De wereld van Basquiat in dans

Blok & Steel: Samo. Choreografie: Suzy Blok, Christopher Steel. Muziek: Louis Andriessen, Angelo Verploegen, Nico van der Drift. Gezien: 24/9 in het Lak-theater in Leiden. Korzo-theater Den Haag: 26/9. Aansluitend tournee.

Drugs, drank en verf waren de levensmiddelen van de New-Yorkse graffitikunstenaar Jean-Michel Basquiat. Als zeventien-jarige zwarte straatjongen werd hij begin jaren tachtig the scene binnengehaald, gebombardeerd tot wonderkind en werkte hij met gearriveerde beeldend kunstenaars als Andy Warhol en Francesco Clemente. Het geld stroomde binnen maar baten mocht het niet: in 1988 stierf Basquiat, slechts 28 jaar oud.

Een kort en onstuimig leven doet het altijd goed als inspiratiebron. Choreografen Suzy Blok en Christopher Steel stortten zich voor hun nieuwe voorstelling Samo op het complete jargon van woorden, tekens en beelden waarmee Basquiat zijn chaotische wereld verbeeldde. Ze vroegen drie in stijl en stroming volkomen uiteenlopende componisten muziek te componeren: Louis Andriessen, éminence grise van de moderne muziek, Angelo Verploegen, de oudere jongere van de mainstream-jazz en Nico van der Drift die jaren zeventig disco verbindt met onvervalste Neder-rap. Blok en Steel monteerden de muziek keurig achter elkaar met als gevolg dat Samo in feite bestaat uit drie op zichzelf staande delen. De lange viooluithalen van Andriessen dwongen de choreografen tot enige ingetogenheid, gelijkmatigheid en dus bijna pure moderne dans.

Synchroon liggend en schuivend over de witte vloer staan de zes dansers langzaam op om elkaar, als vaker bij Blok & Steel, te gebruiken als klimrek. Ze kronkelen gestaag in en om elkaar terwijl de meedansende Blok de zaal inroept dat het leven haar helemaal niet beangstigt. Even onverwacht als onlogisch gaat de liggende muziek plots over in de jazz van Verploegen. De dansers swingen de dansers als was het een sixties feestje. Het kronkelen en schokken doen de dansers nu individueel op de plaats of ze verven snel wat kreten en vegen op de panelen in het decor.

Het wilde bewegen met de beschaafde jazzmuziek, die eerder berusting dan verzet vertegenwoordigt, wringt. Waarschijnlijk vonden Blok & Steel dat ook want de beats van Nico van der Drift zwepen de boel vervolgens flink op. De dood komt dansend op in een spookhuispak, de dansers schreeuwen quasi-poëtische teksten de ruimte in en de rapmuziek bezingt drugs en drank. Een kakofonie is het gevolg, maar niet een die je terugvindt in het werk van Basquiat. De dynamiek van Samo is te vlak en eentonig door veel ook voortdurend veel te laten zijn. De paradox van het theater is nu juist dat je om chaos te verbeelden ontzettend moet structureren in tijd en ruimte.

Suzy Blok en Christopher Steel timmeren Samo zo dicht met bewegingen dat er aan contrasten niets overblijft en door de semi-kunstzinnige teksten krijgt dit danstheater iets hoogdravends wat de voorstelling niet rechtvaardigt. Die hoogdravendheid is iets waaraan Blok & Steel zich wel vaker bezondigen maar deze keer hebben ze een heuse kunstenaar als Basquiat als ongeldig excuus. Het geluk van Samo is dat het door z'n veelheid niet verveelt, maar een regisseur had de boel veel onheil kunnen besparen. Zonde eigenlijk.