verschillen die er tussen mensen (en dus ook tussen leerlingen) bestaan.