Een spijtoptant in Brazilië

RIO DE JANEIRO, 26 SEPT. Het wil niet vlotten met de Braziliaanse oorlog tegen de drugs. Neem afgelopen zaterdagavond. Een feestje in de sloppenwijk Morro dos Prazeres. Onder het golfplaten afdak tegen de heuvel dansen een paar honderd jongeren op de muziek van een lokale sambaband. Rauwe stemmen en tromgeroffel kaatsten tot ver over de vallei. Dan, opeens, is de betovering voorbij.

Zo'n vijftien agenten met geweren trekken de favela binnen. Hun collega's wachten met draaiende motor aan de rand van de wijk. Onmiddellijk begint het schieten. Zonder aanziens des persoons wordt op de jongeren onder het afdak ingeschoten. Tien minuten, een kwartier houdt het schieten aan. Daarna is het angstig stil in de wijk.

Navraag op het bureau leert dat het ging om een 'actie tegen drugshandelaren'. Zoals de meeste favela's in Rio wordt ook de Morro dos Prazeres beheerst door drugsbazen. In een oorlog die vier jaar duurde, met een onbekend aantal slachtoffers, nam de georganiseerde drugsbende commando vermelho - het rode commando - de wijk over van de oorspronkelijk bende.

De politie weet weinig anders te beginnen dan grootscheepse invallen. Niet de handelaren, maar gewone sloppenwijk-bewoners worden in de regel het slachtoffer van de resulterende vuurgevechten. Mensenrechtenorganisaties in Rio schatten het aantal doden van de war on drugs op z'n Braziliaans op minstens acht per week. Van aangehouden handelaren of onderschepte drugs is vrijwel nooit sprake. Ook dit weekeind keerde de politie met lege handen terug uit Morro dos Prazeres.

Met armen en straatkinderen weet de politie prima raad. Anders ligt dat met de georganiseerde misdaad. Neem het geval van de drugshandelaar Carlos Ruff, een cadeau dat de politie in augstus in de schoot geworpen kreeg. Ruff had wroeging over zijn beroep. Hij stapte naar de krant O Globo met het verzoek hem te helpen uit de organisatie te stappen. Geïnspireerd door Italiaanse spijtoptanten, zoals mafiabaas Tomaso Buscetta, bood hij justitie aan te collaboreren in ruil voor bescherming. Niet alleen gaf hij namen en organisatieschema's door, Ruff wilde ook best als lokaas dienen. Samen met de politie zette hij een operatie op touw om corrupte agenten in de boeien te slaan.

Drie verslaggevers van O Globo waren op 21 augustus bij de operatie aanwezig. 'Paard van Troje' werd de actie genoemd. De opzet was simpel. Ruff nam contact op met een handelaar voor de aankoop van 360.000 dollar aan cocaïne. Corrupte agenten zouden na een seintje van Ruff verschijnen op de plaats van de transactie. De agenten zouden de drugshandelaren dan vrijuit laten gaan in ruil voor hun waar. Deze truc had Ruff al vaker uitgehaald.

Om negen uur 's avonds zouden de corrupte agenten hun 'coup' plegen op de door Ruff uitgekozen handelaren. Op het naburige politiebureau was inmiddels alles in gereedheid gebracht. Van andere bureau's waren extra agenten aangevoerd om op het 'moment suprème' zowel hun corrupte collega's als de handelaren in de kraag te vatten. “Op de open binnenplaats en voor de deur van het bureau verzamelden zich tientallen agenten met kogelvrije vesten en grote geweren”, schrijft O Globo. “Het ging zo opzichtig dat binnen een half uur meer dan vijf omwonenden naar het bureau belden om te vragen wat er aan de hand was.” Natuurlijk kwamen op het afgesproken tijdstip handelaren noch corrupte agenten opdagen. Om de aandacht af te leiden deed de politie “toen maar een inval in de nabijgelegen favela.”

De dagen van Carlos Ruff waren geteld. De spijtoptant vermoedde dat hij door de mand was gevallen en vroeg justitie om politiebescherming. Die liet hem weten dat hij op de nominatie stond voor een berechting wegens drugshandel. In paniek belde Ruff vervolgens O Globo. Die lukt het evenmin de eerder toegezegde bescherming af te dwingen. Negen uur later kreeg Carlos Ruff in een telefooncel voor zijn huis drie kogels door zijn hoofd. De moordenaar nam zijn portemonnee mee en een agenda met alle namen en nummers van het drugsnetwerk dat Ruff aan justitie wilde onthullen.

Op 31 augustus werd Ruff geëxecuteerd, pas deze week ontdekte justitie wat er met haar spijtoptant was gebeurd. Niet justitie, maar een journalist van O Globo ontdekte de moord. “Een simpel telefoontje naar het lijkenhuis leerde dat Carlos Ruff niet op de vlucht was geslagen, zoals de procureur beweerde, maar vermoord”, schrijft O Globo. Bij de politie was het dossier van Ruff opgeborgen met het plakkertje 'roofmoord' erop.

“Ik voel mij niet verantwoordelijk”, zegt procureur Arthur Gueiros nu. “In Brazilië is het onmogelijk getuigen van de georganiseerde misdaad te beschermen, zeker wanneer er politiemensen bij betrokken zijn.” Wel blijft de procureur onverschrokken doorgaan met het onderzoek naar de drugsbende en de corrupte agenten. “De dood van Ruff bewijst dat hij de waarheid sprak.”