De reuzen krijgen steun; GEKAPT REGENWOUD KAN TOCH HERSTELLEN

Een klein lichtpuntje voor het regenwoud: selectief gekapt woud kan zich wel degelijk herstellen, zelfs met behoud van een flink aantal soorten. Een handvat voor natuurbeschermers die inmiddels duizenden boomsoorten met uitsterven bedreigd zien.

KOMT ER WEL eens goed nieuws uit het regenwoud? Jazeker. Soms komt het zelfs uit gebied met gekapt regenwoud. En in dit geval, zelfs vanuit rampgebied Borneo, alle kaalslag en brandschade ten spijt. In één opzicht staat regenwoud er beter voor dan op grond van doemscenario's uit de jaren zeventig en tachtig verwacht werd. Zij het nog voornamelijk in theorie: eens verloren is niet voor altijd verloren.

Anders dan lang gedacht werd, bezit deels gekapt regenwoud wel degelijk herstelvermogen. Nieuw onderzoek leert, dat zelfs de diversiteit aan boomsoorten daarbij flink op peil kan blijven. Acht jaar na kapwerk staan vrijwel al die soorten er weer. Het gaat dan nog om woudreuzen in kaboutervorm, maar de afspiegeling van een natuurlijk soortenbestand deugt tenminste. Een team van Amerikaanse, Maleisische en Engelse ecologen, toonde onlangs aan dat commercieel, enigszins selectief gekapt regenwoud in Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, ondanks zware structurele schade een flinke rijkdom aan boomsoorten bevat. Vanzelfsprekend bevatte de studiegebieden waar acht jaar eerder was gekapt minder verschillende boomsoorten met een stamdiameter van meer dan twintig centimeter dan de daarmee vergeleken gebieden van dezelfde grootte waar geen kettingzagen tekeer waren gegaan. Maar: wanneer in de vergelijking werd uitgegaan van dezelfde aantallen bomen, waarvoor in deels gekapt gebied er nog de helft aan oppervlakte bijgenomen moest worden, bevatte voormalig kapgebied net zoveel boomsoorten als ongestoord bos. Kortom: het potentieel van gerept regenwoud waarin flink is gekapt moet hoognodig hergewaardeerd worden, zoals C.H. Cannon, D.R. Peart en M. Leighton onlangs in Science stelden (28 augustus).

Ook betrekkelijk selectief, maar toch vooral vernielzuchtig gekapt regenwoudgebied is nog het beschermen waard. Met de diversiteit aan bomen valt het in weer aan zichzelf overgelaten kapgebied, als dat niet volledig is platgewalst, wel mee. Intussen geven verkennende studies in Maleisië voorzichtig aan dat ook gewervelde dieren hun bestand betrekkelijk snel en voor een groot deel kunnen herstellen in zulk gebied.

Koren op de molen van hout-exploitanten? Niet alleen. Dit biedt ook een extra reden om gekapt regenwoudgebied niet, zoals nu nog gebruikelijk is, om te zetten in landbouwgrond, oliepalm-plantages of ecologisch gezien al even armzalige houtpulp-productie bosjes. Die boodschap is welkom voor natuurbeschermers met een realistische inslag, die nadat ze verbluffend weinig succes werd gegund met behoud van ongerept regenwoud, nu streven naar een gecombineerde aanpak. In die nieuwe benadering wordt resterend eersteklas regenwoud en tussenliggend gebied waar gekapt is ingezet voor behoud van biodiversiteit. Voorwaarde daarbij is dat paal en perk word gesteld aan menselijk ruimtebeslag na kapwerk en aan gebruik van vuur om grond te schonen.

Dit nieuws kan als opmonterende notitie in de marge worden gezet van een inktzwart rapport dat tegelijkertijd verscheen. Een studie van het gezaghebbende World Conservation Monitoring Centre (WCMC) in Cambridge wijst uit dat wereldwijd een flink deel van de boomsoorten bedreigd is. Honderden boomsoorten lopen het directe gevaar weggevaagd te worden. Het rapport, The World List of Threatened Trees, wijst op welgeteld 976 soorten die kritiek bedreigd zijn en zullen uitsterven tenzij er urgent actie wordt ondernomen. Duizenden andere soorten zijn bedreigd, maar met een iets minder grimmige deadline. Voor zover bekend zijn 77 boomsoorten inmiddels voorgoed verdwenen. Verbeten rekenend komt men tot de vaststelling dat natuurvernietiging wereldwijd nu het voortbestaan van tien procent van de grofweg honderdduizend boomsoorten ter wereld nagenoeg onmogelijk maakt.

