EEN HANDELAAR IN VOLLEYBALLERS

Er woont een opmerkelijke Amerikaan in Amstelveen. Tim Kelly (27) handelt in volleyballers én voetbalplaatjes. “Mijn eigen zaakwaarnemer was een klootzak, toen ben ik het zelf maar gaan regelen.”

Tim Kelly, een Amerikaan van 2 meter 6, heeft bewust Nederland als zijn Europese standplaats gekozen. “De meeste Amerikaanse volleyballers zijn witte, verwende kinderen”, zegt de 27-jarige spelersmanager. “Ze zijn gewend dat alles loopt zoals zij het willen. Dat levert in landen als Frankrijk, Italië en Zwitserland de nodige problemen op. Maar hier spreekt iedereen Engels, heb je de Pizza Hut en McDonald's en kan je 24 uur per dag boodschappen doen. En er is in Nederland pindakaas te krijgen, dat lukt nergens anders in Europa.”

Momenteel heeft Kelly in zijn flatje in Amstelveen, zes hoog achter, twee volleyballers te logeren. Ze worden deze ochtend uit bed getrommeld om een paar dozen naar beneden te sjouwen. Als het werk is gedaan, vallen ze meteen weer in een diepe slaap. Het is de vorige avond laat geworden, baldadig hadden ze de muur in de huiskamer met foto's van blote dames behangen. “Volleybal is een fun sport”, zegt Kelly, lachend.

“Elke lange Amerikaan droomt van de NBA. Ik zelf ook, maar met topbasketbal ben je de hele dag bezig, uren trainen, gezond eten en drinken. Maar volleyballers kunnen vrij normaal leven. Ze gaan na een avondje feesten gewoon weer trainen, zonder dat ze meteen over hun nek gaan.”

Afgelopen weekeinde had Kelly zes man op de grond van zijn flat liggen. Het leek wel een camping. Het waren Amerikaanse volleyballers, die op een contract bij een club in Europa hopen. De wachtlijst is lang. Kelly speelt zelf niet meer, hij heeft het te druk met zoeken en regelen. “Het is een slechte tijd”, constateert hij. “De Europese markt wordt verpest door tientallen Finnen, Tsjechen en Russen. Die spelen voor 500 gulden per maand. Martijn Dieleman, een Nederlands talent, verdient in België niet meer dan duizend gulden. Wat kan ik dan nog vragen voor een Amerikaan, die om te beginnen al een duur vliegticket nodig heeft?”

Zo'n veertig spelers en speelsters zijn via Kelly inmiddels onder de pannen in Europa. Vijf van hen, drie uit de Verenigde Staten en twee uit Canada, volleyballen dit seizoen bij de vrouwenploeg van Schipper Kozijnen Martinus. Dat gebeurt in een opmerkelijke constructie. Kelly betaalt zelf de salarissen van zijn speelsters. Dat kost hem voor een seizoen ongeveer 200.000 gulden. Het geld is afkomstig van Amerikaanse sponsors en een paar weldoeners. “Zij dragen ons volleybal een warm hart toe”, legt Kelly uit.

“Ze hopen dat door goede prestaties van Martinus nog meer clubs Amerikaanse speelsters willen hebben. En ze krijgen er meer exposure voor terug dan iedereen denkt.” Het is de bedoeling dat de meiden van Kelly buiten de Nederlandse competitie om toernooien en wedstrijden in de rest van Europa gaan spelen. “Zo kunnen we ons tonen.”

Kelly weet dat sommige mensen in het Nederlandse volleybal sceptisch tegenover zijn plannen staan of hem zelfs als een dwaas beschouwen. “Toch zijn veel mensen de afgelopen maanden anders over me gaan denken”, stelt de Amerikaan. “Die begrijpen dat het niet mijn bedoeling is hier een Amerikaanse invasie te veroorzaken. Dit is ook goed voor het Nederlandse volleybal. De Amerikaanse en Nederlandse speelsters zullen zich in de competitie aan elkaar optrekken. En als de ploeg goed presteert, is dat reclame voor Martinus en voor Nederland. Ik denk aan het totale volleybal. Zo ben ik in de zomer ook met een stel Nederlandse volleyballers naar Turkije geweest.”

