De volgende crisis

Een crisis is pas een crisis als hij zichtbaar is, precies als het tegendeel. Rijkdom is pas rijkdom als horen en zien je vergaan. Naarmate de mensen rijker worden gaan ze zich opmerkelijker gedragen, de meesten tenminste.Thorstein Veblen heeft het opgeschreven in zijn Theory of the Leisure Class. Ook relatief rijk is rijk. Vandaar dat het straatbeeld van het p.model zo opmerkelijk is. Als je niet beter wist zou je zeggen dat hier en daar in de stad dagelijks een potlatch aan de gang is. (Een term die Veblen aan de Indianen heeft ontleend: een ander overladen met kostbaarheden om daar zelf een hogere sociale status van te krijgen. Later betekende het ook: patsen en brassen). Veblen zou er nog van opkijken als hij kon zien wat er nu op de potlatchpleinen en boulevards, in die buurten, enz. aan de gang is.

Toen de grote crisis van 1929 langzamerhand in de depressie van de jaren dertig veranderde, was ik een jaar of vijf. Ik denk aan de kinderen die nu ongeveer zo oud zijn: wat die zich omstreeks 2065 zullen herinneren van deze dagen en jaren. Weten ze nog wie Bill en Monica zijn, dat hun vader en moeder vier uur voor de televisie zaten, dat ze niet begrepen wat daar voor bijzonders te zien was, en dat de grote mensen het ook niet wilden uitleggen? De hele tijd werd erover gepraat. Maar, Mam, Pap, wat is er dan met die Bill en Monica? Dat zul je later wel begrijpen. Ga nu maar met je radiografisch bestuurde Superdragon spelen. Die is kapot. Pappa moet hem maken. Maar Pap zit naar vier uur wereldgeschiedenis te kijken. Pappa boft, want van de Superdragon heeft hij geen verstand. Die blijft kapot en na de volgende Sinterklaas wordt hij aan de vuilnisman meegegeven. In 2065 herinnert de zeventigjarige zich de stem van Bill Clinton en het kapotte autootje. Wie weet zal het zo gaan.

Het moet in de zomer van 1933 zijn geweest. Op zondagochtenden maakte mijn vader met mij stadswandelingen. Zo kwamen we aan de Waalhaven, 'de grootste gegraven haven van de wereld'. Daar was ik trots op. Er lagen rijen vrachtschepen naast elkaar; kleuren van roest en menie. Kijk, zei mijn vader, die schepen zijn opgelegd. Wat is opleggen? Bij schepen is dat voor anker leggen omdat er geen vracht meer is. Dat komt door de crisis. Verderop lagen de elevators, rijen hoge grijze, ronde torens met veel buizen aan de zijkanten. Dat zijn graanelevators, zei mijn vader. Die zuigen het graan uit de scheepsruimen en brengen het over in de lichters. De elevators zijn ook allemaal opgelegd. Mijn vader vertelde en verklaarde. Dat kon hij goed. Het was tijd om weer eens naar huis te gaan. 's Middags ging ik op straat met mijn bal spelen. Het was stil, veel stiller dan op een gewone zondagmiddag. Uit verre radio's klonk opwinding. Hitler sprak. Vriend en vijand en wie het nog niet wist, iedereen moest horen wat hij had te zeggen. Veel later heb ik Ettore Scola 's film Una giornata particulare gezien. Er is een scene waarin hetzelfde verre geschreeuw in dezelfde zondagmiddagstilte klinkt. De Duce spreekt; de hoorbare crisis.

Komt er nu een crisis of niet? Wie zich de toekomst probeert voor te stellen, doet dat het liefst door het veelbelovende van het heden te vergroten. Meer vliegtuigen, groter en sneller. Daarom gaan we misschien een vliegveld in zee bouwen. Nog meer geniale medici en wetenschap, met meer pillen, waardoor we steeds dichter bij het eeuwig leven in het paradijs van onze voorkeur komen. Voor de rampen hebben we de film. Een crisis op straat, jaren lang, zonder uitzicht gaat de verbeeldingskracht teboven, of we hebben er geen zin in, of beide. Als er nu voor machines, voer-, vaar- of vliegtuigen geen emplooi meer is, zijn ze verouderd, obsolete geworden. Wat op het autokerkhof terechtkomt, is niet 'opgelegd' maar versleten, of dat nog niet eens, maar verouderd en afgedankt. Van bijzondere auto's zetten we één exemplaar in het museum en de rest persen we samen tot blokken. Zo houden we de welvaart erin en blijft de werkgelegeheid bewaard.

Hoe zou de volgende crisis zichtbaar worden? Luchthavens met rijen jumbo's, zo goed als nieuw maar bij gebrek aan passagiers voorlopig geparkeerd; gras op de snelwegen; grote kantoorgebouwen in de grote steden met borden te huur; en ervoor mensen met een bordje op hun borst: ik zoek werk; stille straten en uit alle televisies niet de nadrukkelijke stem van Bill maar geschreeuw van het soort dat we alleen van oude journaals kennen?

God of wie dan ook verhoede dat er een crisis en een depressie komen, zoals een jaar of zeventig geleden. Als je die niet zo ondenkbare toekomst in de bioscoop zou zien, de bioscoop van 2065, zou je je ogen niet geloven.