HARDSTE KLAPPEN

De hardste klappen zullen, zoals voor de hand ligt, klinken in het tropisch regenwoud, met zijn enorme natuurlijke variatie. Dat neemt tachtig procent van de bedreigde soorten voor zijn rekening. Meer dan driekwart van de nu onmiddellijk bedreigde boomsoorten hebben de pech dat zij buiten de bestaande natuurbeschermings-initiatieven vallen. Slechts twaalf procent van deze soorten zijn ook in beschermd gebied gevonden, en van slechts acht procent ervan is bekend dat zij in welke vorm dan ook gecultiveerd worden.

Regenwoudbescherming was lange tijd een kwestie van door het bos de bomen niet meer zien. Biotoopbehoud voor de talloze diersoorten die er van afhankelijk zijn stond voorop, en beschermers van diersoorten hebben ruime ervaring met lijsten met bedreigingsgradaties. Maar nu is er dus ook the World List of Threatened Trees, die de WCMC kon samenstellen na een samenwerking van drie jaar met de Species Survival Commission (SSC) van de IUCN (World Conservation Union) - een samenwerking die overigens door de Nederlandse overheid gefinancierd werd.

Bedreiging op zichzelf is een belangrijk gegeven, maar er is ook de tweede lading: de factor van toe- of afname in bedreiging. Voor bomen is dat een toename - de tien procent zou nog flink kunnen groeien. De bedreigingen groeien tot in de hemel. Belangrijke zijn kap van hout voor bouwmateriaal, maar ook brandstof, uitbreiding van de landbouw, het uitdijen van bestaande menselijke nederzettingen en het verschijnen van nieuwe, ongecontroleerde bosbranden, het oprukken van gebiedsvreemde soorten en, onder een algemene noemer, niet-duurzame bosexploitatie. De cijfers zijn nieuw, maar de aangehechte boodschap klinkt vertrouwd: duurzaam beheer van bossen verdient top-prioriteit, aldus de IUCN en het Wereld Natuur Fonds (WNF) die het rapport mede presenteerden. Met goede timing, gezien de door boskap geholpen overstromingen in China, benadrukten zij ook alle nuttige diensten die natuurlijke bossen aan mensen verlenen, zoals het vasthouden van regenwater.

TIEN TEGEN TIEN

Certificatie van duurzaam geoogst hardhout voor de westerse markt komt inmiddels voorzichtig van de grond. En mede als resultaat van de Forests for Life Campaign van het internationale WNF hebben tweeëntwintig hout-exporterende landen zich er op vastgelegd minimaal tien procent van hun bosgebieden enige bescherming te verlenen. Kortom, natuurbeschermers proberen wat de bomen betreft tien tegen tien te spelen - tien procent bedreiging tegenover tien procent bescherming. Het rijtje landen dat via die weg heeft toegezegd iets aan bosbescherming te willen doen, telt vooralsnog geen Zuidoost-Aziatische, en slechts enkele Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse vertegenwoordigers. Natuurbeschermers trekken inmiddels een parallel met de bescherming van diersoorten. Het behoud van plantsoorten staat er beroerd voor en als het niet eens lukt de woudreuzen, de olifanten van de plantenwereld, te beschermen, is het vooruitzicht voor het hele veld schrikwekkend, meldde plantendeskundige Wendy Strahm van de IUCN.

Een andere parallel met de bescherming van diersoorten moet nog meer vorm krijgen. De kernoplossingen die de samenstellers van The World List of Threatened Trees aandragen, omvatten ook ex situ conservatie in botanische tuinen, arboreta en zaadbanken. Kortom, het behouden van bomen in gevangenschap. De betere dierentuinen worden tegenwoordig gezien als belangrijke genenbanken met een reservekapitaal aan natuurlijk materiaal dat eventueel weer uitgezet kan worden als het in het wild (tijdelijk) is misgegaan.

En botanische tuinen? Die liggen op dit moment onder vuur van aan politieke correctheid gehechte werk- en actiegroepen, met een weerzin tegen de geur van neo-koloniaal gewin. De bezittingen van de gemiddelde botanische tuinen vertegenwoordigen immers economische waarde en brengen producten op die ook weer aftrek vinden. Veel zaden of exemplaren van bomen werden al uit exotischer oorden overgebracht voordat natuurbeschermingsverdragen van toepassing waren. Geldelijke vergoeding aan de landen van herkomst kon achterwege blijven. Maar er wordt nu een regeling opgezet waardoor landen van herkomst, die zelf toch niet altijd even nauwgezet met hun levende have aan bomen omspringen, financieel 'gecompenseerd' zullen worden voor producten die ontleend worden aan exemplaren die ooit door botanische tuinen werden verzameld - alsof ze al die mooie boomsoorten zelf verzonnen hebben. Die regeling moet deze maand zijn beslag krijgen in Kirstenbosch, Zuid-Afrika, waar vertegenwoordigers van botanische tuinen en arboreta samenkomen. Het is gerechtigheid met terugwerkende kracht, die volop vragen oproept over de vergoedingen die dierentuinen zouden moeten opsturen. Je zou de bomen zelf ook zoveel gerechtigheid toewensen.