Een soortgelijk plan als in Amstelveen werd vorig seizoen uitgeprobeerd bij de mannen van Vrevok uit Nieuwegein. Kelly behoorde toen zelf tot de zes Amerikanen in de selectie. Hij denkt er met weinig plezier aan terug en spreekt over een mislukking. “Veel mensen denken dat het een succes was. Het leverde veel publiciteit op en Vrevok plaatste zich voor de Europa Cup. Maar voor mij was het een lijdensweg van acht maanden. Het zegt genoeg dat we allemaal weg zijn bij Vrevok en de meeste van die Amerikaanse jongens willen nooit meer in Nederland spelen.”

Kelly beweert dat de clubleiding en met name coach Derk de Saegher kortzichtig en niet ambitieus genoeg waren. “De trainingen waren waardeloos. We gingen achteruit inplaats van vooruit. We werden lui, natuurlijk hadden we dat zelf moeten voorkomen. We hebben wel geprobeerd dingen te veranderen. We nodigden elke dag mensen bij ons uit om te eten én te praten. Ik heb nog voorgesteld om uit mijn eigen zak een nieuwe coach te betalen. Ik dacht aan Pierre Mathieu of John Stubbe. De bestuursleden wilde het niet. Ze waren tevreden met een plaats bij de top-vier, die kregen ze ook, maar wij wilden geen derde of vierde worden. Wij wilden gewoon de eerste plaats.”

Kelly verwacht niet dat die typische Amerikaanse benadering ook bij Martinus voor botsingen zal zorgen. “Er lopen bij die club mensen rond die weten hoe het er in het topvolleybal aan toegaat.” De Amerikaan zegt vertrouwen te hebben in trainer-coach Frank van Prooijen. Tot zijn grote vreugde zag hij dat de Amstelveense coach 'Champions to be' op een brief aan de speelsters had geschreven. “Dat is een goed teken. Noem het de Nederlands-Amerikaanse manier. Optimistische Nederlanders zeggen dat hun ploeg kampioen kán worden, Amerikanen zeggen gewoon dat ze kampioen worden.”

De Amerikaanse speelsters van Martinus hebben het volgens Kelly tot nu toe uitstekend naar hun zin in Nederland. Ze wonen met z'n vijven bij elkaar in Aalsmeer. “Ze hebben een bijzonder huis”, vertelt Kelly lachend. “Het loopt daar schuin af. Als je er één biertje op hebt en je staat op, dan denk je dat je dronken bent. Je moet daar ook niet met je benen naar het raam toe ga slapen, anders loopt het bloed naar je voeten. Het klinkt een beetje gek, maar de meisjes voelen zich er thuis.”

Het is bedoeling dat er voor Martinus nog een zesde Amerikaanse volleybalster zal worden aangetrokken. Dat heeft volgens Kelly vooral een promotionele reden. “Als er zes Amerikanen in de selectie zitten, denkt men ook meteen dat ze in de basisploeg staan. Een All American Team. Laat ze dat maar denken. Dat verkoopt thuis beter.”

Zo probeert Kelly voortdurend zijn geld bij elkaar te sprokkelen. “Bij de selectie van Amerikaanse ploegen waarmee we op toernooien verschijnen, hanteer ik wel eens andere normen bij de selectie. Laatst meldde zich een jongen waarvan ik wist dat hij een rijke vader heeft. Hij was lang niet zo goed als de anderen, maar toch heb ik hem af en toe laten spelen. Je weet nooit of het wat oplevert. Niet dat ik bij zijn vader ga bedelen. Maar je hoopt dat die jongen er thuis zelf over begint. En inderdaad, zijn vader heeft me gebeld en zei dat hij had gehoord dat we met onze spelers af en toe op de grond hadden moeten slapen. Nu stuurt hij me voor elk toernooi een paar duizend dollar.”

Volgend weekeinde speelt een ploeg van Kelly op een sterk bezet toernooi in het Duitse Nordhorn. Met de Amerikanen, die tijdens die twee dagen hopen bij een club in beeld te komen, zal ook een volleyballer uit de Verenigde Arabische Emiraten meedoen. Kelly: “Ik weet niet wat hij kan, ik ken zijn naam niet eens. Maar hij mag meespelen. De voorzitter van zijn club schijnt een sultan te zijn. Hij komt naar ons kijken in Duitsland en ik heb gehoord dat hij al een hele etage van een hotel heeft gehuurd. Misschien wil hij ons financieel steunen.”

Uit ervaring weet Kelly dat in die streken gemakkelijk geld wordt uitgegeven. “Een speler van mij kreeg 25.000 dollar voor paar weken volleyballen bij een ploeg uit de Emiraten. Dat was snel verdiend. Hij is daar niet eens geweest. Er was een trainingskamp in Griekenland en een toernooi in Libanon.”

Tim Kelly, geboren en getogen in het eeuwig zonnige Santa Barbara, is alweer vijf jaar van huis. Na zijn studie trok hij naar Europa om profvolleyballer te worden en speelde in vele landen. “Ik begon in Spanje, op Tenerife. Dat leek me wel wat. Het was daar net als thuis: zon, zee en vrouwen. Ik heb dat contract toen zelf geregeld. Ik had wel een zaakwaarnemer, maar dat was een klootzak. Ik vertrouwde hem niet, soms liet hij een maand niets van zich horen. Daarom ben ik mijn zaken zelf maar gaan doen. En anderen vroegen toen of ik ze misschien kon helpen. Zo ben ik er ingerold. Met de meeste jongens waarvoor ik de zaken behartig, heb ik zelf gespeeld.”

Over een paar jaar wil hij wel weer terug naar huis. Kelly verlangt er naar om weer dagelijks te kunnen surfen en op blote voeten te kunnen lopen. “Ik haat schoenen en lange broeken.” Maar hij zal wel altijd naar Europa blijven terugkeren om met een groep volleyballers op toernee te gaan. “Dat zal ik nooit willen missen”, zegt Kelly. “Zo'n trip is vaak chaotisch, totaal krankzinnig zelfs. Het geeft ook een hoop ergernis, maar dat is altijd snel weer vergeten. It is so much fun with the guys.”

De laatste reis van een sterrenteam van Kelly duurde afgelopen zomer 22 dagen en voerde langs negen verschillende landen, waar toernooien en wedstrijden werden gespeeld. De volleyballers trokken als zigeuners door Europa, soms moesten er hele nachten worden gereisd. “Dat was helemaal niet leuk. Maar dit is toch wat ik wil. En in Amerika zeggen we: do what you want to do.” Rijk is hij er nog niet van geworden. Misschien gebeurt dat ook nooit. “Ik heb niet veel nodig. Ik ben nog jong en hoef niet voor een vrouw en kinderen te zorgen”, zegt Kelly.

De grote Amerikaan blijkt ook nog een andere bron van inkomsten te hebben. Het verklaart meteen de aanwezigheid van de hoog opgestapelde dozen in zijn huiskamer. Kelly koopt bij bedrijven hun niet verkochte series voetbalplaatjes van voorgaande jaargangen op en verhandelt ze in landen als de Verenigde Staten, Australië en Japan. “Ik krijg ze hier bijna voor niets omdat ze die plaatjes anders toch hadden vernietigd”, vertelt de handelende volleyballer.

“Niemand hier begrijpt hoe ik die dingen nog kan verkopen. Maar in die andere landen wonen rare mensen, die verzamelen echt alles. Ik spaarde vroeger zelf honkbalplaatjes en om geld om uit te gaan te verdienen ging ik ze verkopen. Dat doe ik nu dus nog steeds.”

Kelly heeft zelfs een eigen Internet-side met informatie over voetbalplaatjes. “De belangstelling is groot, zo'n duizend hits per dag.” In ruil voor kost en inwoning helpen landgenoten Kelly af en toe met zijn plaatjeshandel. En zo zitten er op zes hoog achter in Amstelveen werkloze Amerikaanse volleyballers kaartjes met voetballers van Heerenveen, NEC en Willem II te sorteren. Het is soms een rare wereld, waarin Tim Kelly zijn handel bedrijft.